Castratendraak

Vanaf 24 mei in de bioscoop.
Na Amadeus en Immortal Beloved dient zich nu een derde draak aan: Farinelli - de artiestennaam van de achttiende-eeuwse castraat Carlo Broschi. Het castratendom is een sensationeel onderwerp dat door de eeuwen heen zeer tot de verbeelding heeft gesproken, maar in Farinelli wordt het thema zo oppervlakkig uitgewerkt dat de film het vooral moet hebben van zijn aantrekkelijke hoofdrolspeler, de Italiaanse acteur Stefano Dionisi.

Farinelli berust grotendeels op feiten. Zo blijkt Farinelli inderdaad een knappe man geweest te zijn. Maar behalve dat was hij ook intelligent en buitengewoon aimabel - een combinatie van eigenschappen die onder castraten, de diva’s van de achttiende eeuw, zeker niet gebruikelijk was. Een slecht onderwerp voor een film dus, zo'n onberispelijk sujet. Daarom heeft Farinelli in de film een onbetrouwbaar alter ego toebedeeld gekregen in de persoon van zijn broer Riccardo Broschi (die in werkelijkheid inderdaad componist was).
Farinelli maakt furore met de stukken die zijn broer voor hem schrijft en tevens dirigeert. Zo vormen ze een gouden duo dat niet alleen succes en geld maar ook het vrouwelijk schoon deelt. Als de Prince van de achttiende eeuw krijgt Farinelli elke zaal aan zijn voeten; zijn stem (prachtig vertolkt door de counter-tenor Derek Lee Ragin en de sopraan Ewa Mallas Godlewska) doet niet zozeer de glazen springen alswel de dames in katzwijm vallen; zelfs Handel, in de persoon van Jeroen Krabbe, gaat onverhoopt van zijn stokje.
De optredens van Farinelli vormen de aanleiding voor overdadig aangeklede toneelbeelden, zoals die in deze spektakelopera’s gangbaar waren. Farinelli, onveranderlijk getooid met reusachtige hoofddeksels, maakt zijn entree op een paard, daalt op een wolk vanuit de hemel neer of staat eenvoudig als een pauw te stralen. Je kunt dan ook moeilijk zeggen dat de film over muziek gaat, die vormt hoogstens het decorum. Over castraten dan? Dat lijkt even zo in de allereerste scene, waarin een jongen de kleine Carlo waarschuwt zich niet te laten castreren. ‘Je hebt je eigen dood in je keel’, schreeuwt hij, terwijl hij, met zijn handen voor zijn kruis gevouwen, zich vanaf een balustrade te pletter stort. Een uur later in de film bijt de boosaardige Handel (na met grote precisie een kakkerlak onder zijn wandelstok vermorzeld te hebben) Farinelli toe: 'Je stem is je enige bestaansrecht!’ Toch heeft regisseur Gerard Corbiau het publiek dan al een vol uur lang proberen duidelijk te maken dat castraten nog wel degelijk in staat zijn de liefde te bedrijven. En hoe!
Onder het mom van pseudo-artistieke conflicten gaat de film dan ook vooral over jaloezie. Jaloezie tussen de tweederangs componist Riccardo Broschi en Handel, de concurrentie tussen twee Londense theaters en de strijd tussen Farinelli en zijn broer om de knappe Alexandra. De plot van de film behelst een onaangename waarheid: in een ver verleden heeft Riccardo zijn jongere broer, bedwelmd met opium, gecastreerd om zo een onfeilbaar voertuig voor zijn eigen, middelmatige composities te hebben.
Dat nieuws leidt tot een breuk tussen beide broers. Farinelli voelt zich bedrogen en trekt zich terug aan het hof van de koning van Spanje waar hij uitsluitend nog besloten concerten geeft. Gelukkig komt het allemaal weer goed. Riccardo smeekt hem langdurig om vergiffenis, en om de fatale gevolgen van zijn wreedheid enigszins goed te maken, bezwangert hij Alexandra zodat Farinelli toch nog vader wordt. Zo vindt tussen de broers de ultieme vereniging plaats. Weggaloperend op zijn paard voegt hij daar nog aan toe dat een kind gelukkiger maakt dan kunst.
Een draak van een film dus. Maar zoals gezegd, de hoofdrolspeler is mooi om naar te kijken en er wordt goed geplaybackt.