Ceci n'est pas een leven

Henk van Straten, Superlul.Memoires van een monsterlijk geslacht, € 17,50
Henk van Straten, Salvador, € 17,50

Als hij het ene jaar een ingetogen dichtbundel uitbracht, zo liet Hugo Claus eens weten, dan kon je er zeker van zijn dat de volgende bundel een uitbundiger karakter zou hebben. Iets soortgelijks doet de schrijver Henk van Straten, met dit verschil dat hij een ingetogen en een uitbundig werk op hetzelfde moment laat verschijnen. Twee boeken, de kermisattractie Superlul, over een man met een lul dikker dan zijn nek, en het elegische Salvador, een meditatief verhaal over loutering.
In een interview noemde Van Straten het werk aan deze dubbelpublicatie psychisch noodzakelijk. Zijn schrijfdagen begonnen met Salvador, een terneerdrukkend boek. Om van deze aanslag op zijn gemoed te herstellen, sloot hij elke werkdag af met het lichtere Superlul.
Het klinkt als een magere rechtvaardiging voor Superlul, iets wat Van Straten zelf ook wel vermoedt, want in hetzelfde interview antwoordt hij op de vraag welke van de twee boeken hij het belangrijkst vindt resoluut: ‘Salvador.’
Laten we Superlul dan net zo terloops bespreken als het geschreven is om snel tot het boek te komen waarachter meer noodzaak zit. Superlul bedoelt een satire te zijn op de oppervlakkige mediawereld van BN'ers van wie niet altijd even duidelijk is wat precies hun ticket to fame is. Om dit milieu te kielhalen introduceert Van Straten de figuur Superlul, een provinciale jongen die, hoe raadt u het, zijn BN'er-schap aan een machtig uitgevallen geslacht te danken heeft. We leren hem kennen op het moment dat hij BN'er-af dreigt te worden en deelname aan een survivalprogramma van John de Mol nog zijn enige reddingsboei is. Dit is doorsneden met terugblikken op zijn katholieke jeugd in een klein dorp waar zijn gigantische pik eerder een bron van schaamte dan van trots was. Pas in Amsterdam maakt hij dat onding tussen zijn benen te gelde, hierbij terzijde gestaan door een heuse manager die zich aandient in de persoon van rapper Lange Frans. Er valt geregeld wat te grinniken in dit boek (Winston Gerstanowitz als het slaafse schandknaapje van Albert Verlinde), maar echt beklijven doet het niet, want uiteindelijk is het toch de Nederlandse poldercelebritycultuur die hier op de hak wordt genomen. De uitzinnigheid waarmee dat wereldje is beschreven staat niet in verhouding tot de reële lulligheid ervan (zelfs een Amerikaans C-sterretje spreekt meer tot de verbeelding dan een Nederlandse A-lister). Iets oorspronkelijks over de doordringende invloed van media op werkelijkheid kom je evenmin tegen. Tel daarbij op een slappe stijl (veel 'doch’ en 'meticuleus’) en je houdt een boek over dat het moet hebben van een handjevol melige uithalen naar Lange Frans, Jody Bernal, Terror Jaap en noem die types maar op.
Salvador begint serieuzer, met de beroemde openingszin van Moby Dick: 'Call me Ishmael.’ Het is een zin die de hoofdpersoon uit dit boek, Hendrie Perenboom, er altijd aan herinnert hoe hij, een ex-bajesklant, door zelfstudie (veel literatuur) zichzelf heeft onttrokken aan een achterlijk, crimineel milieu uit Brabant. Maar je kunt de jongen wel uit het milieu halen, dat wil nog niet betekenen dat het milieu spoorloos uit de jongen zal verdwijnen. Dat milieu en de bijbehorende geschiedenis blijven als dood gewicht aan Hendrie’s been hangen. Het sluimert in zijn aard, die gevormd is door de agressieve Brabantse achterstandsbuurt uit zijn jeugd. Het blijkt onuitputtelijk voedsel voor zijn onzekerheid over zijn maatschappelijke status, een onzekerheid die hij nooit kwijt zal raken, niet op de universiteit waar hij zich na zijn detentie inschrijft, ook niet op het werk in een advocatenkantoor en ook niet in de gedoemde relatie die hij aangaat met een studiegenootje.
Verlossing lijkt zich pas aan te dienen als hij op een goede dag een brief krijgt waarin hem het bestaan wordt gemeld van een zoon die hij verwekt zou hebben bij een Spaans vakantieliefje. Hij reist af naar de Spaanse strandplek waar de vrouw en zijn vermeende zoon wonen en besluit ze eerst te bespieden om te zien of hem niet een loer wordt gedraaid. Net als in Superlul verspringt ook in Salvador het verhaal in de tijd. Schetsen uit het gewelddadige en criminele milieu waar hij uit voortkomt moeten psychologische diepte verlenen aan een man die worstelt om beter te worden dan wie hij is geweest. Geschikt materiaal voor een verhaal over loutering. Maar Van Straten verkwist het aan te veel introspectief geneuzel: 'Hij keek ernaar. Vorm en functie. Metaal en glas en elektriciteit. Abstract en absoluut. Emotie. Interpretatie. Beleving. Het betekende allemaal iets en het betekende allemaal niets. Ceci n'est pas une pipe. Ceci n'est pas een leven. Ceci n'est pas Hendrie fucking Perenboom.’ Bij zulke passages, en ze zijn talrijk, wens je meer vaart en minder oponthoud door quasi-filosofisch gebabbel.
Het moet allemaal groots in dit boek. Heftige emoties, splijtende inzichten, dodelijk geweld. Maar de stijl waarin het opgeschreven is, hobbelt mank en onverzorgd achter de gebeurtenissen aan. Hendrie wantrouwt de vrouw die zegt de moeder te zijn van zijn zoontje, Salvador, en verliest zich in dodelijke paranoia. Dat is een drama die een koele beheersing en een fijne stijl vergt en niet de sentimentele taal die bestaat uit mislukte poëzie en filosofie. Want daar wemelt het van in dit boek. Ze moet benadrukken welke gigantische gevoelens en diepzinnigheden door dat hoofd van Hendrie razen. Helaas vertilt zijn onmachtige taal zich aan een loeizware tragedie die maar niet uit de verf wil komen.

HENK VAN STRATEN
SALVADOR
Dutch Media Uitgevers, 304 blz., € 17,50
HENK VAN STRATEN
SUPERLUL: MEMOIRES VAN EEN MONSTERLIJK GESLACHT
Lebowski, 250 blz., € 17,50