Media

Catastrofe

Volgens de wet van Godwin is de kans dat een internetdiscussie, als deze maar lang genoeg duurt, uitloopt op een vergelijking met Hitler, het nationaal-socialisme of een episode van het Derde Rijk, gelijk aan één. De ‘wet’, geformuleerd door Mike Godwin, een Amerikaanse jurist en internetpionier, dateert van 1990, dus nog voor het internet goed en wel tot ontwikkeling was gekomen. Het stoorde Godwin dat discussies op het net dreigden te ontaarden in retorisch geweld, waarbij verwijzingen naar de gruwelijke uitwassen van de jongste geschiedenis letterlijk fungeerden als ultiem argument: elk debat werd er effectief en definitief mee doodgeslagen.

Wie met enige regelmaat discussieforums op het web bezoekt, zal moeten vaststellen dat de wet van Godwin nog maar weinig van zijn geldigheid heeft verloren. Dat zegt evenwel niet alleen iets over de onverbeterlijkheid van een substantieel deel van de internetgebruikers, maar ook over de verankering, of, beter misschien: de onuitroeibaarheid van de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in het collectieve geheugen, in ieder geval in de westerse wereld. Anders gezegd: de verwijzingen naar het nazisme, zijn leiders en wandaden in digitale discussies vormen goed beschouwd niet meer dan het topje van een ijsberg. Dezelfde mechanismen doen zich namelijk ook gelden in brede, belangrijke politieke en maatschappelijke debatten.

Natalia Skradol, een Israëlische cultuurwetenschapper, spreekt in dat verband van een ‘catastrofevertoog’, waarbij maatschappelijke en politieke kwesties direct of indirect betrokken worden op de meest traumatische hoofdstukken uit de geschiedenis van het Derde Rijk. Zo wordt in euthanasiedebatten in verschillende landen telkens verwezen naar de moedwillige moord op geestelijk en lichamelijk gehandicapten ten tijde van het Derde Rijk, terwijl pro-life-bewegingen in de Verenigde Staten over abortus spreken in termen van een 'holocaust’ en de niet-geaborteerde kinderen derhalve aanduiden als 'survivors’ - alsof ze het kamp hebben overleefd.

Subtieler is de manier waarop dit catastrofevertoog zich doet gelden in het klimaatdebat. De terminologie is hier veelzeggend. Sceptici en tegenstanders worden door hun opponenten vaak aangeduid als 'global warming deniers’, naar analogie van de ontkenners van de holocaust: lieden die het naderend onheil niet onder ogen willen zien en de mensheid blootstellen aan een allesverzengende catastrofe. De associatie van 'global warming’ met hitte en verbranding, die ligt besloten in de aanduiding 'holocaust’ (brandoffer), versterkt de suggestieve werking van deze terminologie. De opwarming van de aarde is, zo bezien, een sluipende holocaust die de hele menselijke soort zal treffen.

Het lijkt niet gewaagd te stellen dat ook de snelheid, radicaliteit en unanimiteit waarmee Duitsland afgelopen maand kernenergie in de ban deed, verbonden zijn met de vitale aanwezigheid van de laatste wereldoorlog in het collectieve geheugen. De destructie van de kernreactoren in Japan lijkt deze herinneringen als ware te hebben getriggerd - juist in Duitsland, niet alleen de bakermat van de meest gruwelijke, industriële barbarij van de jongste geschiedenis, maar ook het belangrijkste slachtoffer van allesverzengende bombardementen, die steden in een vuurzee veranderden en tot de grond toe verwoestten.

Een belangrijk element in de vaak impliciete verbinding tussen actuele kwesties en vroegere catastrofes is het thema van zwijgen en wegkijken. Was de nazistische massamoord immers niet mogelijk gemaakt, juist door de passiviteit van de omstanders en slachtoffers, die, vaak tegen beter weten in, liever de ogen sloten en zich terugtrokken in hun eigen leventje? Dat is precies wat bijvoorbeeld de ontkenners en sceptici in het klimaatdebat wordt verweten - maar ook, op hun beurt, de voorstanders van kernenergie, abortus en euthanasie: ze kijken ernaar, maar grijpen niet in, ze weigeren over de toekomst na te denken.

Op zichzelf genomen is dit fenomeen niet nieuw. Zo fungeerde de Tweede Wereldoorlog ook ten tijde van de Koude Oorlog als belangrijkste les van de geschiedenis. Toen was het evenwel 'München’ dat een cruciale plaats innam: de conferentie in september 1938, waarbij Frankrijk en Engeland Hitler en Mussolini probeerden te apaiseren door de Tsjechische republiek op te offeren - om peace for our time veilig te stellen, zoals de later zo gehate Britse premier Chamberlain het uitdrukte. 'Nooit meer München’ zou decennialang dienstdoen als kompas voor de internationale politiek, om niet te zeggen als grondslag van de Navo.

Zo bezien weerspiegelt de opkomst van wat Skradol het catastrofevertoog noemt de verschuivingen in het collectieve geheugen aan de Tweede Wereldoorlog. Niet 'München’ maar de massale vernietiging fungeert vandaag als belangrijkste referentiepunt, of, in mediatermen, als master frame, het grotere, onderliggende kader dat richting geeft aan onze waarneming en ons spreken, soms expliciet, vaker impliciet. De wet van Godwin is niet meer dan een afgeleide daarvan.