Castro heeft clinton in de tang

De oude vos is het politieke pokerspel nog niet verleerd. Op het moment dat het Clinton het slechtste uitkwam, speelde hij zijn aloude troefkaart uit: de bootvluchtelingen.

NEW YORK - Andermaal is Bill Clinton in een buitenlandse crisis getrapt die hij niet zag aankomen, die hij niet van zich af kan schudden en die hij louter op basis van binnenlandse politieke overwegingen te lijf gaat. Wat men ook mag denken over Fidel Castro, het valt niet te ontkennen dat de oude vos zelfs met de slechtste kaarten nog steeds een aardig potje politieke poker kan spelen. ‘Fidel is een aandachtige observator van de Amerikaanse binnenlandse situatie’, schreef Jose Luis Llovio Menendez, een ex-medewerker van Castro in zijn boek Insider. 'Hij begrijpt heel goed aan welke beperkingen de presidentiele macht onderhevig is. En dat begrip inspireert elke strategische zet die hij doet.’
Die beperkingen bleken uit de manier waarop Clinton de Haitiaanse crisis aanpakte. Castro, die naar verluidt een trouwe kijker is van CNN sinds Ted Turner hem tien jaar geleden een satellietschotel cadeau deed, heeft dat drama op de voet gevolgd. Uit binnenlandse overwegingen brak Clinton zijn verkiezingsbelofte om de Haitiaanse vluchtelingen te verwelkomen. Uit binnenlandse overwegingen - om zijn linkse aanhang te paaien - kwam hij terug op zijn beslissing om ze terug te sturen en bracht hij ze onder in de Amerikaanse basis in Guantanamo. Uit binnenlandse overwegingen dreigde hij met een invasie. Maar ook uit binnenlandse overwegingen - de reactie op het Somalische avontuur - voelt hij er weinig voor zijn dreigement uit te voeren. Clintons Haiti-politiek, voorzover men in al die bochten een lijn kan ontwaren, komt per saldo neer op het beletten dat Haitiaanse vluchtelingen in de Verenigde Staten arriveren.
CASTRO MOET DE groeiende Amerikaanse aversie jegens bootvluchtelingen een interessante ontwikkeling hebben gevonden. Zelf heeft hij de vluchtelingenkaart al herhaaldelijk uitgespeeld. In 1965 zette hij het licht op groen voor een massale uittocht van ontevredenen vanuit de haven van Camarioca. Dit leidde tot onderhandelingen met de regering- Johnson, die beloofde alle Cubanen die weg wilden, ordelijk, zonder fanfare en per vliegtuig te evacueren. Meer dan 200.000 Cubanen vertrokken. 'Dat akkoord was het model voor emigratie zoals Castro die wil; dat heeft hij onlangs nog op tv gezegd’, zei Lisandro Perez, de directeur van het Cuba Research Institute in Florida. 'Hij wil een uitlaatklep die ordelijk is en onopvallend.’ In tegenstelling tot de Oostbloklanden heeft Castro nooit geprobeerd om alle burgers binnen de grenzen te houden. Het gevolg is dat er nu meer dan een miljoen Cubanen in de Verenigde Staten wonen en dat de georganiseerde binnenlandse oppositie tegen zijn regime onbetekenend is.
In 1980 speelde hij de vluchtelingenkaart opnieuw uit, volgens sommigen om president Carter een hak te zetten. Castro zou een hekel hebben gehad aan Carter, die de mensenrechten tot de spil van zijn buitenlandse politiek had gemaakt. De 125.000 Cubanen die toen via Mariel hun land ontvluchtten, vermeerderd met enkele duizenden gevangenen en psychiatrische patienten die Castro graag kwijt wilde, kregen aanvankelijk een enthousiast welkom in de Verenigde Staten. Maar na enkele maanden bekoelde het enthousiasme. Een van de politieke slachtoffers van de Mariel-exodus was Bill Clinton, toen gouverneur van Arkansas. Op verzoek van Carter had Clinton een afgedankte kazerne in Arkansas afgestaan om er 20.000 Cubaanse vluchtelingen in onder te brengen. Maar toen de vluchtelingen in opstand kwamen, kreeg Clinton de schuld en werd hij in de daarop volgende verkiezingen weggestemd.
Sinds Mariel is de Amerikaanse weerzin jegens bootvluchtelingen alleen maar gegroeid. En toen die in de Haiti-crisis op een hoogtepunt kwam, was het moment voor Castro daar om opnieuw de vluchtelingenkaart uit te spelen. Het is tegelijk de enige kaart die hij nog heeft. De Cubaanse economie is er hopeloos aan toe. Alle Caribische landen vervallen tot armoede, maar op Cuba is de achteruitgang het sterkst.
