Carport

Wout Malestein, Het beloofde land © EO

Beginnen we het nieuwe jaar met jonge makers. Oftewel de derde tranche van Teledoc Campus 2018-19, een leerschool. Er resten nog drie van de negen premières van dit seizoen: documentaires van 25 minuten. Het beloofde land van Wout Malestein is hier Amsterdam. Of toch Spakenburg? Gerdien en Marijn verruilden het dorp vijf jaar geleden voor de stad. Dat ze daar kennelijk ongehuwd samenwoonden komt in de documentaire niet ter sprake, dus dat zal geen zwaar discussiepunt zijn geweest binnen hun families. Hun relatie was goed en is dat nog, maar met pijn in het hart zijn ze uit elkaar: Marijn, leraar, ging terug naar familie, vrienden, dorpsgemeenschap waar hij zich gezien voelt. Gerdien ervoer het middeleeuws adagium ‘stadslucht maakt vrij’. Mijn vrouw komt uit een Zuid-Hollands rooms dorp. Modaal gezin met zeven kinderen, waarvan er vier nestvlieders werden, de anderen overtuigde dorpelingen bleven. Waar het verschil in ligt? Voor haar betekende de stad zuurstof en bevrijding van sociale controle, net als voor Gerdien. Die is voor een weekend over en beschrijft bij het haventje na een zeilfeest haar programma aan Marijn: ‘Vandaag chillen bij mijn ouders, morgen naar oma en dan peer ik hem weer voor twee maanden – mijn portie wel weer gehad.’ Marijn: ‘Vind je het zó erg? Gezellig toch vandaag? Je wilt wel de lusten maar niet de lasten.’ Lasten die hij trouwens helemaal niet als last ervaart. Integendeel. In de grote familiekring bij Gerdien thuis zegt vader dat hij hoopte voor zijn vijftigste opa te zijn, nadat ze zelf enigszins spottend heeft gezegd ‘ik ben al 24’. Maar nee, het zit er voor pa voorlopig nog lang niet in en precies zijn opmerking lijkt wat ze mede wil ontlopen.

Opzienbarend is het niet, maar wel een aardig portret van twee jonge mensen die een wijs besluit namen. Omdat bij elkaar blijven, in Mokum of Spakenburg, geheid zou betekenen dat één van de twee doodongelukkig zou zijn. Hij vindt haar geen rare, zijn vrienden en het dorp wel. Een van zijn vrienden zag op Instagram hoe ze helemaal los ging toen ze als amateur-dj in een café mocht draaien – en waarderend klinkt dat niet (ze is dus kennelijk zelfs in Amsterdam niet veilig voor dorpscommentaar). Ik begrijp haar, al leer ik haar toch te weinig kennen. Had haar wel willen zien draaien en trouwens, waar leeft ze van? Maar hem begrijp ik ook: geboren en getogen in Amsterdam voel ik altijd iets van de (valse?) belofte van de dorpsfanfare, de voetbalclub, de sociale cohesie. Ooit was ik graag hoofd der lagere school op Vlieland geweest, had ik daar pijp gerookt en amateurtoneel gespeeld. Tot de media een eilandse burgeroorlog en vendetta openbaarden. Gestileerde beelden van vrouwen en mannen in Spakenburgse klederdracht, zittend in de kerk, doen afhankelijk van wie kijkt verlangen naar zingen in het koor of huiveren voor nietsontziende blikken. Marijn ziet wel dat het voor een vrouw moeilijker is aan dorpsverwachtingen te voldoen dan voor een man als hij. Beelden van bruidsjurk, ringen en verstrengelde handen symboliseren wat verwacht was, maar niet weggelegd.

