Carl schmitt (1)

Bij alle nuances die Rob Hartmans in zijn informatieve artikel over Carl Schmitt heeft aangebracht (zie De Groene van 1 mei), heeft het mij toch enigzins geirriteerd. Of juist vanwege die nuances, aangezien ik zelf, op grond van alles wat ik van deze figuur weet, eigenlijk weinig genuanceerd over hem denk, of anders gezegd: ik beschouw hem als een uiteraard slimme (of zo men wil knappe) theoreticus, maar tegelijk ook als een naargeestig individu, al was het maar omdat hij een van die diepdenkers is geweest die de ellende van Hitler usw. mogelijk hebben gemaakt. Zonder de Eichmanns geen Auschwitz, natuurlijk, maar ook niet zonder de Schmitts.

De term ‘antisemitisch kleingoed’ lijkt me een understatement voor de bijdrage die Schmitt in 1936 schreef voor een verzamelbundel van Hans Frank c.s.: Die deutsche Reichswissenschaft im Kampf gegen den judischen Geist. Deze horribele Frank, ook een jurist, is in 1946 vanwege zijn wandaden in Polen opgehangen.
Dat 'men’ altijd weer is teruggekomen op dat beruchte artikel van 1934, 'Der Fuhrer schutzt das Recht’, valt ook wel te begrijpen, en daarbij ging het uiteraard niet alleen om deze titel, maar ook om de tekst: 'Der Fuhrer schutzt das Recht vor dem schlimmsten Missbrauch, wenn er im Augenblick der Gefahr kraft seines Fuhrertums als Oberster Gerichtsherr umittelbar Recht schafft.’ Dit stond in de 'Deutsche Juristen-Zeitung’ van 1 augustus 1934, maar Schmitt vond het kennelijk zo mooi dat het ook nog eens werd opgenomen in zijn boek Positionen und Begriffe im Kampf mit Weimar-Genf-Versailles.
Dat Schmitts 'ster vooral na zijn dood pijlsnel is gestegen’, geeft mijns inziens geen garantie voor zijn 'betekenis’ als denker, maar is wel symptomatisch voor de receptie en appreciatie van een dergelijk sujet. Die trouwens in 1959 al zijn eerste 'Festschrift’ kreeg, en in 1968 zijn tweede (voor zijn tachtigste verjaardag). Het kon niet op, en dan moet men vooral weten wie er zoal in deze jubelbundels schreven: grotendeels lieden die het Derde Rijk hadden overleefd met collaboratie of karakterloosheid.
Rotterdam, E. M. JANSSEN PERIO