Robert Dulmers, Wachten op witte rook

«Carole, dormis?»

Paus Johannes Paulus II heeft meer kardinalen benoemd dan enige andere paus, en meer mensen heilig verklaard dan zijn 263 voorgangers bij elkaar. Het moment nadert dat hij moet worden opgevolgd.

Robert Dulmers

Wachten op witte rook: De opvolging van Johannes Paulus II

Meulenhoff, 383 blz., € 18,50

Op het moment dat ik aan deze bespreking begin hoor ik dat de paus het Gemelli-ziekenhuis mag verlaten. Zo te zien hoeft kardinaal Martinéz Somalo, de camerlengo van de Heilige Roomse Kerk ofwel degene die na het overlijden van de paus tijdelijk het dagelijks bestuur van de kerk overneemt, nog niet op te draven met zijn zilveren hamertje. Mocht het ernstige vermoeden bestaan dat Johannes Paulus II inmiddels is verenigd met zijn Schepper, dan moet de camerlengo namelijk met dat hamertje driemaal op het voorhoofd van de paus tikken en vragen: «Carole, dormis?» – «Karol, slaap je?» Wanneer de aangesprokene niet reageert, zal Martinéz Somalo hardop verklaren: «Il Papa è veramento morto» – «De paus is waarlijk gestorven».

Dan begint het buitengewoon fascinerende schouwspel van de verkiezing van de 264ste opvolger van de Heilige Petrus. De verkiezing van een nieuwe paus is omgeven met vele mythes. Daarom is een boek waarin de gang van zaken uit de doeken wordt gedaan, en dat probeert aan te geven welke kardinalen in aanmerking komen voor de opvolging van Johannes Paulus II, meer dan welkom. Robert Dulmers heeft eind jaren negentig enige tijd theologie gestudeerd aan de Pauselijke Gregoriana Universiteit en heeft voor dit boek gesproken met tal van kardinalen.

Voor de talrijke Nederlandse lezers die geen abonnement hebben op het rechtzinnige Katholiek Nieuwsblad en die door de vele kardinalen, (aarts)bisschoppen, congregaties, religieuze orden, lekenorganisaties en Vaticaanse bureaucratieën het spoor bijster zijn, is dit een hoogst informatief en nuttig boek. De ijdeltuiterij van Dulmers, die graag laat zien dat hij bij veel kardinalen kind aan huis is en sommigen mag tutoyeren, neemt men daarbij voor lief.

Dulmers beschrijft uitgebreid hoe het conclaaf – de besloten vergadering van kardinalen die moet resulteren in de verkiezing van een nieuwe paus – dient te verlopen. Niet-ingewijden gaan er meestal van uit dat het hier gaat om eeuwenoude, onveranderlijke tradities. In werkelijkheid kunnen pausen wel degelijk veranderingen doorvoeren. Zo heeft de huidige paus in 1996 een nieuw reglement voor de verkiezing van zijn opvolgers opgesteld. Hoewel in het verleden het conclaaf op verschillende locaties is gehouden, heeft Johannes Paulus vastgesteld dat het dient plaats te vinden in de Sixtijnse Kapel, onder Michelangelo’s Laatste Oordeel, «waar de kiesmannen zich makkelijker kunnen overgeven aan de innerlijke bewegingen van de Heilige Geest en alles gericht is op een besef van de aanwezigheid van God, in wiens ogen iedere persoon geoordeeld zal worden». Omdat de paus de plaatsbekleder van God op aarde is en hij in zijn ex cathedra-uitspraken onfeilbaar is, wordt hij volgens de officiële leer slechts ogenschijnlijk gekozen door de verzamelde, doorgaans bejaarde kardinalen. Hun keuze komt namelijk niet tot stand door vriendjespolitiek of ordinair gesjacher, maar wordt ingeblazen door de Heilige Geest. Soms moet deze wat harder blazen dan gewoonlijk, en kan zo’n conclaaf heel lang duren, maar uiteindelijk is het God zelf die zijn opperherder uitkiest.

Omdat God niet overal voor kan zorgen, hebben de pausen de afgelopen decennia de regels met betrekking tot het college van kardinalen veranderd. Na de het concilie van Trente (1545-1563) had de consistorie, de vergadering van kardinalen, zijn betekenis als senaat van de kerk verloren. In de jaren dertig van de twintigste eeuw had Pius XI de kardinalen wel enige malen bijeengeroepen, maar het is pas onder de huidige paus dat de «prinsen van de kerk» met enige regelmaat bijeenkomen om over belangwekkende zaken te beraadslagen. Van die gelegenheid werd bovendien steeds gebruik gemaakt om een flink aantal nieuwe kardinalen te benoemen, zodat er nu een recordaantal van 191 kardinalen is.

