Interview met Sophie Gee

Celebrity anno 1711

Sophie Gee
Het Schandaal van het seizoen
Prometheus, 328 blz., € 19,95

Sophie Gee (1974) vertrok op haar 22ste uit Sydney naar Harvard en is nu docent Engelse literatuur aan Princeton. Ze is één stap verwijderd van tenure, die begeerde aanstelling-voor-het-leven, maar in plaats van een degelijke monografie schreef ze een historische roman, The Scandal of the Season, waarmee ze haar wetenschappelijke ambities ogenschijnlijk op de tocht zette in ruil voor kortstondige literaire glorie. Ogenschijnlijk, want Scandal is een briljante evocatie van een onbekend tijdperk in de Engelse literatuur. Scandal zou wel eens voor Alexander Pope (1688-1744) kunnen doen wat Amadeus deed voor Mozart.

Scandal is een bewerking in romanvorm van The Rape of the Lock, een lang gedicht van Alexander Pope uit 1711, een komisch-heroïsch epos over een schandaal dat zich in de kringen van Pope had voorgedaan. Lord Robert Petre knipte tijdens een vrolijk tuinfeest een lok van het haar van Arabella Fermor, de meest begeerde vrouw van Londen. Een onschuldig geintje, zo leek het, maar Arabella werd erdoor te kijk gezet als Petre’s minnares. Tussen de Petres en de Fermors, vooraanstaande katholieke families, liep de spanning op, riskant, gezien de precaire positie van katholieken in die tijd. Pope’s gedicht was bedoeld om de spanning te breken. The Rape vestigde zijn reputatie en maakte zijn fortuin.

De hervertelling van Gee is een virtuoze combinatie van historisch en literair materiaal met hoogst modern klinkende seksuele manoeuvres. Bovendien is het een innemend portret van Pope en de literaire wereld waarin hij zich bewoog. Gee weet precies wat Jonathan Swift vond van de Italiaanse opera, hoeveel schone hemden een heer van stand per week droeg (vijftien) en hoe vaak zo’n heer per dag van pruik wisselde (1x). Haar personages lezen Paradise Lost, drinken bohea en rijden pilion in St. James’ Park.

Wat is bohea?

‘Een soort thee. En “to ride pilion” is met z’n tweeën op één paard rijden, de vrouw achterop. Dat soort details vind ik heerlijk. Mijn proefschrift ging over vuilnis in achttiende-eeuws Londen, en dus las ik eindeloze rechtbankverslagen en medische rapporten en dat soort dingen. En ik realiseerde me dat de taal van de achttiende eeuw veel beter bij me paste dan de taal van moderne literatuur. Het idioom is veel levendiger dan dat van vandaag. Daardoor ervaar je de kick van tijdreizen: je begint een periode zó goed te kennen dat je echt het gevoel krijgt dat je erin participeert, een gevoel van complete transportatie – is dat een woord?’

En zo kon u een tijdsbeeld met wratten en al maken?

‘Ja. Wat me interesseert in historische literatuur is dat gevoel voor extreme contrasten, de “onderbuik”. Het is een cliché, maar Londen was in de achttiende eeuw een derdewereldstad die plotseling de culturele en intellectuele hoofdstad van de wereld werd. En ik houd van dat gevoel van… niet echt gevaar, maar risico, onzekerheid.’

Wat Huizinga noemde: ’s levens felheid?

‘Dat, precies. Dat past bij Alexander Pope, omdat hij zelf zo belaagd werd door de omstandigheden. Hij was invalide, hij was vaak ziek, hij was katholiek in een tijd dat katholieken nog werden vervolgd. De situatie van de katholieken in Pope’s tijd is fascinerend. Het is een aspect van de Engelse geschiedenis dat mensen eigenlijk zijn vergeten: dat er ooit een zeer intens conflict tussen protestanten en katholieken bestond. Katholieken waren intrinsiek onbetrouwbaar. Zij kregen de schuld van de Grote Brand van Londen, niet dat één katholiek daar direct verantwoordelijk voor was, maar de smet van “popery” op de stad had het inferno teweeggebracht. De retoriek is nu wat eleganter, maar in veel opzichten denkt het Westen nu precies zo over de islam.’

Pope zoekt nadrukkelijk naar roem. Desnoods door ruzie.

‘Voor Pope was het duidelijk dat hij van pastorale naar epische poëzie zou voortgaan, maar dat is niet wat hij ook echt deed. In Londen lag alles voor hem open. Het idee, hoe een klassieke dichterscarrière eruit zou moeten zien, wat voor soort dingen hij zou moeten schrijven, werd door hem heruitgevonden. Hij heeft zijn fortuin meer gemaakt met de vertaling van Homerus, maar de echte uitdaging zat in het experiment, de zucht naar celebrity, niet anders dan James Fry bij Oprah. Dat soort literaire show, waar je een identiteit creëert en dan uitbuit om zo beroemd mogelijk te worden, dat is eigenlijk door Pope uitgevonden. Hij was erop uit om het systeem te bespelen en hij was er heel handig in. Toen hij de Dunciad schreef, het grote gedicht van zijn latere carrière, een satire op de uitgeverij, werd hij door alle uitgevers en boekverkopers die hij op de hak had genomen aangevallen. Zij gaven pamfletten uit waarin Pope werd zwartgemaakt, Pope beantwoordde dat met nieuwe pamfletten, er ontstond een heel uitgebreide polemiek. Alles voor de publiciteit.’

Maar wel in een gevaarlijke wereld.

‘Daarom zit die katholieke samenzwering ook in het boek. Omdat ik wilde dat de lezer begreep dat deze mensen niet zomaar wat aanklooiden. Het was niet allemaal voor de lol; wat ze deden kon heel ernstige consequenties hebben. Een katholiek die te veel slechte aandacht trok kon echt hard worden aangepakt. Zijn bezit kon zomaar verbeurd verklaard worden. Dat waren echte risico’s. Het ging niet zomaar om iemand die een boek schrijft over Lindsey Lohan, of zo.’