Anamaria Vartolomei as Anne Duchesne in L’événement, 2021 © September Film

De enige manier waarop Annie Ernaux kan terugblikken op gebeurtenissen in haar leven, is er een verhaal van te maken. Bij haar geen theoretische uiteenzettingen over werkelijkheid versus fictie, of het ‘ik’ van de verteller dat een ander ‘ik’ zou zijn dan de schrijfster. Dit, haar schrijven, is wat er gebeurt als je je rekenschap geeft van het verleden, als je woorden geeft aan wat tot dan toe onbesproken of zelfs onuitsprekelijk is.

In Het voorval, oorspronkelijk in 2000 verschenen als L’événement, zégt ze het ook met zoveel woorden, als ze de chronologie van haar ervaringen onderbreekt om te bespiegelen wat ze aan het doen is. Ze gaat iets aan het papier toevertrouwen dat bij haar nog steeds hevige gevoelens van duisternis en schaamte, leven en dood, losmaakt.

‘Al jaren draai ik angstvallig om dit voorval uit mijn leven heen. In een roman lezen over abortus brengt in mij een ontsteltenis zonder beelden of gedachten teweeg, alsof de woorden op hetzelfde moment iets gewelddadigs krijgen.’

Het is Ernaux’ handelsmerk geworden: het schrijven van indringende, beknopte werken met titels als De schaamte, De plek, Meisjesherinneringen, waarin ze op lyrisch realistische toon onrustbarende episodes uit haar leven onderzoekt tegen de achtergrond van de tijdgeest. In Frankrijk geniet Ernaux al sinds lange tijd een stevige reputatie als een van de belangrijkste literaire stemmen, maar pas sinds haar grotere werk De jaren (Les années, 2008) in 2020 een lancering in de Verenigde Staten beleefde als The Years, kreeg ook haar internationale erkenning een enorme zwieperd. Het werd alom onthaald als een meesterwerk, door Nederlandse critici en literair journalisten omhelsd als een van de belangrijkste romans van de 21ste eeuw en het werd genomineerd voor de Booker International Prize. ‘Dit is een autobiografie zoals je nog nooit hebt gelezen,’ schreef The New York Times. ‘Misschien zou je het een collectieve autobiografie moeten noemen.’

Op een iets andere schaal geldt dit ook voor haar andere werk, dat nu ook rap wereldwijd vertaald wordt: het zijn autobiografieën zoals je nog nooit hebt gelezen. Het zijn zelfonderzoeken waarin de schrijfster boven zichzelf uitstijgt. Zo wordt in Het voorval gaandeweg steeds duidelijker dat ze, zoals ze zelf aangaf, ‘al jaren’ ergens omheen draait. Het is als ze haar verhaal optekent inmiddels meer dan dertig jaar geleden dat ze een abortus onderging in een schemerig straatje in Parijs. Ze studeerde in Rouen, was bezig een scriptie te schrijven over de vrouw in het surrealisme, en raakte onbedoeld zwanger van een jongen die ze die zomer had ontmoet, en die niet nader aangeduid hoeft te worden dan met de letter P. Het is wat het is: ‘Ik dacht dat er nooit enig verband zou bestaan tussen seks en iets anders.’

Al eerder heeft ze geprobeerd erover te schrijven, dat blijkt als ze tot haar eigen verrassing telkens op vroegere aantekeningen stuit waarin ze zich bediende van identieke bewoordingen. Dus moet het zo zijn gebeurd, en niet anders, concludeert ze, alsof ze hier zelfs zichzelf van moet overtuigen. Ook is er haar agenda uit die tijd, waarin ze rudimentaire, soms gecodeerde boodschappen schreef. Die agenda blijkt een belangrijke, want betrouwbare bron om opnieuw te weten hoe ze toen dacht over dat wat er in haar baarmoeder groeide. En hoe ze er geen moment over twijfelde dat ‘dat’ weg moest.

'Als ik geen verslag zou doen van deze ervaring, draag ik ertoe bij dat de werkelijkheid van vrouwen versluierd wordt'

Het voorval is een schokkend boek. Het is niet ‘groot’, zoals geen van de romans van Ernaux volumineus is, en toch heeft het de zwaarte van een baksteen. Niet alleen doet het het besef dagen dat het relatief nog maar kortgeleden is dat een vrouw in een nabij land als Frankrijk niet wist waar ze naartoe moest als ze ongewenst zwanger was. Dat als ze al hulp wist te vinden, dit een illegale, gevaarlijke onderneming was, waarbij ze behalve vervolging groot risico liep op beschadiging en/of bloedverlies met de dood tot gevolg. Nederland heeft een vergelijkbare recente geschiedenis van ‘engeltjesmakers’ bij wie ongewenst zwangeren aan moesten zien te kloppen voor hulp. Pas sinds 1984 is abortus officieel toegestaan in Nederland, na uiterlijk 24 weken zwangerschap. In Frankrijk is abortus in 1975 gelegaliseerd.