In 1958 overschreed Johannes XXIII het in 1586 gestelde maximum van zeventig kardinalen en sindsdien worden het er steeds meer. In 1973 stelde Paulus VI echter het maximaal aantal kardinalen dat mag deelnemen aan het conclaaf op 125. Met de naderende dood van de huidige paus lijkt zich dus een probleem voor te doen. Maar dat loopt wel los, aangezien Paulus VI ook heeft bepaald dat kardinalen hun stemrecht verliezen als ze tachtig jaar worden. Op 1 maart aanstaande, wanneer de Angolese kardinaal Alexandre do Nascimento zijn tachtigste verjaardag viert, zijn er gelukkig weer exact 125 stemgerechtigde kardinalen.

Wie zullen deze 125 kardinalen gaan kiezen? Hoewel in theorie elke katholieke man tot het hoogste ambt kan worden geroepen, komt de nieuwe paus zeker uit hun midden. Uiter aard kan ook Dulmers geen antwoord geven op die vraag. Wel schetst hij de machtsverhoudingen binnen de kerk, beschrijft welke onderwerpen een doorslaggevende rol in de besprekingen zullen geven en geeft aan welke kardinalen meer papabile zijn dan andere.

Duidelijk is dat het in de pers vaak gemaakte onderscheid tussen conservatieve en progressieve kardinalen kunstmatig is. Op vier na zijn alle 125 kiesgerechtigde kerkvorsten door deze paus benoemd, en wie theologisch uit de pas liep kon de rode bonnet vergeten. Waar het gaat om zaken als anticonceptie en de seksuele moraal zijn er kardinalen die de leer soepeler willen hanteren. Volgens Dulmers zullen dit tijdens het conclaaf geen hoofdpunten zijn.

Ook op het terrein van de sociale gerechtigheid verwacht hij geen grote verdeeldheid. Onder Johannes Paulus heeft de kerk zich bijzonder ingezet voor herverdeling van de welvaart en armoedebestrijding. Veel kardinalen die dogmatisch gezien uiterst conservatief zijn, houden er politiek tamelijk vooruitstrevende ideeën op na. Kardinaal Tettamanzi uit Genua, die geldt als een serieuze pauskandidaat, was een van de architecten van het aangescherpte beleid inzake homoseksualiteit en anticonceptie. Maar tijdens de beruchte en met veel geweld gepaard gaande G8-top in 2001 in zijn stad schaarde hij zich wel aan de zijde van de antiglobalistische demonstranten.

Een kwestie die voor meer problemen kan zorgen, is de toelating van gescheiden en buiten de kerk hertrouwde mensen tot de eucharistie. Hier staan theologische hardliners als kardinaal Ratzinger, de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, en meer pastoraal ingestelde kardinalen tegenover elkaar. Volgens de kardinalen die Dulmers heeft gesproken zal het echter vooral gaan om veel grotere onderwerpen, als de ontkerstening van Europa en de relatie met andere godsdiensten. Vooral op dat laatste punt lopen de meningen nogal sterk uiteen.

Ook machtsverhoudingen spelen een rol. Johannes Paulus II was de eerste niet-Italiaanse paus sinds de in 1523 overleden Nederlander Adrianus VI. Veel Vaticaan-watchers hangen de zogenaamde pendeltheorie aan, die erop neerkomt dat elke paus sterk af wijkt van de vorige. Het is dus heel goed mogelijk dat nu weer een Italiaanse curiekardinaal wordt gekozen. Volgens sommigen zou dat een goede zaak zijn, aangezien deze onvermoeibaar reizende paus het bestuur van de kerk enigszins verwaarloosd zou hebben. Hoewel velen ook een Afrikaanse paus mogelijk achten, zal de strijd voornamelijk gaan tussen Europa en Latijns-Amerika. De Noord-Amerikanen maken, als onderdanen van de enige supermacht, geen kans. Wel hebben zij meer affiniteit met hun Latijns-Amerikaanse broeders dan met de Europeanen.

Dulmers’ eind 2004 afgesloten boek is zeer up to date, maar misschien breekt deze paus – die niet alleen meer kardinalen heeft benoemd dan enige andere paus, maar die tevens meer mensen heilig heeft verklaard dan zijn 263 voorgangers bij elkaar – nog een record en overtreft hij het 32-jarige pontificaat van Pius IX. In dat geval kan hij pas eind 2010 de ogen sluiten. Dan moet Dulmers met een herziene druk komen.