Hoe onderzoeksjournalistiek ervoor zorgde dat Balkenende boog

Casus Irak

Het heeft bijna zes jaar geduurd voordat de Nederlandse politieke steun aan de oorlog in Irak een politieke kwestie werd. Wat is er gebeurd met de gedreven onderzoeksjournalistiek?

‘DE VRAAG IS: doen wij in het geheim mee met oorlogen, zonder dat iets aan het parlement wordt voorgelegd? Na 11 september hebben de Amerikanen met hun oorlog tegen het terrorisme een strijd ontketend die onbegrensd is in tijd en geografie. Nederland heeft zich al vóór het begin van de Irak-oorlog heel duidelijk aan de kant van de Amerikanen geschaard zonder de twijfels die de Fransen en de Duitsers hadden, en Nederland doet sinds 2002 volop mee in Afghanistan. Het lijkt mij niet logisch dat Nederland niet meedeed toen Irak werd aangevallen.’ Huub Jaspers, onderzoeksjournalist bij het radioprogramma Argos, is ervan overtuigd dat Nederland militair betrokken was bij de aanval op Irak. Niet met omvangrijke militaire operaties, maar op kleine schaal, in het diepste geheim.
Er is geen redactie die zo diep in de Nederlandse betrokkenheid bij de Irak-oorlog is gedoken als die van het VPRO/Vara-programma Argos. Van de zeven onderzoekers zijn Huub Jaspers en Gerard Legebeke de Irak-experts. De onthullingen zijn hun werk. Gerard Legebeke maakte de knieval van premier Balkenende begin dit jaar niet meer mee. Hij overleed op 1 augustus vorig jaar.

DE EERSTE Argos-uitzending over Irak is van 29 november 2002. In die tijd sturen de Amerikanen steeds duidelijker op oorlog aan, uitmondend in de invasie van eind maart 2003. Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer heeft in de voorafgaande week gezegd dat Nederland bereid is deelname aan een militaire operatie te overwegen. Tegelijkertijd wordt ontkend dat Nederland op welke manier dan ook betrokken is bij de Amerikaanse oorlogsvoorbereidingen. Argos meldt echter dat de Nederlandse Eemshaven is opengesteld voor Amerikaanse bevoorradingsschepen.
Volgens Argos is Nederland ook militair bij de voorbereidingen betrokken. Een onderzeeër en een fregat worden ingezet in de Golfregio. Argos gebruikt daarvoor materiaal uit een uitzending van RTL Nieuws een week eerder. Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap vertelt voor de RTL-camera, gefilmd op het dek van de
onderzeeër, onomwonden wat er aan de hand is: ‘De Amerikanen zijn heel druk bezig om te kijken van: hoe is dit gebied. Het ligt vlak bij Irak. Het is de toegangsweg tot Irak, dus het is heel duidelijk dat ze zo goed mogelijk kennis willen nemen van alle activiteiten in dit gebied, dat ze daar een scenario over willen maken, en in dit kader moet u ook deze activiteiten van deze onderzeeboot zien.’ De onderzeeër (Hr. Ms. Walrus) is van een hypermodern type waarover de Amerikanen niet beschikken. De Walrus is uitermate geschikt voor het afluisteren van radio- en telefoonverkeer. Blijkbaar zijn de Amerikanen met Nederlandse hulp informatie aan het vergaren voor hun aanval die vier maanden later zal plaatsvinden. Volgens Defensie is daar geen sprake van. De schepen zijn uitgezonden in het kader van Operatie Enduring Freedom, de oorlog in Afghanistan. De staatssecretaris maakte een ‘slip of the tongue’.
Na die eerste uitzending stromen de tips binnen. Argos heeft beet. De tips komen uit ‘kringen rondom militairen die betrokken waren bij operaties met betrekking tot Irak’. Huub Jaspers formuleert voorzichtig om zijn tipgevers te beschermen.
