Hoofdcommentaar

Casino Kremlin

Medium hoofdcommentaar kremlin

In Casino Royale probeert een Albanese bankier van het internationale terrorisme James Bond aan een pokertafel te doden door een overdosis digoxin in zijn cocktail te laten oplossen. De moordaanslag mislukt uiteraard. De zaak-Litvinenko lijkt ook zo’n scenario waaraan geen touw is vast te knopen. Met één cruciaal verschil: het bevel ‘round up the usual suspects’ biedt geen soelaas. Er zijn te veel verdachten die de aanslag met polonium-210 zouden kunnen hebben uitgevoerd dan wel besteld.

De duisternis begint met de biografie van het slachtoffer. Aleksandr Litvinenko was een tsjekist, zoals een spion in Rusland sinds de oprichting van de Tsjeka in 1918 is blijven heten, ondanks alle naamswijzigingen die de geheime dienst heeft ondergaan. Hij werkte in de ‘wilde’ jaren negentig bij de zevende afdeling van de huidige geheime dienst fsb, die de georganiseerde misdaad moest bestrijden en dus open stond voor smeergelden. In 1998 keerde hij de fsb, waar de latere president Vladimir Poetin in juli van dat jaar de leiding kreeg, de rug toe. Oligarch Boris Berezovski, de peetvader van de familie Jeltsin, die een mistige rol speelde in Tsjetsjenië en na 2000 voor Poetin op de vlucht ging, nam hem onder zijn hoede. Het was Litvinenko die in 2002 een boek publiceerde waarin hij probeerde aan te tonen dat de fsb in 1999 de hand zou hebben gehad in de bomaanslagen op flatgebouwen in Moskou en Volgodonsk, die het begin van Poetins verkiezingscampagne inluidden. Hij onthulde vanuit zijn ballingsoord Londen nog veel meer, soms zo spectaculair dat zelfs Ian Fleming het omwille van zijn geloofwaardigheid niet zou hebben durven opschrijven.

Maar de conclusie ‘eens een tsjekist, altijd een tsjekist’ is niet afdoende. Er is een schier onafzienbare rij verdachten. Zoals de Tsjetsjeense krijgsheer Ramzan Kadyrov, die de Kaukasische deelrepubliek mag uitzuigen als zijn eigen privé-baronie. En Boris Berezovski, nog altijd in de weer met onnavolgbare politieke intriges. Of de fsb, die een spectaculaire track record heeft als het om gifmoorden gaat. Dan wel de quasi-private stichting Eer en Waardigheid van de ex-KGB’ers die in 2004 de Nederlander Arjen Erkel uit zijn gijzeling lospeuterden. Voeg daaraan toe dat Poetin de afgelopen maanden elke moord al te cynisch heeft bejegend en dat polonium is aangetroffen in vliegtuigen die tussen Moskou en Londen vlogen, en er is veel circumstantial evidence. Maar geen direct bewijs. Eigenlijk is er slechts bewijs voor één stelling: het loopt spaak in Rusland.

Rusland was altijd al een staatkundig paviljoen 5. De schrijver Venedikt Jerofejev (1938-1990), auteur van Moskou op sterk water, heeft dat aangrijpend beschreven in zijn uit 1985 daterende toneelstuk Walpurgisnacht, over een psychiatrische inrichting waar de patiënten de macht overnemen en zich vervolgens geen raad weten met die macht. Het is de afgelopen vijftien jaar schrijnend geïllustreerd. Een van de hardnekkigste misverstanden in het Westen is dat Poetin vanaf 2000 de orde heeft hersteld. Dat is niet waar. Onder Poetin is het moorden in dubbel tempo doorgegaan (zie De Groene Amsterdammer van 16 augustus 2003), afgelopen najaar met de moorden op bijvoorbeeld de centrale bankier Andrej Kozlov en de onafhankelijke journaliste Anna Politkovskaja zelfs in driedubbel tempo.

Waarom? Omdat de afstand tussen socialisme en kapitalisme te groot was om met civiele middelen te overbruggen.

Het sturingselement om het oude bestel draaiende te houden was georganiseerd wantrouwen. In een maatschappij die wordt geleid door een communistische partij is wantrouwen een peiler voor zowel de staat als de burger. De staat wantrouwt zijn onderdanen, omdat er daar beneden nog zoveel lijntrekkers rondscharrelen die geen boodschap hebben aan het enthousiasme van de utopie. De burger wantrouwt zijn overheid, omdat er tussen droom en daad zoveel weemoed in de weg staat die niemand kan verklaren. De staat beschikte vanuit de top. De burger wikte aan de keukentafel. Het oude Rusland was een duale samenleving, waarin alle papierstromen van boven naar beneden en van beneden naar boven uiteindelijk in het grote niets verdwenen.

Een sturingselement om een democratische kapitalistische maatschappij draaiende te houden is georganiseerd vertrouwen. In een samenleving die wordt gedomineerd door liberale partijen, kan iedereen door iedereen marktconform besodemieterd worden en heeft iedereen dus belang bij een paar instituties die gedistantieerd en controleerbaar beschikken dat de winnaar nooit alles krijgt en de verliezer soms iets.

Maar wat is het sturingselement in het nieuwe Rusland? Ongeorganiseerd wantrouwen. En dat is het slechtste van twee werelden. Was wantrouwen twee decennia geleden een hiërarchische en verticale kwestie – van beneden naar boven en omgekeerd – nu is wantrouwen een amorfe horizontale toestand. De kogel kan van elke kant komen. Niet alleen binnen de staat, ook binnen de kleine gemeenschappen kwijnt het vertrouwen weg. Voor een tiental zilverlingen is iedereen bereid de ander te besodemieteren. Het hart is uit Rusland weggesneden. De murw gebeukte Russen hebben alle vertrouwen verloren.

Nota bene in een tijd waarin er twee strategische kwesties aan de orde zijn: de positie van Rusland als grootmacht en de vraag wie het land in 2008 gaat leiden. De eerste vraag is reeds beantwoord. Rusland is weer een supermacht, die een plaats heeft verworven conform de doctrine van ex-minister Jevgeni Primakov van Buitenlandse Zaken dat de wereld multipolair is, een doctrine die door het mislukte beleid van president Bush van de VS aan kracht heeft gewonnen. De tweede kwestie ligt open. De opvolging van Poetin is in Rusland, waar politiek en economie twee handen op één buik zijn, een zaak van leven en dood. Letterlijk.

In het Westen wordt Poetin graag afgeschilderd als een autoritaire staatsman, met dictatoriale trekjes zelfs, die Rusland niettemin heeft afgeholpen van het anarcho-kapitalisme van de jaren negentig. Hoewel het nog te vroeg is om een finaal oordeel te trekken, ligt een omgekeerde conclusie meer voor de hand. Poetin heeft eerder te weinig dan te veel greep op Rusland.

Dat is pas bloedlink.