Verkiezingen 2003

CDA gijzelt zichzelf

In de peilingen is een meerderheid voor CDA en VVD al lang niet meer zeker en ook inhoudelijk ontstaan er scheurtjes. Toch houdt het CDA vast aan zijn voorkeur voor regeren met de VVD. Waarom toch? Kamerlid Van de Camp: «We hebben een mooi strategisch akkoord gemaakt en willen dat graag uitvoeren.»

Oktober vorig jaar. Het kabinet-Balkenende is koud gevallen of de voorzitter van de CDA-kamerfractie, Maxime Verhagen, pleit voor voortzetting van de regeringscoalitie met de VVD. Zonder de Lijst Pim Fortuyn moet na de verkiezingen van 22 januari alsnog het strategisch akkoord worden uitgevoerd, vindt hij. Dit akkoord moet in de ogen van Verhagen zelfs inzet zijn van de verkiezingen.

Het wordt hem door zijn eigen partij niet in dank afgenomen. Vooral op de linkervleugel opererende CDA-leden laten andermaal blijken zich weinig te kunnen vinden in het met LPF en VVD afgesloten strategisch akkoord en de val van het kabinet juist te willen aangrijpen voor een socialer beleid. De toon van het door informateur Donner opgestelde akkoord mocht dan wel typisch CDA zijn, voor het overige vonden de meer kritische geesten in christen-democratische gelederen in de tekst maar weinig van hun gading terug. Vooral de geringere belangstelling voor milieu, voor ontwikkelingssamenwerking en de aanscherping van het asielbeleid streken ook veteranen als oud-fractieleider Aantjes en oud-premier Van Agt tegen de haren in. Terwijl de VVD van Dijkstal de verkiezingen flink verloren had, leek onderhandelaar Gerrit Zalm aan tafel bij Donner te hebben gewonnen.

Op de CDA-Partijraad van 2 november werd fractievoorzitter Verhagen tot de orde geroepen: alleen het CDA-program zelf kan uitgangspunt zijn van een verkiezingscampagne. «We gaan uit van onze eigen kracht», liet hij de partijkrant ter geruststelling opschrijven. «De uitspraak van Verhagen was natuurlijk een pijnlijke vergissing die moest worden rechtgezet», zei Arie Oostlander, voor het CDA lid van het Europarlement.

Desondanks is er in de voorkeur van de CDA-top sinds de val van het kabinet weinig veranderd. In formele zin wordt geen enkele partij uitgesloten, maar uitgangspunt is dat de coalitie met de VVD wordt voortgezet. Afhankelijk van de grootte van de christen-democraten in verhouding tot de liberalen zal het strategisch akkoord op enkele punten kunnen worden aangepast, maar de uitgangspunten blijven dezelfde. «De sfeer tussen ons is goed, waarom zouden we dan ophouden? We hebben een mooi strategisch akkoord gemaakt en we willen dat nog altijd graag zo optimaal mogelijk uitvoeren», zegt kamerlid Wim van de Camp ondanks de eerdere uitglijder van Verhagen.

De in eigen kring geuite bezwaren tegen het akkoord deelt Van de Camp niet. «Het is vanzelfsprekend een compromissoir stuk en op de dag dat het kabinet viel, hadden we sterker het gevoel dat het akkoord inzet van de campagnes moest zijn dan nu de verkiezingsstrijd is begonnen. Maar nog altijd zie ik erg veel belangrijke elementen van ons terugkomen in het akkoord.» Waar de nestor van de CDA-fractie op doelt? «Op de veiligheidsparagraaf bijvoorbeeld. Die komt bijna integraal van ons», meent Van de Camp.

Voorwaarde voor een tweede kabinet-Bal kenende met de VVD is een parlementaire meerderheid. Want een minderheidskabinet, of een zakenkabinet, waar partijcoryfeeën als Elco Brinkman en Dries van Agt in de media op preludeerden, is niet aan de orde. «Gegeven de behoorlijke agenda die er ligt, moet je een stevige parlementaire meerderheid hebben», meent Ab Klink, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA en vertrouweling van Balkenende.

Maar of de twee partijen woensdag 22 januari wel tot een meerderheid komen, lijkt steeds minder zeker. De VVD profiteert vooralsnog niet of nauwelijks van het te verwachten verlies van de LPF en het CDA profiteert hiervan nog niet voldoende om op eigen kracht de meerderheid met de VVD zeker te stellen. D66 heeft weliswaar aangeboden CDA en VVD aan een meerderheid te willen helpen, maar afgaande op de laatste peiling van Maurice de Hond is zelfs deze driepartijencoalitie met totaal 75 zetels niet goed voor een meerderheid. En hoewel Balkenende ondanks zijn voorkeur voor een «stabiel kabinet van twee partijen» een nieuwe samenwerking met de LPF niet zegt uit te sluiten, brengt ook deze coalitie op basis van die laatste peiling van De Hond geen uitkomst.

Bij het eerste verkiezingsdebat, vorige week vrijdag uitgezonden door RTL4, zaten de lijsttrekkers Balkenende en Zalm gebroederlijk naast elkaar. Waar aan gene zijde van de discussietafel Jan Marijnissen (SP) en Wouter Bos (PvdA) ook onderling nog enige punten hadden uit te spelen, bleef het coalitieblok ongeschonden. Op geen enkel thema bleek tussen de coalitiepartners een uitgesproken verschil van mening. VVD-leider Zalm onderschreef weliswaar de boude stelling «Nederland is vol», terwijl Balkenende de vraag ontweek. «Ik kijk wel uit om daar ja op te zeggen», glimlachte de demissionaire premier. De gezien de peilingen weinig reële kandidatuur van Zalm voor het premierschap kan evenmin een aanval genoemd worden die een vernietigende bres heeft geslagen in de coalitie.