Dat met name ‘kringen rondom militairen’ Argos weten te bereiken, dankt het programma aan zijn goede reputatie onder manschappen en officieren. Eerder dook de redactie in de kwestie-Srebrenica en later in de ongerijmdheden waarmee de Kosovo-oorlog werd verkocht. Steeds besteedde Argos verscheidene uitzendingen aan die ingewikkelde en gevoelige onderwerpen, met oog voor de moeilijke positie van manschappen in een oorlogssituatie. Dat wordt gewaardeerd binnen de krijgsmacht. Ook de vasthoudendheid van de redactie doet het goed bij militairen.
De tips worden grondig uitgezocht. Dagen en nachten zijn Legebeke en Jaspers bezig te spitten, te bellen, het internet af te schuimen en Kamerdebatten door te nemen. Verreweg de meeste tips, zo’n tachtig procent, leveren niets op. Met de rest kan Argos verder in het onderzoek naar de Nederlandse Irak-deelname. Dat leidt tot een tweede uitzending op 28 maart 2003, acht dagen na het begin van de Amerikaanse invasie. Twee dagen voordat het geweld losbarst verklaart premier Balkenende dat Nederland een eventuele Amerikaanse militaire actie politiek steunt. Er zal geen militaire bijdrage worden geleverd. In de tweede Irak-uitzending presenteert Argos echter sterke aanwijzingen dat die militaire bijdrage al lang een feit is. Nederlandse F16’s die gestationeerd zijn in Kirchizië voor operaties boven Afghanistan zouden geheime opdrachten boven Irak hebben uitgevoerd. Ook zouden Nederlandse special forces hebben meegedaan aan een inlichtingenoperatie in Irak onder leiding van Deense commando’s, en zouden ze in Noord-Irak de Amerikanen hebben geholpen bij het openen van een tweede front. Defensie ontkent alles.
Opnieuw zijn gaten geschoten in het officiële verhaal van de politieke steun. Het heeft echter geen effect. Er worden Kamervragen gesteld en debatten gevoerd, maar de media pikken ‘Irak’ niet op. Waarom blijft het zo stil? Desinteresse? Een gebrek aan kundige onderzoeksjournalisten? Of heeft entertainment het controleren van de macht overwoekerd? Ooit was het mode om een onderzoeksteam op te zetten binnen een redactie. Nova deed het, het NOS Journaal, het AD-magazine. Die teams zijn nu verdwenen of gereduceerd. Een teken aan de wand was er al bij de eerste Argos-uitzending van 29 november 2002. Niet RTL, maar Argos benadrukte de onthullende betekenis van het RTL-item over de Walrus. Weten de nieuwsjagers nog wel wat dat is, de macht controleren?
‘Is er een onderwerp dat maatschappelijk relevanter is dan onze betrokkenheid bij een oorlog? Dit is een kwestie van leven en dood en dus bij uitstek een terrein waarop journalisten onderzoek moeten doen’, zegt Huub Jaspers.

PAS MEER DAN een jaar later, als steeds duidelijker wordt dat de oorlog een fiasco is, krijgt Argos versterking. Er zijn geen Iraakse massavernietigingswapens, terwijl de Amerikaans-Britse claim dat die voor de inspecteurs van de Verenigde Naties verborgen werden gehouden de belangrijkste officiële reden voor de oorlog was. Bovendien blijkt dat de Amerikanen in een moeras terecht zijn gekomen. Het aantal zelfmoordaanslagen en anti-Amerikaanse gevechtsgroepen neemt snel toe. Niet alleen staat het kabinet nog altijd achter de invasie, Nederland heeft bovendien sinds juli 2003 militairen gestationeerd in het zuiden – mét VN-mandaat. Eventuele onthullingen zouden dus op vruchtbare bodem kunnen vallen en tot ‘nieuws’ gebombardeerd kunnen worden.
