Catherine megret

Van politiek actieve vrouwen moet het Front National weinig weten, maar als de tijd van de grote schoonmaak daar is komen ze soms goed van pas. Vooral als ze lief lachen en roze sjaaltjes dragen. Ruim baan dus voor madame Mégret. En niet te vergeten voor haar echtgenoot.
TERWIJL HAAR MAN Bruno Mégret op maandagochtend bezig was zijn ‘mars naar het stadhuis’ met veel bombarie te voltooien, genoot Catherine Mégret van haar welverdiende rust. En terwijl hij, omringd door een legertje mannen, op hoge toon eiste dat het stadhuis zo snel mogelijk door de socialisten werd ontruimd, draaide Catherine zich nog eens zalig om.

Had zij niet de dag ervoor de verkiezingen in het Zuidfranse stadje Vitrolles gewonnen? En had zij op die manier niet de weg vrij gemaakt voor haar man, die nu toch wel zeker de eerste opvolger in lijn van de grote Le Pen moest zijn?
Het roze sjaaltje dat zij de vorige dag triomfantelijk had gedragen hing vredig over een stoel in haar slaapkamer. Buiten haalde Bruno met plezier de strop aan die al jaren om de nek van de Vitrollais hing. Alleen zo, zo stelde hij, zou alle onzuiverheid, alle verontreiniging uit Vitrolles kunnen worden geblazen. Ja, riepen zijn partijgenoten, hun eerste werk kon je vergelijken met dat van een reinigingsdienst of een rattenverdelgingsbedrijf. Het zou een hele klus worden.
JE VRAAGT JE af hoe Catherine Mégret ooit in zo'n onzalig oord als Vitrolles verzeild raakte. Ze werd immers een kleine achtendertig jaar geleden geboren in het XVIde arrondissement van Parijs. Het centrum van het centrum van Frankrijk, kortom van de wereld. De rustigste bourgeois-wijk van Parijs waar alles rijkdom ademt. Hoe anders dan de armoede van Vitrolles, waar alle socialistische utopieën tot een treurig, bijna emblematisch einde lijken te zijn gekomen. Waar de economische depressie en de grootheidswaan van links het ooit aantrekkelijke stadje hebben omgetoverd in een boomtown. Waar men ’s avonds na zevenen maar beter niet op straat kan komen. Waar de vriendjespolitiek en de ‘grote projecten’ van de linkse burgemeester Anglade, de buitensporige werkloosheid en de problemen tussen de rassen het gevoel van cohesie tussen de burgers tot een minimum hebben doen dalen.
Ziedaar precies de redenen waarom deze vrouw, die door Le Pen als 'zeer plezierig en charmant’ wordt omschreven, haar opwachting heeft gemaakt in Vitrolles. Ofschoon Le Pen niet direct een voorstander is van 'de arithmetica der seksen’ - vrouwen zijn volgens hem minder tot politieke strijd in staat dan mannen - was zij, Catherine Mégret, de ideale aanvoerder van de lijst Allez Vitrolles! Catherine Mégret: op het eerste gezicht vriendelijk en toch goed van de tongriem gesneden; beschaafd door afkomst maar als de omstandigheden het vereisen een viswijf; gestudeerd en toch van het volk, het Franse volk wel te verstaan; en ten slotte een vrouw en dus een vleesgeworden feministe, ook al stelt zij zich in dienst van haar man.
Vanwege die uiteenlopende kwaliteiten zou zij van alle kanten, van links en rechts, stemmen kunnen trekken. Zij was het ideale front voor het Front National. Bovendien niet ambitieus: al voor de verkiezingen zei de nieuwe burgemeester van Vitrolles dat zij zich nooit meer verkiesbaar zou stellen. Ze heeft namelijk een zoontje van ruim drie jaar. En wat is er belangrijker in roerige tijden waarin niets zeker is, dan de zorg voor de eigen, blanke, zuiver Franse familie? Hoe kan de 'ambassadrice van de Vitrollais’ voor haar bevolking zorgen als zij dat niet voor haar kind kan?
VAN VADERSKANT stamt Catherine Mégret af van Wit-Russen die in de jaren twintig het Rode Rusland moesten verlaten. Het was van oorsprong een joodse familie, een feit dat niet wordt verzwegen, er is immers voor bijna iedereen plaats in het Front National. En was Hitler niet zelf…? Haar moederskant is echter toch wat verkieslijker, wat blanker nog dan de Witrussische afkomst, want Frans-Luxemburgs.
Na haar eindexamen en een ruzie met haar ouders studeerde Catherine aan de universiteit van Cambridge. Terug in Frankrijk werkte ze als chef publiciteit voor het tweemaandelijks zeiltijdschrift Régate. In die kringen van natuurliefhebbers werd ze in 1990 voorgesteld aan Bruno Mégret, die ooit aan de fameuze Ecole Polytechnique en aan de universiteit van Berkeley studeerde, maar die nu bekendheid geniet als 'de kleine Goebbels’.