Door de val van het Oostblok kwam er een einde aan Cuba’s geprivilegieerde relatie met Moskou, die volgens Joeri Pavlov, de ex-directeur van het Latijns-Amerikaans Directoraat van de USSR, neerkwam op een jaarlijkse subsidie van 7 tot 8 miljard dollar. Door het wegvallen van de Russische suikeroom daalde de Cubaanse invoer in enkele jaren met meer dan drie kwart. De verlamming van elk persoonlijk initiatief (in Cuba kun je nog steeds worden gearresteerd voor het openen van een restaurant) en het loodzware gewicht van de staatsbureaucratie en het gigantische leger, maken de stagnatie alleen maar erger. De produktiviteit is sedert 1990 met 45 procent gedaald. De honger nijpt in Cuba. Zelfs de trots van het regime, het onderwijs en de gezondheidszorg, gaan door gebrek aan middelen achteruit.
Het regime tracht deze catastrofale situatie te verhelpen door buitenlands kapitaal en zo veel mogelijk toeristen aan te trekken. Volgend jaar moet het toerisme een miljard dollar opleveren. Niet slecht, maar het is natuurlijk slechts een fractie van de verloren Russische hulp. Bovendien brengt dat toerisme ook risico’s mee: tijdens de spontane betoging in Havana op 5 augustus, die het begin inluidde van de jongste crisis, werden niet alleen anti-Castro-slogans geroepen maar ook stenen gegooid naar de hotels voor buitenlanders en naar de zogenaamde 'diplostores’, waar je alleen met dollars kunt betalen. De weelde die wordt voorbehouden aan buitenlandse gasten en aan Cubanen die dollars krijgen van familie in de Verenigde Staten, ondergraaft de egalitaire ideologie van het regime.
Meer dan ooit wordt Cuba gehinderd door het Amerikaanse handelsembargo. Door haar relatief goed geschoolde arbeidersklasse is Cuba interessant voor buitenlands kapitaal, ware het niet dat Cuba geen toegang heeft tot de enorme Amerikaanse markt. Castro moet dus wel proberen een einde aan het embargo te maken. Maar hij beseft ook dat dit zonder druk nooit zal gebeuren. Daarvoor is de invloed van de anti-Castro-lobby in Miami, die Clinton tijdens de verkiezingscampagne steunde, veel te groot.
HET WAS DUS voorspelbaar dat Castro een nieuwe exodus zou uitlokken. Maar ook Clintons reactie was voorspelbaar. Zoals de Amerikaans kranten schreven, heeft de president eigenlijk geen Cuba-beleid, alleen een Florida-beleid. De kiezers in deze belangrijke staat zouden hem geen tweede Mariel vergeven. Maar tegelijkertijd moest hij rekening houden met de gevoeligheden van de machtige anti- Castro-lobby. Clinton kon de vluchtelingen niet toelaten en hij kan hen evenmin terugsturen. Dus verhuisde hij hen naar Guantanamo. Daarvoor had hij de zegen nodig van de anti- Castro-lobby. Die kreeg hij niet voor niets. Clinton zag zich verplicht om de sancties tegen Cuba te verscherpen. De sterkste anti- Castro-groep, de Cuban American National Foundation van Jorge Mas Canosa, hoopt dat het aandraaien van de duimschroeven er toe zal leiden dat er op Cuba een opstand uitbreekt die leidt tot de val van Castro en de triomf van Mas Canosa.
Maar voor het zo ver is zal er nog heel wat water door de straat van Florida vloeien. Wat als de vluchtelingen intussen blijven toestromen? Wat als Guantanamo en de andere kampen vol zijn? Wat als er rellen uitbreken in Guantanamo, enkele weken voor de Congresverkiezingen van november? Clintons geimproviseerde beleid kan een crisis niet voorkomen zolang hij blijft weigeren om met de Castro-regering te onderhandelen. Officieel is dat nog steeds de lijn: er wordt alleen over immigratieproblemen gepraat. Maar het overleg dat donderdag in New York begon, zal zich zeer waarschijnlijk niet tot dat onderwerp beperken. En wanneer dat overleg tot een akkoord leidt dat een einde maakt aan de huidige exodus, kan men vermoeden dat de Cubanen de belofte hebben gekregen dat na een afkoelingsperiode de onderhandelingen op hoog niveau zullen worden hervat.
De publieke opinie in de Verenigde Staten begint zich trouwens steeds duidelijker in de richting van een opheffing van het embargo te bewegen. De meeste gezaghebbende kranten pleiten ervoor. Ze wijzen er op hoe absurd het is dat Washington wel wil praten en akkoorden afsluiten met China en Noord-Korea maar niet met Cuba. Ook steeds meer Congresleden spreken zich uit voor een beeindiging van het dertig jaar oude embargo. Wanneer de huidige crisis is overgewaaid, zou dit overblijfsel van de Koude Oorlog eindelijk op stal kunnen worden gezet. En Clinton kan er dan dezelfde uitleg bij geven als die hij gebruikte om de normalisatie van de handelsbetrekkingen met China te vergoelijken: de liberalisering van de handel kan de democratisering alleen maar ten goede komen.