Op 15 april 2004 wijdt het Vara-televisieprogramma Zembla een uitzending aan de wapeninspecteurs, gemaakt door Kees Schaap en Simone Tangelder, waarin onder anderen Hans Blix, leider van de Unscom-inspectiemissie, en twee Nederlandse wapenexperts aan het woord komen. Volgens Zembla had de Nederlandse regering vóór de invasie via verschillende kanalen te horen gekregen dat Irak geen bedreiging vormde. Er gebeurt niks. Geen opstand, geen deining. De oppositie stelt Kamervragen, dat wel.
Een maand later, op 14 mei 2004, komen Legebeke, Jaspers en special forces-expert Franz-Jozef Hutsch met een grondig voorbereide Argos-uitzending. Nederlandse commando’s zouden in 2004 hebben meegevochten bij Fallujah en ook in Afghanistan zouden ze hun VN-mandaat (stabilisatiemacht) zonder toestemming van VN of Nederlands parlement tijdelijk hebben verruild voor operaties onder Amerikaans commando (terroristenjacht). ‘Is er iemand van de partij hier om Kamervragen te stellen! En een onderzoek graag’, blogt een bezoeker van nujij.nl in reactie op de online aankondiging van het programma. Verder blijft het stil. ‘Het was een van onze beste uitzendingen’, zegt Jaspers.

JUIST IN DEZE DORRE periode waarin alle vrucht van onderzoek lijkt te verpieteren, publiceert Joost Oranje zijn bevindingen. Oranje is verslaggever/onderzoeksjournalist bij NRC Handelsblad en verdiept zich in Irak nadat hij samen met Jeroen Wester een artikelenreeks heeft afgerond over de boekhoudfraude bij Ahold, waarmee ze de Prijs voor de Dagbladjournalistiek winnen. Volgens de jury is de serie een voorbeeld van ‘een uitmuntende journalistieke reconstructie’ en ‘voorbeeldige onderzoeksjournalistiek’.
Op 12 juni 2004 verschijnt in de zaterdagbijlage van NRC Handelsblad Joost Oranje’s artikel Hollandse oorlogslogica. Vijfduizend woorden, groot opgemaakt. Het is een meesterlijke, zonder fratsen gepresenteerde analyse van wat schuilgaat achter de beslissing van de regering de Amerikanen te steunen. De kwestie-Irak begint inmiddels knap ingewikkeld te worden, met zijn links naar internationaal recht en inlichtingenanalyses. De Nederlandse oorlogssteun rust volgens het kabinet op twee pijlers. Ten eerste maakte Nederland een ‘eigenstandige afweging’ aangaande de dreiging van Saddam Hoesseins wapenprogramma en de schending van VN-resoluties. Ten tweede meent het kabinet dat er een afdoende juridische grondslag was om over te gaan tot gewapend optreden. Naarmate er meer bekend wordt over het verstrekken van onjuiste informatie of het ‘opleuken’ van de gegevens over de Iraakse massavernietigingswapens door de Amerikanen en de Britten klinkt de ‘eigen afweging’ van het kabinet steeds luider.
In Hollandse oorlogslogica toont Oranje aan dat beide pijlers berusten op een discutabele interpretatie van het kabinet. Hij beschikt over interne notities van de directoraten voor juridische zaken van Defensie en Buitenlandse Zaken. Daaruit blijkt dat zij de visie van het kabinet in twijfel trekken, als zouden de opeenvolgende VN-resoluties die Saddam Hoessein twaalf jaar lang aan zijn broek kreeg en die uitmondden in resolutie 1441, het recht geven op het toepassen van geweld. Het door de Veiligheidsraad laten aannemen van een nieuwe, ondubbelzinnige resolutie verdient volgens de juristen de voorkeur. Daarover wordt op hoog niveau gerapporteerd. Toch heeft premier Balkenende het in het debat van 18 maart 2003, waarin hij verklaart de op handen zijnde aanval politiek te steunen, over een ‘sluitende juridische redenering’.