De meest curieuze film van deze jaargang lijkt me Mensen zoeken naar verhalen, ze denken het is een film of zo. Judith de Leeuw wilde een film maken over een ‘carport’, een bouwsel op een veldje in Den Helder waar overwegend Antilliaanse jonge mannen ‘hingen’. Complicatie één was daarbij wel dat het ding gesloopt is. Hoe dat aan te pakken? Ze wilde de verhalen horen die daar verteld zijn, maar ja, hoe kom je daaraan? Want complicatie twee lijkt minstens zo groot: ze lijkt de mannen niet erg goed te kennen. En dat breekt haar aardig op als de behoefte mee te werken aan het wat vage project nogal wisselend blijkt. Je hebt de coöperatieven, die braaf op haar verzoek de omtrekken aanduiden van wat er niet meer staat. En je hebt de bozen die de sloop schandalig vinden en deze witte vrouw als verlengstuk zien van de gemeente die hen iets essentieels ontnam. Nou mag je volgens mij over alles en iedereen een film proberen te maken (een artikel of een boek te schrijven) – dat mag een ziende over een blinde (en andersom met wat hulp), een oude over een jonge, een katholiek over een moslim enz. enz. – en nou is deze maakster bepaald geen verlengstuk van Helders gemeentebeleid (je hebt meer het gevoel dat ze zich afvraagt waarom dat slopen nou zo nodig moest en of die mannen niet van iets essentieels zijn beroofd), maar dat zij niet echt zitten te wachten op een vreemde witte vrouw die hun wereld gaat verbeelden en doorgeven, daar kun je je van alles bij voorstellen. Het lijkt te veel een gevalletje ‘culturele toe-eigening’ (wat documentaire natuurlijk bijna per definitie is, al ligt het niet altijd even gevoelig). Dus brengt de groep haar in de problemen, maar lost ze tegelijk ook voor haar op door het heft in eigen handen te nemen. En zo ontstaat een bizar mengsel van documentaire maken, praten over documentaire maken, een ‘making of’ maken, een geleidelijke machtsovername, een gangsta-videoclip die er angstaanjagend uitziet maar gespeeld door jongens die dat minder of niet zijn, een debat over wie wat mag en waarom niet, en nog zo wat losse endjes. Een geheel is het bepaald niet, maar wil je weerbarstigheid en nadenken over wat je wel en wat je niet te zien krijgt, dan moet je wel even kijken. De maakster is geïnteresseerd in de kaders waarin ze hun personages toont, maar die zal dat worst wezen en vragen zich af waarom díe man daar zó moet staan. En natuurlijk krijg je geen antwoord op de vraag wat daar nou precies gebeurde en waarom daar een man doodging (wiens zoon wel, wiens dochtertje niet mee wil doen door te poseren op de plek des onheils, maar ja, het meisje wordt er wel gefilmd). En waarom er gesloopt is. Vooroordelen over de groep? Of bevestigen groepen soms vooroordelen die dan oordelen zijn? Enfin, over het filmtalent van De Leeuw durf ik niet oordelen, maar ik heb mijn ogen uit zitten kijken naar wat een mislukking is en toch ook weer niet.

De allerlaatste is Dit is je laatste kans van Alaye van Empel-Aderemi. Portret van jongerenhulpverlener Michell Requena in het gezinshuis dat hij met zijn vrouw runt. Wie daar belandt is al vaak weggelopen of -gestuurd, al hebben we beduidend heftiger documentaires en drama over probleemjongeren gezien. Hij zou er een onorthodoxe aanpak hanteren, maar ook dat wordt niet helemaal duidelijk. Wel rust, reinheid, regelmaat, verantwoordelijkheid voor je directe omgeving. Veel gesprekjes, strengheid en bemoediging. Veel krachtsport met wie daar aan toe is en drugscontrole voor wie verslaafd is (betrokken jongen kan eerst niet plassen en blijkt later toch geblowd te hebben). En dan is er het kleine joch dat gevraagd wordt of hij de bijbel al uit heeft (de enige verwijzing overigens naar iets levensbeschouwelijks). De verblufte reactie van het kind is ijzersterk: ‘Maar dat zijn héél veel verhalen!’ Op de keukenmuur een fresco van het echtpaar in trouwkledij waarop hij naar de toekomst of de te volgen weg of naar een spreuk verderop wijst: ‘Faith. Is being sure of what we hope for, and certain of what we do not see!’ Ik zou er als dolende jongere niet mee uit de voeten kunnen. Maar… ik gaf een half leven lang les aan toekomende welzijnswerkers, hulpverleners, jongerenwerkers, daarbij diep doordrongen van het feit dat ik mooi lullen kon over de geschiedenis van de sociale beroepen maar dat zij met hun poten in de branding stonden. En dat voor het merendeel ook waar maakten. Net als deze Michell. Ik mag sommige van zijn interventies niet helemaal begrijpen, zo min als zijn vertrouwen in zinsneden waarvan ik denk dat die op geen enkele manier in het al dan niet beschadigde brein van zijn pupil doordringen: hij doet het toch maar mooi, met energie en overtuiging. En, zoals aan het eind blijkt, regelmatig met succes.


Wout Malestein, Het beloofde land, EO. 6 januari.
Judith de Leeuw, Mensen zoeken naar verhalen, ze denken het is een film of zo. NTR. 13 januari.
Alaye van Empel-Aderemi, Dit is je laatste kans, EO. 20 januari.