Catalaanse separatisten krijgen opnieuw een meerderheid

Barcelona – Als de Spaanse staat één les zou moeten trekken uit de verkiezingen in Catalonië van zondag, dan is het wel dat je een probleem niet oplost door het te verbieden. En hoe gek het misschien ook klinkt in de 21ste eeuw, toch is dat in de voorbije jaren de leidende gedachte geweest in de strijd tegen het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid: de kop indrukken, zo nodig hardhandig, dan verdwijnt het vanzelf.

Nee dus. Peilingen laten al jaren achtereen zien dat zo’n driekwart van de Catalanen zelf wil beslissen over hun toekomst: binnen of los van Spanje. In 2015 behaalden de onafhankelijkheidspartijen voor het eerst een meerderheid in het parlement in Barcelona. In zetels, niet in stemmen. De nieuwe regering beloofde een referendum over onafhankelijkheid. Wettelijk was er geen belemmering. Het organiseren van een referendum zonder toestemming van de centrale regering was in 2005 uit het wetboek van strafrecht geschrapt.

Toen de Catalaanse regering haar belofte wilde inlossen door in 2017 zo’n volksstemming te organiseren, kwam het Spaanse staatsapparaat in actie. Het idee was niet de Catalanen te verleiden binnen Spanje te blijven en ze gouden bergen te beloven, zoals de Britten drie jaar eerder hadden gedaan toen de Schotten mochten kiezen of ze op eigen benen verder wilden.

Het Spaanse antwoord op ‘de Catalaanse uitdaging’ was minder verfijnd. Het bestond uit een ad-hocverbod op het referendum, dreiging met economische rampspoed en boycots, een Spaans veto voor het door de Catalanen begeerde EU-lidmaatschap en het schrikbeeld dat FC Barcelona nooit meer tegen Real Madrid zou mogen spelen. En toen puntje bij paaltje kwam, politieknuppels tegen mensen die wilden stemmen en lange gevangenisstraffen voor de Catalaanse leiders die werden veroordeeld op grond van geweld dat nooit had plaatsgevonden – behalve dan van de zijde van de politie.

Kort na de poging tot afscheiding van 2017 kozen de Catalanen opnieuw een meerderheid van onafhankelijkheidspartijen in het regioparlement. Maar weer zonder de meerderheid van de stemmen te behalen. De unionisten claimden daarom de morele overwinning. Na zondag kan dat niet meer. Ondanks hun onderlinge verdeeldheid veroverden de separatistische partijen hun derde parlementaire meerderheid op rij. Nog belangrijker: voor het eerst kregen zij samen meer dan de helft van de stemmen. Ondanks de gevangenneming van hun voornaamste leiders, en ondanks de strafrechtelijke vervolging van drieduizend activisten en burgers. Of juist mede dankzij?