De andere pijler van de oorlogssteun – de zelfstandige afweging over de massavernietigingswapens – toetst hij aan de hand van het enige materiaal waaraan dat te toetsen is, maar dat bijna onmogelijk in handen te krijgen is: rapportages van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Daaruit blijkt dat de MIVD veel minder vergaande conclusies trok over Hoesseins dreiging. Volgens de dienst had hij weliswaar de ‘kennis en kunde’ om massavernietigingswapens te maken, maar wees niets erop dat hij dat gedaan had of van plan was te doen. De presentatie die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in de Veiligheidsraad gaf om te bewijzen hoe gevaarlijk Hoessein was, gaf de MIVD ‘geen enkele reden om af te wijken’ van haar dreigingsanalyse. En de Britse claim dat Irak binnen 45 minuten chemische wapens zou kunnen activeren, was volgens de MIVD oude informatie die gold voor slagveldwapens met een beperkt bereik, ongeschikt voor massale vernietiging. De MIVD had de regering van al deze bevindingen op de hoogte gesteld, maar Balkenende relativeerde op geen enkel moment de volgens de MIVD overdreven aantijgingen van Bush en Blair. Joost Oranje liet daarmee niet alleen zien dat Nederland géén eigen afweging maakte, hij toonde bovendien aan dat verschillende keren onjuiste informatie aan het parlement was verstrekt – politieke doodzonde numero één.

OPNIEUW BLEEF het stil. De politieke constellatie verhinderde dat er een Kamermeerderheid ontstond voor een onderzoek. Ditmaal kwam er weliswaar een spoeddebat, maar dat leidde nergens toe. ‘In de journalistiek geldt dat zo’n zaak meer druk krijgt als anderen het overnemen’, zegt Joost Oranje. ‘Er verschenen wel wat berichtjes, maar lang niet genoeg. Tijdens het debat zat ik in m’n eentje op de publieke tribune. Collega’s waren in geen velden of wegen te bekennen.’ Oranje herinnert zich een sfeer van schouderophalen. De oorlog was voorbij, de dictator gegrepen en Nederland had wat politieke steun gegeven. Big deal… ‘De click naar het bedrog werd niet gemaakt’, zegt Oranje. ‘Het gebeurt wel eens dat onderwerpen journalistiek heel belangrijk zijn, maar dat ze geen wortel schieten.’
Ook zelf stond hij niet te springen om onderzoek te gaan doen naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog. Hij had er niet zo veel mee, dacht hij. Het was zijn collega Carolien Roelants die hem bij de koffieautomaat op de redactie aanspoorde: ‘Waarom is nooit eens uitgezocht waarom wij daaraan meededen? Realiseren wij ons wel wat dat betekent? Echt iets voor jou om eens in te duiken.’ Hij gaf zichzelf twee dagen om het onderwerp te verkennen. Hoe meer hij erover las, hoe krankzinniger hij het vond. Het werd een van zijn mooiste onderzoeken, ‘ook qua handwerk’. Hij kwam terecht in ‘Watergate-achtige toestanden’, waarbij hij op geheime plekken, soms in garages, MIVD-stukken mocht inkijken. Meenemen mocht niet.

ALS BURGERBEWEGING Openheid over Irak een tuin zou hebben, zou er een hondenhok in staan met “Waakhond Democratie” erop‚ zegt Martijn de Rooi, een van de initiatiefnemers van de beweging. ‘Het is eigenlijk te gek voor woorden dat wij hier het werk zitten te doen van politici en journalisten.’ Openheid over Irak ontstond in 2003 uit onvrede over de onverschilligheid van media en politiek. De burgerbeweging bestaat uit een handvol vrijwilligers die de website onderhouden en artikelen schrijven, maar heeft veel invloed. Vorig jaar werden meer dan 137.000 handtekeningen verzameld in een poging een parlementair onderzoek af te dwingen. De website (www.openheidoverirak.nu) is een archief van overzichtsartikelen, bronnen en allerhande materiaal over de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog en onderzoeken in het buitenland. ‘Ik heb regelmatig journalisten en politici aan de telefoon om inlichtingen. We hebben een van de fracties geholpen bij het opstellen van de vragen van de Eerste Kamer.’
