Ceci est un kunstkop (10)

Het maakt allemaal niets uit.
Op de vraag: Kunst waarom? heb ik geen bevredigend antwoord gekregen.
Waarom? Daarom! Begrippen als kwaliteit, techniek of, vager, ‘zeggingskracht’ kun je nog wel ontleden. Je kunt van al die begrippen de effecten merken, maar waarom je die kwaliteit nodig hebt, valt niet te bedenken.

Waarom kunst? Omdat anderen er mee aan de haal kunnen gaan en er aan kunnen verdienen - dat komt nog het dichtste bij.
Mozart is een deuntje onder een automerkreclame, zoals Mahler dat ook is geworden en Nessun dorma ook al.
Kunst is er voor anderen.
Voor de kunstenaar is alleen de weg naar zijn kunst interressant, al is die altijd slecht betaald.
Maar als dat zo is, waarom zijn amateurs dan altijd zo ontevreden? Waarom is de man of vrouw die een boek heeft geschreven en dat niet uitgegeven krijgt, ongelukkig? Omdat weliswaar de weg naar dat boek of dat schilderij belangrijk is, maar het bestaat pas via de ander. Een ander moet het lezen en ernaar kijken en bij de ander moet het effect sorteren. En die ander mag geen bekende zijn, want dat is niet echt een ander. Het moet een volstrekte anonymus zijn die pas later een gezicht krijgt. Kunst is namelijk tevens verleiding - en je wilt als kunstenaar zien of het je lukt de ander te verleiden.
Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik de actualiteit ga loslaten en dat het me niets meer kan schelen. De moderne Nederlandse literatuur? Liever Oblomov voor de zoveelste keer, Elsschot, Nescio, Van het Reve, Reve, F.B. Hotz, Maarten ’t Hart en J.M.A. Biesheuvel. De moderne beeldende kunst? Liever De Stijl, wat schilders en beeldhouwers die niemand kent van vijftig, zestig jaar geleden.
De moderne film? Ja, als ze uit Italie, Frankrijk of Engeland komen. Wat uit Amerika komt, sla ik over, op een enkele uitzondering na.
Naarmate je ouder wordt, kun je beter leven met de paradoxen die je vroeger verwarden. Het lukt me ook verhevener te zijn, naarmate ik platter word - en andersom.
Kunst waarom? ‘Als jij zoveel leest, als jij altijd maar met je neus in de boeken zit en zo van poezie houdt, waarom schrijf je dan niet beter?’ vroeg mijn vader wel eens. Of je tussen duim en middelvinger de keel van een muis dichtknijpt - en houdt.
In die tijd voelde ik me net geniaal en dacht ik dat ik alles begreep, want ik filosofeerde altijd met mezelf. Maar die opmerking drukte me met m'n neus in m'n eigen stront.
Hij heeft gelijk, dacht ik - en nog steeds durf ik zijn naam niet midden in een zin te zetten uit angst dat ik hem dan met een hoofdletter schrijf.
Hij heeft gelijk.
Is kunst wraak nemen? Ook. Is het liefde bedrijven? Ook. Is kunst 'klotezooi’? Ook.
Dit is geen pijp, en dit is wel een kunstkop. Ik ben m'n eigen kunstkop geworden.
Ik hoor mijn dochter op haar dwarsfluit spelen - ze speelt iets na van de radio.
Mijn buurvrouw is in haar atelier bezig met schilderen.
Mijn vriendin maakt een schetsonderwerp. Mijn moeder schrijft gedichten.
En mijn tekstverwerker staat altijd aan.
Mijn vader is dood.
Ik kan ongeluk zo beschrijven dat het als zoemend geluk op u afkomt. Ik verdien mijn geld door elke dag mezelf in de maling te nemen.