Catch-22

Het is een slechte wereld om paranoïde in te zijn. Google kijkt in je achtertuin, Apple traceert je bewegingen, je internetgedrag wordt vastgelegd en doorverkocht en overal heb je een pas voor nodig. En nu blijkt ook dat de geheime dienst, aldus een uitgelekt geheim document, kan meeluisteren en meekijken in alle ‘e-mail, chat (zowel video als stem), video’s, foto’s, opgeslagen data, VoiP (internet-­telefoon), bestandoverdracht, video conferences, meldingen, login-codes en sociaal netwerk-details’ van burgers.

Medium commentaar 24 2013 catch 22

In de Verenigde Staten in ieder geval, waar afgelopen week een klokkenluider openbaarde op welke bijna ongelooflijke schaal de National Security Agency (nsa) al vele jaren haar burgers afluistert en volgt, mogelijk met medewerking van grote telefoon- en internetbedrijven.

Het meest schokkende aan deze massieve afluisterpraktijken is dat ze plaatsvinden onder een president die beloofde dat dit soort overtrokken maatregelen onder hem zouden verdwijnen. Dat is in ieder geval op te maken uit de reacties in de Verenigde Staten en ook in Europa. Iets ironisch heeft dat wel, want Obama werd juist onder meer verkozen dankzij een ongekend diepgravende analyse van persoonsgegevens in bepaalde Amerikaanse staten, die zijn campagneteam in staat stelden om hun potentiële kiezers te identificeren. Maar het was inderdaad het koppel Bush-Cheney dat steeds uitdroeg dat de Amerikanen wat vrijheid moesten inleveren als ze de rest van hun vrijheid wilden beschermen. Obama stelde dat zij hierin te ver waren gegaan.

Als president heeft Obama altijd toegegeven dat overheids­diensten in het geheim burgers volgden en afluisterden. Zorgen hierover bezwoer hij met de frase dat zijn regering ‘een balans’ afwoog tussen veiligheid en privacy. Vanwege het noodzakelijke geheim kon hij niet specifieker zijn, maar hij vroeg zijn burgers steeds om vertrouwen dat hij en zijn regering de juiste maat hielden. Juist die strategie breekt hem nu op. Het afluisterschandaal wordt bijgezet op een groeiende stapel twijfels over Obama bij zijn achterban. Er is al vaak vastgesteld dat de ‘kandidaat van de hoop’ veel van zijn glans kwijt is, en in verschillende Amerikaanse media valt de vrees te lezen dat de president van de grootste hoop misschien wel de grootste teleurstelling wordt (zie ook het artikel op pagina 14 over Obama’s buitenlandse politiek).

Dit afluisterschandaal kan niet alleen een mijlpaal worden voor de publieke opinie over Obama, maar ook voor die over privacy. Ruim een decennium was de communis opinio in westerse landen dat privacyverlies een klein offer was, afgezet tegen de terreurdreiging. Maar 9/11 was twaalf jaar terug, Bin Laden is dood, en snelkookpanterrorisme boezemt minder angst in dan vliegtuigen.

Het beangstigende aan dit afluisterschandaal is dat het lijkt alsof het er niet toe doet wat de communis opinio is. Je kiest een ander soort president – en wat maakt het uit? De wet biedt geen uitkomst. De afgelopen jaren spanden enkele Amerikaanse bedrijven en burgers rechtszaken aan waarin ze aantoonden afgeluisterd te zijn. Maar de rechter achtte niet bewezen dat zij concrete schade hadden geleden, en gelastte daarom geen einde aan het afluisteren. Het is een klassieke Catch-22: je weet niet precies wat er gebeurt, en je hebt dus geen recht om het te weten of te eisen dat het ophoudt. Is het in Nederland beter? Er zit waarschijnlijk maar één ding op: we kunnen het vragen. En met het antwoord zullen we het dan moeten doen.