Volgens De Rooi, zelf afkomstig uit de journalistiek, is het niet best gesteld met het vak: ‘Er is een gebrek aan kennis, nieuwsgierigheid en kritisch vermogen. Maar dit is de lakmoesproef. Dit zijn de momenten dat je er moet staan.’ De beweging probeert al jarenlang redacties ertoe te bewegen over Irak te schrijven. Pas de laatste maanden wordt er veel gepubliceerd. Er komt een onderzoek, dus Irak is hot. ‘Maar bijvoorbeeld de Volkskrant was eerder met geen stok vooruit te krijgen.’
Er is nog veel werk te doen, meent De Rooi: ‘Iemand als Henk Kamp noemde Donald Rumsfeld onlangs bij Pauw & Witteman “een volstrekt integere man”. Daar moet je hem niet mee laten wegkomen. Kijk maar eens hoeveel van de 935 leugens die het Centre for Public Integrity heeft geboekstaafd uit zijn mond zijn gekomen. En wanneer staat er nu eindelijk eens een journalist op als Balkenende tijdens een persconferentie weer zegt: “Laten we niet vergeten dat Irak destijds de wapeninspecteurs het land heeft uitgezet.” Dat is niet waar. Ze werden teruggetrokken onder druk van de omstandigheden. Dien die man eens van repliek!’

IS ER EEN CRISIS in de onderzoeksjournalistiek? Huub Jaspers: ‘Het is bedroevend gesteld met de Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Er is in al die jaren maar een handvol journalisten geweest die op dit gebied onderzoek hebben gedaan. De onderzoeksjournalistiek is hier heel zwak ontwikkeld. Dat is onder meer omdat het Nederlandse taalgebied klein is. In Der Spiegel zie je bij een artikel één naam staan, maar in werkelijkheid is een team van zes mensen een week bezig geweest.’ Volgens Jaspers is er echter meer aan de hand. Hij bespeurt een mentaliteit die het innemen van een eigen, kritische positie verhindert. Juist als het gaat om kwesties van oorlog en vrede: ‘Ik zie veel journalisten die erg gevoelig zijn voor het idee dat wij tot de goeden behoren en dat je slechtheid vooral bij de vijand vindt.’ Die mentaliteit wordt door voorlichters in de hand gewerkt, soms op onbeschaamde wijze. Tijdens het Kamerdebat van 4 april 2007, naar aanleiding van de uitzendingen van Argos en Reporter, volgde Jaspers de parlementaire discussie op de beeldschermen in een van de journalistenkamers. ‘Iedereen zat daar, zo’n beetje alle belangrijke media. En wie zat erbij, met zijn poten op tafel? Iemand van de Rijksvoorlichtingsdienst. Hij zat de beelden voortdurend van commentaar te voorzien. “Wat Pechtold nu weer voor onzin uitkraamt.” Dat heeft invloed op wat er de volgende dag in de krant staat. De banden tussen sommige journalisten en de RVD zijn veel te nauw.’
