Carlo Michelstaedter

Hoogleraar Italiaanse letterkunde Daniela Bini breekt tijdens de vijftigste Nexus-lezing een lans voor het denken van de jong gestorven en vergeten filosoof Carlo Michelstaedter (1887-1910). Wat kan deze hoogromanticus en consequente nihilist ons in de postmoderne tijd leren?

De Nexus-conferentie heeft dit jaar als thema: ‘Identity, Please!’ Naast grote namen als Francis Fukuyama, Roger Scruton en George Steiner betoogt spreekster Daniela Bini dat de fin du siècle-filosoof Carlo Michelstaedter wellicht een antwoord heeft op het identiteitsvraagstuk. Bini doceert aan de University of Texas, Austin. Zij maakte vooral naam door haar werk over de Italiaanse dichter Giacomo Leopardi en ze kreeg internationaal bekendheid door haar besprekingen van het werk van toneelschrijver Luigi Pirandello en met haar studie naar Michelstaedter.
Michelstaedter was als filosoof een eenling in het Italiaanse denken van zijn tijd, dat vooral werd bepaald door het optimistische idealisme van de hegeliaan Benedetto Croce. In zijn denken had hij meer aansluiting bij de Duitse traditie van kunstenaars en denkers als Egon Schiele, Rainer Maria Rilke en Martin Buber.
Michelstaedter werd geboren in Gorizia in Oostenrijk-Hongarije en bracht zijn studietijd door in Florence. Zijn joodse achtergrond en het kosmopolitische karakter van de stad waar hij geboren werd, waar veel Slovenen, Italianen en Oostenrijkers woonden, zorgden ervoor dat hij zich sterk bewust werd van taalbarrières en de vraag naar wat identiteit is. Voor Michelstaedter lag deze vraag in het onmogelijke samenvallen van theorie en het handelen hiernaar in de dagelijkse praktijk. In taal lag voor Michelstaedter het onvermogen om een één-op-één-relatie te creëren tussen theorie en praktijk. Zijn oplossing was, net als die van veel romantische tijdgenoten waaronder Nietzsche: een intens leven. Michelstaedter zwom graag wat rond in een nabijgelegen rivier in Florence en hij putte zichzelf fysiek uit door lange klimtochten te maken. Door kunst en filosofie probeerde hij zichzelf intellectueel scherp te slijpen.

Het gevaar dat taal omslaat in retorica en niet meer de authentieke bedoeling van de spreker weerspiegelt betekende voor Michelstaedter niet alleen een persoonlijk identiteitsprobleem, maar was ook iets wat hij in het maatschappelijk en politieke leven signaleerde. Bini: ‘Het gat tussen authenticiteit en wat er wordt gezegd, wordt ook in onze huidige maatschappij steeds groter.’ Michelstaedter was zich in zijn tijd erg bewust van het misbruik van taal voor propaganda in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Hij schreef daarover in zijn bekendste werk La persuasione y la retorica, waarin hij ook opmerkte dat hij het grootste deel van de toekomst al in het heden zag. Bini ziet parallellen met het ontstaan van de Irakoorlog: ‘Retorica wordt op allerlei manieren ingezet, van het verkopen van tandpasta tot de verkoop van een oorlog. Het probleem is dat we metaforen en letterlijke betekenissen door elkaar halen en dat we misleid worden door retorische leuzen als: The Axis of Evil, Operation Iraqi Freedom, Coalition of the Willing.’
Michelstaedter plaatste retorica tegenover verleiding, wat voor hem voor authentiek en integer stond en waarnaar hij steeds op zoek was. Ingegeven door zijn teleurstelling over het onvermogen van taal experimenteerde Michelstaedter ook met expressionistisch schilderen en dichten naar het voorbeeld van Giacomo Leopardi, maar hij kwam steeds bedrogen uit. Al zijn pogingen om een andere manier van uiting te vinden strandden steeds weer op de onmogelijkheid om een brug te slaan tussen wat binnen zat en wat naar buiten kwam. Hij was hiermee ook zeker een kind van zijn tijd, romantisch en teleurgesteld, doordat hij niet aan zijn eigen hoge standaarden kon voldoen. Bini: ‘In zijn pogingen om authentiek te zijn werd hij in het dagelijks leven steeds teleurgesteld. Een ruzie met zijn zus of moeder kon al genoeg zijn.’

Michelstaedter zag in Socrates de persoon die nog probeerde om het authentieke uit woorden te halen, doordat hij zijn gesprekspartners altijd vroeg wat zij precies bedoelden als zij spraken. Van Socrates tot aan de moderne tijd was de kloof tussen woorden en gedachten, praktijk en theorie steeds groter geworden, waardoor taal misbruikt en corrupt was geworden. Voor Michelstaedter was het een onmogelijkheid om buiten onze eigen subjectieve kijk op de wereld te treden. Als we spreken, doen we wel alsof we over een objectieve wereld praten, maar deze wereld komt nooit in overeenstemming met de wereld van anderen. Daarom sprak Michelstaedter over de retorica van religie, onderwijs, wetenschap en politiek. Bini: ‘Via massamedia en het repetitieve karakter van steeds dezelfde woorden in combinatie met geluid en visueel materiaal wordt deze afstand alleen maar vergroot.’ De glijdende schaal van wat Michelstaedter zag als het verdwijnen van de betekenis heeft voor Bini in onze tijd een hoogtepunt bereikt, waardoor ook de ethiek uit de taal verdwijnt. Bini: ‘Door het misbruiken van taal door retorica kunnen wij het onderscheid tussen goed en kwaad niet meer maken.’
Michelstaedter bekritiseerde met name het gebruik van retorica door de medische wetenschap en de ziektes die zij volgens hem ‘uitvonden’ om normaal menselijk gedrag, zoals neurose en nervositeit, te duiden. Bini ziet dit in de huidige tijd ook veelvuldig voorkomen bij het opkomen van nieuwe ziektebeelden als adhd of de bipolaire stoornis. Veel ziektes zouden volgens Michelstaedter door de medische wetenschap worden uitgevonden om mensen onder hun retorica te plaatsen.
Michelstaedter spiegelde zichzelf graag aan zogenoemde persuasios, als Christus, Socrates, Boeddha, Schopenhauer, Tolstoi en vooral Leopardi, helden die voor hem de retorica achter zich hadden gelaten en authentiek waren. Hij moest steeds concluderen dat hijzelf niet in dit rijtje thuishoorde. En na het schrijven van zijn dissertatie, La persuasione y la retorica, pakte hij na een ruzie met zijn moeder een pistool en schoot zichzelf dood. Hij trok hiermee de meest consequente conclusie uit zijn nihilistische theorie. Bini: ‘Als Michelstaedter in onze tijd zou leven, zou hij het misschien nog minder lang volhouden. We moeten de lat wel hoog blijven leggen, maar ons er tegelijkertijd ook bewust van blijven dat wij onze standaarden nooit helemaal kunnen halen.’