En dan natuurlijk dit. Dat op het moment dat ik dit schrijf – hetgeen overigens een typisch stijlmiddel van Ernaux is om zoiets op te merken, een manier om haar relaas te plaatsen in een context van onmiddellijke maatschappelijke relevantie – in Warschau tienduizenden mensen de straat opgaan om te protesteren tegen de abortuswetgeving in Polen. Directe aanleiding is de dood van een dertigjarige vrouw die zwanger was van een foetus met ernstige afwijkingen, en desondanks een abortus werd geweigerd. Pas toen er geen hartenklop meer te horen was van de ongeborene, werd besloten tot een keizersnede. Op weg naar de operatiekamer overleed de vrouw aan de gevolgen van een hartaanval.

In het nieuwsbericht wordt de vrouw in kwestie consequent aangeduid als ‘de moeder’, en de ongeborene als ‘het kind’.

Wat ik maar wil zeggen: het is geen geschiedenis die Ernaux schrijft. Het is aan de orde van de dag, en ook niet bepaald heel ver weg. Maar is ‘het onderwerp’ ook ingedaald in de literatuur? Als Ernaux schrijft over de ontsteltenis die haar overvalt als ze in een roman leest over abortus, vraag ik me af: welke roman? In haar relaas noemt ze er eentje, in een voetnoot, en inderdaad, ach ja, dát boek. Het is het boek dat ik toen ik afstudeerde, eind jaren tachtig, cadeau kreeg van de vriendin die niet echt te betrappen was op een verfijnde smaak, maar wel wist wat lekker was. Ik begon er ’s ochtends in te lezen, in mijn herinnering stokstijf in een ongemakkelijke stoel gezeten, en keek er pas weer uit op toen ik het uit had. Het was donker inmiddels, want John Irving, de auteur, schreef alleen maar boeken van minstens zevenhonderd bladzijden. The Cider House Rules heette het boek in kwestie, en het ging over een appelboomgaard en ja, over abortus, dat wil zeggen: over een arts die zich toelegde op het verrichten van abortus.

Ernaux is er vernietigend over, over die roman van Irving die volgens haar typisch de fascinatie weerspiegelt die mannen kennelijk hebben bij dit onderwerp. ‘Onder de dekmantel van een personage ziet hij hoe de vrouwen tijdens wrede clandestiene abortussen sterven, aborteert hen vervolgens zoals het hoort in een modelkliniek of voedt het kind op dat ze na de bevalling afstaan.’ Wat we gepresenteerd krijgen als lekker leesvoer, is de almachtsfantasie van de man, zijn ‘droom van baarmoeder en bloed’, waarin hij zich de macht van vrouwen over leven en dood toe-eigent.

Maar vrouwelijke schrijvers dan, hebben die niet vaker over abortus geschreven? Ik herinner me Down by the River van Edna O’Brien, uit 1997, een roman gebaseerd op de tragedie van het veertienjarige meisje dat begin jaren negentig zwanger raakte na verkracht te zijn, en níet vanuit Ierland mocht afreizen naar Engeland om een abortus te ondergaan. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat O’Briens beroemde trilogie The Country Girls, dat in de jaren zestig een schandaal veroorzaakte vanwege de vrijmoedigheid waarmee ze openbaarde dat meisjes óók seksuele wezens waren, voor zover niet ook over abortus, in ieder geval ging over de angst om zwanger te worden. Maar net zoals menstruatiebloed toch bij voorkeur iets is dat zelfs bijvoorbeeld lange tijd uit het dagboek van Anne Frank werd weggegumd, zo blijft het vrouwelijk lichaam gehuld in een geur van sacraliteit. Voor zover het de reproductieve functie betreft dan.

'Het voorval' is een schokkend boek. Het is niet volumineus, en toch heeft het de zwaarte van een baksteen

Van een schokkend boek werd een schokkende film gemaakt. In september 2021 ging L’événement in première op het Venetiaanse filmfestival, en won de Gouden Leeuw. Regisseuse Audrey Diwan toont zich getrouw aan de roman, maar zonder de stem van de ordenende schrijfster is het verhaal bijna nóg harder. In de enscenering en de aankleding herkennen we de jaren zestig, maar – net als in de roman – voelt de geschiedenis op geen enkele manier als iets wat achter ons ligt. Diwan filmt dicht op de huid van het hoofdpersonage, het gezicht van actrice Anamaria Vartolomei is bijna voortdurend close-up in beeld te zien. Het gaat om het verliezen van de controle over je eigen lichaam, en dat is een verhaal van alle tijden, overal.