Sinds enkele dagen zijn in het blok CDA-VVD echter kleine scheurtjes waarneembaar. De beroerde economische vooruitzichten nopen partijen met «ombuigingen» te komen: miljardenbezuinigingen waarbij de afzonderlijke politieke aandachtspunten meer uitgesproken over het voetlicht komen. De 8,5 miljard euro die de VVD wil besparen, wordt vooral weggehaald bij CDA-stokpaardjes als ontwikkelingssamenwerking, de WAO en de levensloopregeling. Meer geld dan in het regeerakkoord geeft de partij aan «veiligheid». Voor het CDA is dit, in de woorden van Balkenende, «onacceptabel». Het zal hem niet nogmaals gebeuren dat voor de achterban (en het middenveld!) belangrijke sociale items verloren gaan. Wat ontwikkelingssamenwerking betreft: het CDA wil niet alleen het percentage van 0,8 van het BNP behouden, de partij wil ook het verloren ministerschap terug. Een «harde eis», zei de beoogd CDA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne onlangs nog in een interview. Ook in een ander oud VVD-plannetje, het afschaffen van de Onroerende Zaak Belasting, een kostbare lastenverlichting waarover in het strategisch akkoord nog overeenstemming is gevonden, ziet het CDA weinig heil.

Natuurlijk, het is campagnetijd. Partijen, en na het slecht verlopen eerste verkiezingsdebat ook CDA en VVD, proberen zich iets meer ten opzichte van elkaar te profileren. En natuurlijk, in de jaren tachtig, toen bezuinigingen aan de orde van de dag waren, kwamen CDA en VVD er ook altijd samen uit. Toen echter hadden liberalen en christen-democraten samen ruim tachtig zetels in de Tweede Kamer. En dat vooruitzicht is er vooralsnog niet. Met de zo expliciete voorkeur voor regeringssamenwerking met de VVD houdt het CDA zichzelf al met al anderhalve week voor de verkiezingen in gijzeling. Waarom wil Jan Peter Balkenende toch zo graag door met Gerrit Zalm?

Ab Klink van het wetenschappelijk bureau houdt het in de eerste plaats op «hoffelijkheid». Klink: «Je bent samen een samen een half jaar geleden aan dit project begonnen en dan ligt de bewijslast eigenlijk eerder bij het niet kunnen slagen van voortzetting van deze coalitie.» Europarlementariër Arie Oostlander beaamt dit: «We hebben net een begin gemaakt om met die club een coalitie te vormen en in het kabinet hebben we met hen geen problemen gehad. Dan heb je geen goede grond om te zeggen dat je niet door zou gaan. Alleen de LPF is er debet aan dat het kabinet is gevallen, de VVD niet. In principe blijven ze dan eerste keus. Ik ben zelf niet iemand die primair naar de liberalen zou kijken, maar eigenlijk is het wel logisch dat je door wil als je net tot overeenstemming bent gekomen. Voorspelbaarheid, daar houden we van.» Daarbij, zegt Oostlander, is er een groot verlangen naar een kabinet «dat eens iets gaat doen». «Gewoon regeren, dat is wat de MP wil. Om praktische redenen is het daarom gewoon handiger door te gaan met de VVD. De onderhandelingen zijn dan sneller klaar.»

Voor de VVD zijn er weinig andere mogelijkheden dan regeren met het CDA. De partij sluit de PvdA en de oprukkende SP categorisch uit voor regeringssamenwerking. Het CDA, terug in het centrum van de macht, kan voor een meerderheidscoalitie van twee partijen ook met de PvdA in zee. Het CDA sluit de partij van Wouter Bos althans niet uit. Maar de voorkeur voor de VVD blijft. Oostlander: «Eigenlijk was de afgelopen decennia de overlap in ideeën groter met de PvdA dan met de VVD, maar het is altijd moeilijk gebleken met ze te onderhandelen. Die vreselijk arrogante onderhandelingsstijl van de PvdA, waarbij iemand die niet links is zich daarvoor moet rechtvaardigen — daar loopt het altijd op stuk.»

Ook om programmatische redenen houdt het CDA vast aan de voorkeur voor de VVD. Klink: «Er moet in Nederland op het gebied van vooral de WAO, de zorg en de veiligheid veel gebeuren dat enige doortastendheid vergt. Die doortastendheid is op dit moment meer aanwezig bij de VVD dan bij de PvdA. Onder Paars zijn toch veel dingen blijven liggen. Als wetenschappelijk bureau hebben we indertijd veel kritiek gehad op met name de sociale infrastructuur. De intenties van het CDA met hervorming van de zorg, maar ook rond de WAO en het integratiebeleid, liggen sterk in het sociale vlak. Wij willen de zorg hervormen om die voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Paars is hier niet uitgekomen.»

En dus zal het CDA er alles aan proberen te doen om op 22 januari samen met de VVD ruim boven de 75 zetels uit te komen. Klink verwijst naar Duitsland, waar het met de sociaal-democraten van Schröder ook lastig blijkt om «belangrijke maatschappelijk thema’s voortvarend aan te pakken». De neiging tot staats sturing blijft, vindt Klink. Ook anderszins kan Duitsland een voorbeeld zijn, zegt hij. «‹Een meerderheid is een meerderheid› — zei Schröder dat niet?»