Archetypen in de Britse politiek

Cavaliers en roundheads

Moderne Engelse politici zorgen ervoor dat ze er netjes en gezond uitzien. Des te groter de heimelijke bewondering van het volk voor de onbekommerde Dik Troms.

Medium patrick

De mooiste weddenschap die de Engelsen bij hun gokkantoren kunnen afsluiten, luidt als volgt: ‘Na hoeveel minuten dommelt Kenneth Clarke weg?’ De minister van Justitie staat erom bekend dat hij zijn ogen dicht kan houden in het parlement, of het nu gaat om de presentatie van de begroting, een debat over Europa of een toespraak van de bezoekende Barack Obama. Sterker, zelfs bij zijn geliefde cricketsport heeft hij soms behoefte aan een dutje. Eind mei publiceerden Engelse kranten een fotoreeks waarop te zien is hoe de zwaarlijvige, sigaren rokende Conservatief na een diepe gaap in slaap valt op het balkon van het cricketpaviljoen. Zijn schoenloze rechtervoet bungelt door het hekwerk heen. Moralisten ter linker- en rechterzijde van het politieke spectrum reageerden geschokt en stelden de belangrijkste vraag van onze tijd: ‘Moet hij niet werken?’

De zeventigjarige Clarke behoort tot een bedreigde diersoort in de politiek: de cavalier. Deze term verwijst naar koningsgezinde troepen die tijdens de Engelse burgeroorlog in de zeventiende eeuw vochten tegen de puriteinse Roundheads van Oliver Cromwell. Aanvankelijk was ‘cavalier’ een scheldwoord, maar al snel werd het door de aanhangers van koning Karel I gebruikt als geuzennaam. Vandaag de dag worden mensen die regels niet al te nauw nemen en de vermeende ernst van bepaalde situaties niet op juiste waarde schatten uitgemaakt voor ‘cavaliers’. Het zijn de rekkelijken, de vrijbuiters en levensgenieters. Belangrijk is dat ze ook zichzelf niet al te serieus nemen. In politiek opzicht zijn ze eerder rechts dan links, in religieus opzicht eerder katholiek dan protestant en in culinair opzicht eerder omnivoor dan vegetarisch.

Dat laatste leidt ertoe dat ze vaak dikker zijn dan de Roundheads. De genoemde Kenneth Clarke heeft een dikke pens, maar moet het afleggen tegen zijn partijgenoot Nicholas Soames, de kleinzoon van Winston Churchill die in de wandelgangen van het parlement bekendstaat als ‘Fatty’. Zijn ex-vrouw zei ooit een beetje onaardig dat seks met hem voelt als het verpletterd raken onder een klerenkast waar de sleutel nog insteekt. Net als zijn opa is Soames, voor wie de herenclub Pratts een tweede woning is, een cavalier in hart en nieren, eentje die met lede ogen toeziet hoe de hiërarchische, traditionele samenleving van weleer wordt vervangen door een ruwe, wat platvloerse consumptie­maatschappij naar Amerikaans model. Kijk alleen al naar de City, waar de urenlange lunches van herenbankiers zijn vervangen door dining al desko van de vlotte jongens voor wie bankieren een roulettespel is.

Enige last van obesitas heeft, ondanks zijn liefde voor fietsen, ook de cavalier onder de jonge generatie Britse politici: Boris Johnson. Als anarcho-conservatief heeft hij een cavaliere houding tegenover van alles en nog wat: van deadlines, ethiek, kleding, het huwelijk, verkeersregels, zijn kapsel, het geloof, het waarheidsgehalte van artikelen, tot zijn eigen politieke filosofie. Het heeft hem de nationale status van troeteldier bezorgd. Zozeer zelfs dat zijn naam steeds vaker wordt genoemd als toekomstige premier. De populariteit van met name Clarke en Johnson heeft te maken met de kleurloosheid van veel andere politici met hun onberispelijke pakken, hun weinigzeggende uitspraken en hun afgetrainde lichamen, de Roundheads die als een kip zonder kop rond­lopen, opgejaagd door krantenkoppen en de jongste koersen van de politieke gokkantoren.

De machtsovername van de Roundheads valt te traceren in de jaren tachtig. Haar man Denis mocht dan een typische cavalier zijn – een kettingrokende flierefluiter wiens dag niet compleet was zonder rondje op de golfbaan – Margaret Thatcher zelf was bloedserieus. Bij haar vielen inhoud en vorm samen. Thatchers strak omlijnde politieke filosofie werd gesymboliseerd door haar rigide kledingkeuze (kleur bepaalde haar gemoedstoestand), haar calvinistische arbeidsethos, haar glasheldere intonatie en haar vastberaden houding, terwijl haar ‘ogen van Caligula en mond van Monroe’ niet alleen François Mitterrand, maar ook Ronald Reagan en Christopher Hitchens deden smelten.

Na de regeerperiode van de huisvrouw des vaderlands was het tijd voor een intermezzo. Dat werd verzorgd door John Major, die de uitstraling had van een nette bankbediende van het plaatselijke Barclays-filiaal. Hij was het accepta­bele gezicht van het bankwezen. Dat was ook de manier waarop Major politiek bedreef: keurig op de winkel passen en na sluitingstijd snel nog even naar het cricket om de laatste balwisselingen mee te pikken. Het was een stilte voor de storm die werd veroorzaakt door de Roundheads van New Labour. Goed, Tony Blair zelf had zijn cavaliere kwaliteiten (verbrand gezicht, liefhebber van goede wijn, digibeet, eeuwige grijns, stiekem oog voor vrouwelijk schoon), maar zijn gevolg bestond grotendeels uit geheelonthoudende, technocratische betuttelaars. De serieuze, nagelbijtende en chagrijnige Gordon Brown was een treffend slotakkoord.

De ‘incredible sulk’ werd uit Downing Street verdreven door twee kostschooljongens die een politiek homohuwelijk aangingen, David Cameron en Nick Clegg. Deze politieke yuppen vertegenwoordigen de nieuwe generatie: familievriendelijk, ondernemend, dol op gezond eten, berekenend, behendig met sociale media en bovenal sportief. Dat laatste geldt met name voor Cameron. De Engelsen zien hun premier bijkans vaker in korte broek dan in pak. Telkens wanneer er politieke problemen dreigen, rent hij naar de kledingkast om korte broek en T-shirt aan te trekken, terwijl zijn persmensen de verzamelde media inschakelen. De Plato van Downing Street gaat trimmen in St. James’s Park, komt allen tezamen. En daar is hij, Cameron met zijn bleke benen, gezonde geest in gezond lichaam, de natie tonend dat hij fit genoeg is om leider te zijn. Maar veel kiezers herkennen zich meer in de gezette cavalier Clarke, die zich geen zorgen maakt over zijn imago en ongegeneerd ligt te slapen na een goede lunch.


Beeld: Cavaliers en roundheads, 17de-eeuwse prent. Courtesy Bridgeman Art Library