Bruno Mégret geldt sinds enkele jaren als de grote technocraat van het Front National. Nu is die partij eigenlijk niet van technocraten gediend, maar wanneer er moet worden geruimd, komen dergelijke lieden toch van pas. Opruimen is immers in de eerste plaats een logistiek karwei. Misschien ook daarom dat Le Pen de dood van zes miljoen joden ooit een detail in de geschiedenis heeft durven noemen, een aantal pennestreken. En met pennestreken maakt men kennelijk geen vuile handen.
Als technocraat en intellectueel heeft Mégret onder zijn partijgenoten niettemin geen goede naam. De lepénisten verafschuwen immers de bureaucratie en de afstandelijkheid van de huidige republikeinse regering en van het voorafgaande socialistische regime van Mitterrand. Van het idee dat de wereld almaar technocratischer wordt en dat het gewone volk steeds verder van de macht vervreemd raakt, heeft Le Pen zelfs een zeer aansprekend programmapunt gemaakt. Bijna erger dan de 'vloedgolf van immigranten’ is volgens hem de kloof die gaapt tussen de machthebbers met hun computerbeeldschermen en de nieuwe analfabeten, de tallozen die de ontwikkelingen in de communicatie niet meer (denken te) kunnen volgen. Tegenover die technocraten met de computer als symbool stelt Le Pen eenvoudige, zuivere weldenkendheid, wat velen aanspreekt. Een en een is twee, en waar een buitenlander is, komen er meer. Men moet Le Pen niet onderschatten. Hij weet gevoelige snaren feilloos te vinden.
WORDT BRUNO MEGRET in eigen kringen met enige argwaan bezien, in socialistische kringen kan men zijn bloed wel drinken - men doet het alleen niet. De geuzennaam 'intellectueel’ is immers sinds Dreyfus voorbehouden aan linkse denkers. En met het idee dat het mogelijk is een rechtse of zelfs een extreem-rechtse intellectueel te zijn kampen de mannen van links al jaren, in onbegrip. Maar tot voor kort reageerden ze nauwelijks, want ook zij maken liever geen vuile handen.
Wat kon de weinig geliefde Mégret dus beter doen om zichzelf bij links en rechts te promoten dan zijn lieve vrouw getooid met roze sjaaltje naar voren te schuiven voor de verkiezingen in Vitrolles? Ook voor hem geen beter front dan Catherine. Ze is gewapend met een eeuwige glimlach, maar zij deinst er niet voor terug om tijdens een verkiezingsbijeenkomst op een zwarte vrouw met geblondeerd haar te wijzen en op te merken: 'Kijk daar eens dat domme blondje dat haar ras verloochent.’
Catherine Mégret is voor zowel het Front National als haar man het uithangbord, een schaamlap, een doekje voor het bloeden.
Want zoveel is duidelijk: velen zullen moeten bloeden in Vitrolles.
In de jaren zestig groeide Vitrolles uit van een klein dorp tot een stad 'met onbegrensde mogelijkheden’. Tal van industrieën kozen Vitrolles als vestigingsplaats. Arbeiders uit Marseille en Lyon zagen in het landelijke Vitrolles een ideale woonplaats. Maar tijdens de recessie van de jaren tachtig trokken alle rijken en gestudeerden, zij dus die het zich konden permitteren, weg naar aangenamer dorpen in de omgeving. Bleef over een stad vol werklozen, met lege industrieterreinen, een lege schouwburg, lege sportplaatsen. Met een uitgekiende campagne tegen de 'schuldigen’ - de socialisten, Parijs en de buitenlanders - heeft het Front National sinds ruim een jaar oorlog gevoerd, gebruik makend van de agitatietechnieken waarvan de nazi’s zich in de jaren twintig bedienden. Schuldigen worden dus geschapen en nagewezen, ellende wordt in krantjes uitvergroot, haat wordt aangewakkerd, relletjes en vijandelijkheden worden uitgelokt.
Het Front National installeert zich daar waar pijn is en waar iets woekert, en van die woekering wordt een eenvoudige, eenzijdige, zij het niet geheel onjuiste analyse gemaakt. Eerste en aansprekende remedie is vervolgens het vertrek van buitenlanders, Arabieren, joden, zwarten. Voor die schoonmaakactie is ditmaal een vrouw gekozen, want een land is tenslotte zoiets als een huis. Je hebt de eigen familie, je hebt soms vrienden over de vloer, maar er is nu eenmaal geen plek voor iedereen. Je hebt het eigene en het andere. En een goede moeder houdt regelmatig grote schoonmaak, anders worden de kinderen ziek.