H.J.A. Hofland

Castro

Het is wel moedig van ex-president Jimmy Carter om bij nog altijd president Fidel Castro op bezoek te gaan. Hij mag er zelfs, met de experts van zijn keuze, het biotechnisch instituut gaan inspecteren. Hij zal zich ervan overtuigen dat daar geen wapens voor de massavernietiging worden gemaakt. Maar het zal niet helpen Cuba te verlossen van de Amerikaanse blokkade. De diepste oorzaak daarvan is dat Castro de duurzaamste, de altijd virulent aanwezige verpersoonlijking van het Kwaad in het Amerikaanse neoconservatieve denken is, the man you love to hate. Wie dit denken beter wil leren kennen, kan zich het best verdiepen in de Amerikaans-Cubaanse betrekkingen, na de revolutie van 1959. Het is een schoolvoorbeeld van politieke escalatie in de Koude Oorlog, van de eerste welwillendheid (Fidel bezoekt Harvard; enorme geestdrift), via de mislukte invasie in de Varkensbaai door Cubaanse ballingen, (met hulp van de CIA en geheime goedkeuring van J.F. Kennedy, 1961), naar de rakettencrisis van 1962, tot op de dag van vandaag. Een wonder van continuïteit.

Tussen de oorlog tegen het terrorisme en de Koude Oorlog zijn, in de manier waarop ze worden gevoerd, de grootst mogelijke verschillen. Maar na 11 september is de ideologische grondslag door Bush en de zijnen, met het ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’, vernieuwd. Herinneren we ons de affaire-Elián González, nog onder Clinton. Het Cubaanse vluchtelingetje werd, ondanks alle protesten van de Miami-Cubanen naar zijn land teruggebracht. Onder George W. Bush en zijn broer Jebb, gouverneur van Florida, zou dat ondenkbaar zijn geweest.

Het neoconservatieve denken kunnen we ons het best voorstellen als een gebouw. Het fundament bestaat op het ogenblik uit de grote drie van het kwaad: het Irak van Saddam, Noord-Korea en Iran. Dan komen Syrië, Libië, Soedan, en de rest, met, half uitgesproken, het Palestina van Arafat. Aan dit gebouw van het kwaad wordt dagelijks verder gewerkt. Het wordt hier niet duidelijk beseft, maar Europese landen liggen klaar om te worden ingemetseld. Van dit politiek-filosofisch kunstwerk is Castro’s Cuba de oude, de meest beproefde hoeksteen. Haal je die weg, dan stort het gebouw in elkaar.

Het neoconservatisme is absoluut, of het is niet. Het sluit de nuance uit, diplomatie is verdacht. Daar begrijpen de Europeanen niets van. Terwijl het neoconservatieve gebouw hechter is dan ooit, wordt het Atlantische gesloopt. Dat is ook een revolutie.