Joost Oranje, tegenwoordig chef van de Haagse redactie van NRC Handelsblad, luidt nog niet de alarmbel, maar ook hij staat niet te juichen bij het niveau van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek: ‘De mate waarin de kwaliteitspers structureel aan onderzoek doet valt erg tegen. Zo nu en dan is er wel een nieuwtje, maar er is niet veel diepgravend onderzoek.’ Volgens Oranje vormen de druk van het nieuws, en het steeds sneller achtergronden willen geven, bijvoorbeeld voor de internetsite van de krant, een potentieel gevaar voor de onderzoeksjournalistiek. Bij NRC Handelsblad zijn permanent drie of vier verslaggevers bezig met onderzoeksprojecten. Vaak worden ze bijgestaan door experts van deelredacties. ‘Bij ons is het gelukkig niet zo dat onderzoeksjournalisten van hun projecten worden gehaald. Je moet heel sterke mensen in de leiding van je krant hebben om de druk te weerstaan. Dus als een Boeing is neergestort bij Schiphol en daar zijn al drie van je mensen, dan moet die vierde gewoon bezig blijven met dat onderzoek naar die staatssecretaris die met zijn hand in de kas heeft gezeten. Een krant die zich laat voorstaan op kwaliteit kan niet zonder de keuze voor onderzoeksjournalistiek. Dan maar andere dingen niet.’

NA HET VERSCHIJNEN van Joost Oranjes Hollandse oorlogslogica blijft Argos wroeten in de Irak-oorlog, met zo nu en dan een uitstapje naar de strijd in Afghanistan. Jaspers en Legebeke krijgen het in oktober 2007 aan de stok met Defensie over een tweeluik waarin een overvloed van bewijs wordt aangevoerd voor het buiten hun mandaat optreden van Nederlandse commando’s in Afghanistan. Juist voor die uitzendingen ontvangen zij de Tegel, een van de meest prestigieuze journalistieke prijzen. Minister van Defensie Van Middelkoop, bij de uitreiking aanwezig om een toespraak te houden, weigert de radiomakers te feliciteren. Hij had Argos immers beticht van ‘ufo-journalistiek’, omdat er niets van de onthullingen zou kloppen. Maar de tegenwerpingen van Defensie worden door Argos stuk voor stuk in uitzendingen en publicaties gefileerd en afgeserveerd. Het ministerie verliest bovendien een zaak die het aanspande bij de Raad voor de Journalistiek.
De vlucht naar voren die Van Middelkoop en zijn voorlichters kiezen is tekenend voor het steeds harder wordende klimaat waarin Huub Jaspers en Joost Oranje moeten werken. Vanaf het moment dat de journalist zijn verhaal aan de voorlichters voorlegt om zijn wederhoor te halen, loopt hij het risico dat zij alles uit de kast halen om het te ontkrachten. Er wordt gedebunkt en gelekt dat het een lieve lust is. Om journalisten het initiatief te ontnemen, worden soms snel persberichten en zelfs Kamerbrieven verstuurd voordat hij heeft kunnen publiceren. Maar Argos gaat door en ook Oranje blijft zijn netwerk onderhouden.
Gaandeweg veranderen de omstandigheden. De oorlog in Irak verloopt steeds dramatischer en president George Bush treedt definitief toe tot de eregallerij van verketterde staatshoofden. Politici die Bush’ War, hebben gesteund, zoals premier Balkenende, worden er niet populairder op. De formatieonderhandelingen in Beetsterzwaag waar de PvdA begin 2007 haar eis van een parlementair onderzoek naar de Irak-oorlog laat vallen, leiden tot verontwaardiging. Langzaam verspreidt zich het Irak-virus, geholpen door steeds meer media die beginnen te spitten in de kwestie. Of is het andersom, en worden journalisten op het spoor van Irak gezet door de toenemende onvrede over de oorlog?
