Ceci est un kunstkop (7)

‘Wil je die rotherrie afzetten?!’
‘Wat?’ schreeuwt mijn dochter.
‘Ik zeg: wil je die rotherrie afzetten?!’
‘Waarom?’
‘Omdat ik er niet tegen kan!’
‘Mama vindt het wel mooi.’
‘Dan ga je maar naar mama toe!’

Uit mijn mond klinkt mijn vaders stem en ik vraag me af: is het verschil tussen house en rock ‘n’ roll net zo groot als tussen rock 'n’ roll en de Franse chansons waar mijn vader graag naar luisterde? Volgens mij niet, maar het moet wel. Mijn vader had een hekel aan R & R.
Ik vraag me vervolgens af hoe het komt dat mijn kind de smaak heeft die ze heeft. Ik weet dat deze house populair is in haar klas op de middelbare school. Maar ze vindt het echt mooi. Blijkbaar wordt, wat we al wisten, de smaak beinvloed door je omgeving. Maar waarom heeft de ene invloed meer invloed dan de andere? Zal ik wel nooit weten.
Ik herinner me nog dat ik aan mijn dochter uitlegde wat 'mooi’ betekende. Ik tekende iets lelijks (een heks, vies getekend) en zei: 'Niet mooi.’ Toen tekende ik een mooi meisje dat op mijn dochter leek: 'Mooi.’ Ik maakte rare vieze letters en zei: 'Niet mooi.’ Vervolgens schreef ik heel mooi 'mooi’ op. Ik deed dat nog eens (altijd alles in drieen) en hoopte dat ze 'mooi’ begreep.
Had ik het goed gedaan? Ikzelf weet dat je eerst het proces hebt en dan pas het woord. Eerst de verpakking en dan het cadeau. Eerst de auto, dan pas de motor. Om te weten te komen wat mooi is, moet je dus het proces achterhalen, het cadeau uitpakken, in de motor kijken. Bij sommige woorden is het heel moeilijk om het uit elkaar te halen, en kan je beter het proces afkijken. Ik stop gewoon uw pakje in mijn cadeaupapier, uw motor in mijn auto - ik neem uw proces over, dat is verreweg het handigste.
Laatst was ik in het museum en zag Judd, Frog en Carel Visser en ik vond het helemaal niets. Ik kon het proces niet achterhalen wat er aan ten grondslag lag en waarom men het 'mooie kunst’ vond. Ik vond het 'lelijk’. Het proces dat bij mij aan lelijk vooraf gaat, vind ik niet interessant, want dat zit vol begrippen die ik afwijs als: pretentie, kinderachtig, gewichtigdoenerij, weinig vakmanschap et cetera, et cetera. Op zichzelf zijn dat ook allemaal pakjes die uitgepakt moeten worden, maar waarom wil je cadeaus hebben die je verschrikkelijk vindt, of waarom wil je in een auto rijden waarvan de motor je niet bevalt? Toch wil ik - ik maak even een sprongetje - van house houden. Ik merk dat mijn dochter het leuk vindt als ik me ervoor interesseer. Ik koop een blad voor haar waar haar favoriete groep in staat, en ik speel het na op de piano. Dat vindt ze prettig, want dat schept een band tussen haar en mij. 'Zo eenvoudig is het’, denk ik als zij en ik housen op onze zelfgemaakte muziek. Opeens luister ik aandachtig en aandachtiger naar haar cd. Het blijft niks, hoewel… Het verandert: mijn oren luisteren ook met de treurigheid dat ik het nooit helemaal zal kunnen doorgronden, zoals mijn ouders nooit The Rolling Stones zouden kunnen begrijpen, of Dylan. Zo luister ik naar Edith Piaf en Franse chansons zonder dat het de verliefdheid en de heimwee oproept die het bij mijn ouders opriep. Ik luister naar Piaf zoals ik kijk naar een oude auto waarvan ik het model bewonder.
'Erg mooi dit’, zegt mijn dochter die toen elf was bij een afgrijselijk ding van Judd.
'Ja,’ zeg ik, want contact met haar vind ik toch belangrijker dan kunst.