3 september 1965 - …

Carlos Irwin Estévez

Met zijn krankzinnige gedrag lijkt Charlie Sheen steeds meer op kolonel Kurtz uit Apocalypse Now. Is deze Hollywoodster echt gek geworden, of is het niet meer dan film?

TOEN MARTIN SHEEN (Ramon Estévez)in april 1976 de rol van kapitein Willard in Apocalypse Now op zich nam, ging hij de zwaarste beproeving van zijn carrière tegemoet. Het Vietnam-epos werd opgenomen in de Filippijnse jungle, midden in guerrillagebied, door een intellectueel stuurloze Francis Ford Coppola met een drugs- en drankverslaafde cast en koppensnellende oerwoudbewoners als extra’s.
Sheens gezin was erbij en de tienjarige Charlie (Carlos Irwin Estévez) was getuige van de drankgelagen, de speedgestuurde conflicten op de set en de hartaanval die zijn vader bijna fataal werd. Charlie had toen al enige kindrolletjes gespeeld en leek voorbestemd voor het vak. Op de set van Apocalypse leerde hij dat acteren pas echt is als het een aanslag op je hele persoon doet: ‘Mijn vader zag er zo verzwakt uit toen hij na die hartaanval terugkwam, zoveel ouder, lopend met een stok. In die wereld van fantasie en namaak die ik had leren kennen, ging het opeens om leven en dood.’
Tien jaar later scheerde hij zelf langs de rand van de waanzin als hoofdrolspeler in Platoon (1986) van Oliver Stone, opgenomen op nog geen honderd kilometer afstand van de set van Apocalypse: 'De mensen zeggen al dat ik zo sterk op mijn vader lijk - en daar stond ik, niet alleen om een film over Vietnam te maken zoals hij, maar ook nog in de rol van verteller, net als hij. En net als hij keek ik op een dag de dood in de ogen toen ik bijna uit een helikopter viel.’
Apocalypse bleef echter door zijn hoofd spoken, vertrouwde hij vrienden en familie toe: 'Het was meer dan een film. Apocalypse was het leven zelf.’ Sheens fascinatie voor die film lijkt het enige houvast voor wie tracht te begrijpen waarom zijn ster zo spectaculair is geïmplodeerd. De hele wereld weet van zijn ontslag als hoofdrolspeler in de successerie Two and a Half Men, zijn reputatie van geweldpleger, alcoholist en maniakale hoerenloper, zijn doorgesnoven tv-interviews, zijn frequente bezoeken aan rechtszalen, politiebureaus en rehabklinieken, en laatstelijk zijn raaskallende optredens in zijn eigen hoekje van het internet, Sheen’s Korner, waar hij zuipend en kettingrokend de strijd aanbindt met de 'trollen’ die het op zijn imago voorzien hebben.
Vrienden en familieleden vrezen voor het eind van zijn carrière, misschien zelfs zijn leven. Conservatieve commentatoren vinden dat de natie zich ten onrechte vergaapt aan deze borderlinepatiënt uit het gekkenhuis dat Hollywood heet.
Zoals zijn vriend Sean Penn opmerkt, is Sheens talent gelukkig nog onaangetast: hij spreidt in zijn waanzin onverminderd zijn gevoel voor humor, verbale begaafdheid ('Can’t is the cancer of happen’) en talent voor performance tentoon. Is hij echt 'crazy’ of veinst hij als een sluwe vos dat hij gek is ('crazy like a fox’), zoals sommigen menen? Om de verwarring compleet te maken nam hij onlangs in zijn huis een kookprogramma op waarin hij de spot dreef met zijn eigen gekte, precies zoals je zou verwachten van de hoofdrolspeler uit de Top Gun-parodie Hot Shots (1991). In hoeverre is zijn mentale collaps ook niet meer dan 'film’?
Charlie’s vader, zijn moeder Janet, zijn oom Joe, zijn oudere broer Emilio, zijn zuster Renée en de moeder van zijn kinderen, Denise Richards, zijn allen acteur of regisseur. In Wallstreet (1987) en No Code of Conduct (1998) speelde Martin zijn 'filmvader’. In hun wereld is niets 'echt’ en bij Charlie ging het gevoel knagen dat ook zijn succes onterecht was, dat hij het enkel aan zijn afkomst dankte. Zijn excessieve gedrag werd 'door schuld en schaamte gedreven’ zoals hij zelf zei: 'Wanneer ik met gewone mensen omga, geef ik zoveel mogelijk weg omdat ik het gevoel heb dat ik het toch niet heb verdiend.’ Al op de set van Wallstreet was hij de emotionele ineenstorting nabij. 'Ik dronk, snoof en slikte pillen om de muur tussen mijn echte ik en mijn Hollywood-ik overeind te houden. Ik was op de vlucht voor vragen als: “Hoe nep is mijn succes? Hoe heb ik iedereen voor de gek kunnen houden? Wanneer val ik eindelijk door de mand?”’
En o ironie, wie ziet niet de parallel met Apocalypse Now? 'Every man has a breaking point’, zegt generaal Corman wanneer hij Willard opdracht geeft om kolonel Kurtz te vermoorden. 'Walt Kurtz has very obviously gone insane.’ Gaandeweg leren we als kijker dat niet zozeer Kurtz, maar de militaire logica die hem gevormd heeft krankzinnig is. Net zo min is Charlie Sheen 'gewoon gek’. Hij is een product van Hollywood, een publiciteitsmachine waarin niet alleen succes maar ook mislukking, huwelijk en echtscheiding, verslaving en rehab en zelfs de celebrity meltdown al te vaak op leugens berusten.
Sheen jaagt publiekelijk op zijn eigen Kurtz, worstelend met zijn gevoelens van schuld en ontoereikendheid, zijn schatplichtigheid aan zijn familie en aan de briljante leugenfabriek die Hollywood heet. Zijn tirades zijn doortrokken van filmcitaten, vooral uit Apocalypse Now. Hij werkt aan een autobiografie met de titel Apocalypse Me, laat hij zijn miljoen Twitter-volgers weten. 'Tot binnenkort, wakkere soldaten’, besluit hij zijn zoveelste scheldpartij in Sheen’s Korner. En terwijl het beeld op zwart gaat klinkt het geronk van een Huey-helikopter in volle vlucht. Voor Charlie Sheen is het weer april 1976. Ditmaal heeft hij zelf de hoofdrol.