Johnny Cash

Cash met een beat

Weinig voelt onrechtvaardiger dan dat een artiest pas na zijn dood de erkenning krijgt die hij verdient. Of wellicht dit: de artiest die na zijn dood succes krijgt met het verkeerde werk. De rechten van het werk van Tupac en Jeff Buckley werden na hun dood beheerd door hun moeder.

Medium muziek

Dat hebben we geweten: postuum verscheen van beiden afgekeurd werk. Van Michael Jackson verschijnt binnenkort alsnog een album met opnamen die hij nog had liggen, maar niet waren afgemaakt. Het kan bijna alleen nog maar meevallen.

Johnny Cash’s zoon John Carter heeft op Spotify een uitvoerige uitleg ingesproken bij het postuum verschijnen van Out Among the Stars. ‘Mijn ouders bewaarden álles. Na hun overlijden was het noodzakelijk dat we door al hun spullen gingen. Dit album, Out Among the Stars, was een van de schatten die we aantroffen.’ John Carter legt uit in welke fase van zijn leven zijn vader zich bevond toen hij in 1984 het grootste deel van dit album opnam: hij was een tijd teruggevallen in zijn verslavingen en was daar net weer van hersteld. Zijn stem was krachtig, stelt Carter. Dat is waar. Wat helaas ook waar was: Johnny Cash bevond zich in de jaren tachtig in zijn artistieke dal. Grofweg had Cash twee pieken: de jaren vijftig tot en met zeventig, en alles vanaf het moment dat hij in 1993 in zee ging met producer Rick Rubin. Daartussen was hij het spoor bijster en maakte zelfs drakerige kerstalbums.

Zijn stem was in 1984 inderdaad krachtig, zo is te horen op Out Among the Stars. Maar dat is op zichzelf niet per se een aanbeveling: zeker op het laatste album dat Rubin met hem opnam, het drie dagen voordat Cash 78 zou zijn geworden verschenen Ain’t No Grave, is de kracht grotendeels uit zijn stem verdwenen. Hier klinkt een verzwakte man die de dood inmiddels in de ogen kijkt. Maar wel een man die, wanneer hij ‘meet me Jesus, meet me’ zingt, oneindig veel meer indruk maakt dan de glad geproduceerde Cash uit 1984. Want los van het feit dat de composities op Out Among the Stars niet vaak bijzonder en soms ronduit truttig zijn, het was ook het midden van de jaren tachtig, toen opvattingen over productie heersten zeker niet passen bij de stem en persoonlijkheid van Cash.

Het door Cash zelf geschreven, kitscherig stichtelijke I Came to Believe (‘in a power much higher than I’) is vanuit historisch oogpunt nog interessant om te horen, omdat het samenvalt met een periode in zijn leven die aanleiding gaf tot dergelijke teksten. En She Used to Love Me a Lot, geschreven door Dennis ‘I Was Country When Country Wasn’t Cool’ Morgan is prachtig. Althans, de eerste versie. Op het eind van het album komt het nogmaals langs, in een spuuglelijke remix, met een beat eronder. Godbetert, Cash met een beat: laat John Carter in vredesnaam een slot op die opslagschuur doen en de sleutel inslikken.


Johnny Cash, Out Among the Stars

Beeld: Johnny Cash.