De toenemende paniek van studente Anne die onverhoopt zwanger raakt en nergens een luisterend oor, laat staan een helpende hand vindt, is ook voor de kijker als een wurghand die steeds vaster om de keel komt te zitten. De scènes die zich afspelen in haar ouderlijk huis, als ze in het weekend haar vuile was komt brengen en ze weet dat het haar moeder gaat opvallen als er geen bebloed ondergoed tussen zit, zijn van een onnoemelijke eenzaamheid. Dat zij, een kind uit de arbeidersklasse dat tegen alle verwachtingen in kon gaan studeren, nu haar studie zou moeten afbreken vanwege een zwangerschap, is van een ondenkbare schande en schaamte.

Heel precies kiest Anne uit aan wie ze wel en niet kan vertellen dat ze op zoek is naar een arts die haar kan helpen, en dan nog keren die enkele vertrouwelingen haar de rug toe, bang gecompromitteerd te raken door een illegale actie. Bij de mannelijke medestudent lichten de ogen op: dit meisje heeft seks gehad. Artsen nemen hun verantwoordelijkheid niet, en liegen haar voor. Dat ze in het gevaarlijke illegale circuit terechtkomt, is onvermijdelijk. Niets van wat in de film te zien is, staat niet in het boek van Ernaux, maar toch, zo in beeld gebracht, niet sensationeel maar onontkoombaar noodlottig, is het een verpletterend en aangrijpend schouwspel.

De kracht van L’événement roept die andere iconische abortusfilm in herinnering, 4 Months, 3 Weeks and 2 Days van de Roemeense regisseur Cristian Mungiu. Of dat nu toevallig is of niet, zowel regisseuse als hoofdrolspeelster van L’événement zijn, beiden Frans staatsburger, van Roemeense komaf. Diwan was de eerste om bij de lancering van haar film Mungiu’s meesterwerk, daterend uit 2007, te noemen en een beetje gekscherend te reppen van ‘de Roemeense geest’ die over de opnames hing. Toch was de sfeer in 4 Months, 3 Weeks and 2 Days wel een heel andere. In consequente bruintinten toont de film via een illegale abortus het allernaarste gezicht van communistisch Roemenië, je zou de verschrikking daarmee bijna op afstand kunnen plaatsen. Bijna.

Het recht op abortus, om welke redenen of onder welke omstandigheden dan ook, blijft de meest directe toetssteen van vrouwenrechten en zelfbeschikking van vrouwen over hun lichaam. De vrouw beslist, baas in eigen buik, het zijn de bekende Nederlandse mantra’s waarmee tot op de dag van vandaag de straat wordt opgegaan om steun te betuigen aan vrouwen in andere landen en te demonstreren tegen betuttelende en misogyne wetgeving. Op het moment dat de film L’événement uitkwam, werd bekend dat de abortuswetgeving in Texas werd aangescherpt. Tot veler ontzetting blokkeerde het Amerikaanse hooggerechtshof de nieuwe regelgeving om abortus na zes weken strafbaar te stellen níet, iets wat gevolgen zou kunnen hebben voor de wetgeving in andere conservatieve staten.

Regisseuse Diwan verklaarde prompt met haar film naar Texas te willen om een discussie uit te lokken. Misschien is het naïef, zei ze, maar ik geloof dat sommige mensen geleidelijk van mening kunnen veranderen. ‘Dat is wat kunst kan doen.’ Wat haar in ieder geval is gelukt met haar film, is van het onderzoekende werk van Ernaux een even krachtige vertaling te maken. Ernaux schrijft op zeker moment, notabene tussen haakjes, dat het mogelijk is dat ‘een verhaal als dit’ irritatie of weerzin opwekt, of als smakeloos wordt bestempeld.

‘Het feit dat je iets hebt meegemaakt, wat het ook is, geeft je het blijvende geldige recht om het op te schrijven. Er bestaat geen inferieure waarheid. En wanneer ik geen gedetailleerd verslag zou doen van deze ervaring, draag ik ertoe bij dat de werkelijkheid van vrouwen versluierd wordt en schaar ik mij aan de kant van de mannelijke overheersing van de wereld.’

Het is krijgshaftige taal in een boek dat desondanks geen manifest is. Daarvoor is het, mét alle heroïek, woede en verbijstering, te gelaagd en te breekbaar. Met eenzelfde kwetsbare heldhaftigheid eindigt de film, als Anne terug is in de collegebanken en Victor Hugo leest, L’année terrible, de gedichtenreeks waarin Hugo persoonlijk verlies en zorgen om zijn land verwerkt. ‘Ik neem de pen op om te verhalen van een verschrikkelijk jaar’, begint deze reeks. Tijd doet er niet toe, lijkt andermaal de boodschap. Hugo schreef dit in 1872, de Anne naar wie we kijken schrijft het hem na, ‘je veux écrire‘, en wij voelen haar soldateske verlangen na tot in onze hedendaagse vezels.

Deze maand verschijnt ter gelegenheid van de verfilming, vanaf 17 februari in de bioscoop te zien, een nieuwe editie van Het voorval bij De Arbeiderspers