Kort over Carry van Bruggen

Carry van Bruggen

«Zij had zichzelf tot taak gesteld om het moeilijkste vraagstuk uit de ontwikkelingsgang der mensheid op te lossen, een vraagstuk dat reeds complete scholen filosofen de waanzin heeft ingedreven. ‹Wij hebben›, zei ze, ‹ieder voor onszelf te doorgronden wat we werkelijk weten, begrijpen, dat is: wat we werkelijk zijn.› Het oplossen van levensvragen van dit soort werd Carry van Bruggen niet gemakkelijker gemaakt door het drievoudige minderwaardigheidsgevoel ‹van den Jood, van den kleinburger-autodidact en van de vrouw›.

(…) Van het joodse minderwaardigheidsgevoel, meent Annie Romein, heeft Carry van Bruggen nog het minste last gehad. Maar met haar positie als autodidacte in een door academici beheerste maatschappij had zij het moeilijker, zoals men kan proeven uit menige agressieve uitval naar ‹botte schoolmeesters met hun dorre, verwaande wijsheid› en de ‹grenzelooze stupiditeit van hooggeleerden en andere hoogen›. Maar bovenal hield zij zich — in mindere mate in haar filosofische werk, maar des te meer in haar bellettrie — bezig met de denkende vrouw in een wereld vol masculiene superioriteitsgevoelens.

(…) Als Carry van Bruggen aan iemand doet denken, is het aan haar collega-wijsheer Friedrich Nietzsche. (…) Zij leken op elkaar in hun volstrekte identificatie van leer en leven, en hun smartelijk boren naar de vraag ‹hoe iemand wordt wat hij is›.»