Economie

Catshuis

Opnieuw staat Nederland voor een majeure bezuinigingsoperatie. Sinds ik intellectueel de ogen opende en kranten begon te lezen, zijn we aan het bezuinigen. Op drie, vier heerlijke paarse lentes in de jaren negentig na.

Het begon met Bestek ’81 en stakende ambtenaren, werd voortgezet door Ruud-‘Nederland is ziek’-Lubbers en het WAO-debacle, mondde uit in het ‘eerst het zuur dan het zoet’ van Balkenende III en bracht in 2010 een minderheidskabinet dat toezegde achttien miljard euro van de overheidsuitgaven te zullen afsnoepen. En daarbovenop dus nog een slordige vijftien miljard euro om in 2013 te voldoen aan de Duitse dominatrix.

En waarom? Ik zeg het Paul de Grauwe graag na: er zijn geen goede wetenschappelijke argumenten voor een begrotingslimiet van min drie procent. Omgekeerd zijn er goede argumenten om in een ontschuldingsrecessie niet te bezuinigen. Precies daarom zitten in die vermaledijde Nederlandse begrotingssystematiek anticyclische stabilisatoren ingebakken. Als de economie krimpt en burgers minder verdienen en uitgeven en meer ontvangen, schiet het huishoudboekje van de staat door minder inkomsten en meer uitgaven vanzelf in het rood. En als de economie groeit, burgers meer verdienen en uitgeven, en minder uitkeringen krijgen, schrijft de staat door hogere inkomsten en lagere uitgaven vanzelf zwarte cijfers. De CPB-projecties laten zien dat als we niets doen we in 2015 al weer op een tekort van drie procent zitten.

En de staatsschuld dan? Die schiet bij ongewijzigd beleid inderdaad naar 76 procent. Onderzoek leert echter dat staten zich pas bij een schuld van negentig procent zorgen hoeven te maken. Belangrijk is verder wat je ermee doet. Het maakt nogal wat uit of je het consumptief besteedt aan uitkeringen, ontwikkelingssamenwerking of topsectoren of dat je het investeert in menselijk kapitaal. Zeker nu Nederland een rente betaalt van 2,3 procent op tienjarige leningen. Dan ben je een dief van je portemonnee als je niet vijf tot tien miljard euro investeert in pedagogisch uitmuntende staatscrèches die alle Nederlandse kinderen van één tot vier drie dagen per week verplicht bezoeken. Volgens Nobelprijswinnaar Heckman levert je dat vier procent op.

Maar goed, stimuleren is een gepasseerd station; sinds de Griekse crisis zijn we allemaal horig aan Brussel geworden. Of zoals Klaas Knot in het jaarverslag van DNB liet optekenen: ‘In beginsel zou het wenselijk zijn de automatische stabilisatoren hun vrije loop te gunnen… Maar die beleidsruimte is verbruikt.’ Bezuinigen of hervormen – dat is dus de kwestie.

Van de bezuinigers hebben we nog niet veel intelligents vernomen. Ja, een miljard kan er van ontwikkelingssamenwerking af. Dat is niet ingegeven door een leidende gedachte over hoe een 21ste-eeuwse staat eruit zou moeten zien, maar door domme linksnijd. Net als de bezuinigingen op cultuursubsidies, natuurbeleid en windenergie uit het eerdere pakket.

Begrijp me goed. Ik heb niets met ontwikkelingssamenwerking. Futiel, pervers en paternalistisch – schrappen. Maar dat geldt net zo goed voor rechtse hobby’s. Waarom moet de belastingbetaler meebetalen aan betaald voetbal, amusementsprogramma’s bij de publieke omroep of investeringen in wegen voor een vervoermiddel dat ten dode is opgeschreven? En dan nog, het levert nooit de vijftien miljard bloedgeld op die Berlijn wil zien.

De hervormers hebben de bek vol van achterstallig onderhoud, modernisering, een nieuwe verzor­gingsstaat, en kijken dan naar arbeidsmarkt, hypotheekrenteaftrek en pensioenen. Nog afgezien van de vraag of al deze ‘moderniseringen’ nodig zijn (waarom de ontslagbescherming versoepelen als de Nederlandse arbeidsmobiliteit al een van de hoogste ter wereld is?), is het zeer de vraag of ze bezuinigingen opleveren (wat schiet de staat op met lagere WW-uitkeringen die worden opgebracht door sociale partners?), dat op tijd doen (levert hervorming van de huizenmarkt morgen bezuinigingen op, if at all?) of onder staatsverantwoordelijkheid vallen (gaat de staat over de pensioengerechtigde leeftijd?).

Dan Knots verdwenen beleidsruimte. Het ministerie van Financiën schermt met plaatjes die kostenstijgingen in de zorg van twaalf procent in vier jaar suggereren. Daar zit in een vergrijzende en ontgroenende samenleving als de Nederlandse inderdaad de pijn. Wat te doen? Breek het monopolie van peperdure specialisten door alleen vrouwen toe te laten en iedereen ambtenaar te maken – geen probater middel tegen salariskosten dan feminisering en bureaucratisering van een professie. En introduceer een basisverzekering voor basiszorg tegen basisprijzen voor allen en sta luxeverzekeringen voor luxezorg tegen luxeprijzen toe voor wie wil en kan. Maar ook dat is voor straks.

Resteren lastenverzwaringen. Ik voorspel linksnijdige kortingen op ontwikkelingssamenwerking en regressieve btw-verhogingen – en per saldo een grotere publieke sector. Om je vingers bij af te likken!