De paden door het oerwoud zijn gehakt door Argos en NRC/Handelsblad, met een zijpaadje door Zembla. Op 2 april 2007 komt KRO’s Reporter met een Irak-uitzending. ‘Balkenende lichtte Kamer onvolledig in over Irak’ luidt de kop boven het persbericht dat Reporter ruim verspreidt. Het wordt twee dagen vóór de uitzending door veel kranten en websites gepubliceerd. Echt nieuws brengt Reporter niet. De redactie heeft de hand gelegd op een document dat twijfels toont bij ambtenaren van Buitenlandse Zaken over de wettigheid van de oorlog. Het is minder sterk dan het materiaal dat Joost Oranje eerder gebruikte voor Hollandse oorlogslogica, maar het wijst onmiskenbaar in dezelfde richting. Reporter heeft bovendien een gespecificeerd Amerikaans verzoek om militaire bijstand in handen: dat is het pad van Argos-redacteur Huub Jaspers, die over het verzoek eerder berichtte, maar het document niet had. Ook RTL, dat in 2002 niets deed met haar eigen nieuws over de Walrus, stort zich op Irak en start een rechtszaak tegen de staat om notulen van de ministerraad in handen te krijgen. Eind januari 2009 meldt RTL Nieuws dat de regering heeft overwogen het Amerikaanse verzoek om militaire bijstand te honoreren met een fregat, terwijl ze steeds ontkend heeft dat militaire steun een optie was. Het fregat dook al eerder op bij Argos, maar het materiaal van RTL voedt de twijfels over Balkenendes eerlijkheid.
In deze periode ontdekken de media niet echt iets opzienbarends, maar bestraten ze de paden van Argos, NRC en Zembla. Over elke nieuwe klinker wordt gretig bericht. De SP, D66 en GroenLinks hebben zich in de kwestie vastgebeten en het regent Kamerdebatten. Tekenend is het Irak-debat van 4 april 2007 (het tiende) naar aanleiding van een Argos-uitzending van 16 maart en de uitzending van Reporter op 2 april. Argos wijst opnieuw op de geheime operaties die ze al onthulde in 2002 en 2003. Pas nu debatteert de Kamer daarover. Nu de informatie van onderzoeksjournalisten een politieke functie heeft, heeft een gerecycelede onthulling veel meer effect dan destijds de échte onthulling.
De beer is los, een onderzoek moet er komen. De PvdA-fractie in de Eerste Kamer begint te stoken, samen met de oppositie. Senator Klaas de Vries is woedend over de nietszeggende antwoorden die de regering hem geeft op zijn Kamervragen. Eind december 2008 geeft ook de VVD-fractie in de Senaat aan genoeg te hebben van ‘de politieke mist’ van de premier en ontstaat een Eerstekamermeerderheid voor een parlementair onderzoek.
Nu het onvermijdelijk lijkt dat de beerput open gaat, begint het te rommelen het Irak-netwerk van Joost Oranje. Hij krijgt een document in handen van Buitenlandse Zaken waarin ambtenaren aangeven dat de oorlog onwettig is. Oranje heeft daarover al gepubliceerd in Hollandse oorlogslogica uit 2004, maar met het nieuwe document is iets bijzonders aan de hand. Het is geschreven ná het uitspreken van Balkenendes politieke steun aan de oorlog. De gespecialiseerde volkenrechtjuristen die het memorandum opstelden menen dat de minister alsnog een ‘objectieve volkenrechtelijke inschatting’ moet krijgen, anders is hij ‘onvoldoende geïnformeerd’. Ze vinden blijkbaar dat ze niet voldoende de gelegenheid hebben gekregen de minister te waarschuwen voor de onwettigheid van een aanval op Irak. Maar het memorandum bereikt de minister niet. De hoogste ambtenaar van het departement houdt het tegen. ‘Goed opbergen in de archieven voor het nageslacht’ krabbelt hij erop.
Het artikel leidt tot verheviging van de onrust, zelfs in het CDA begint het te rommelen. Nu gaat Balkenende overstag. Begin februari kondigt hij een onderzoek aan door de onafhankelijke commissie-Davids. Balkenende verzoekt de commissie drie vragen te onderzoeken. Was er geheime militaire betrokkenheid? Was de juridische onderbouwing sluitend? En welke kennis had de regering over massavernietigingswapens? Het heeft langs geduurd, maar uiteindelijk is het zaad toch ontkiemd: precies over die vragen gingen de onthullingen van respectievelijk Argos, NRC/Handelsblad en Zembla.