Hoofdcommentaar

Censuur door angst

Het is vaak geen goed teken als boeken de krant halen terwijl niemand ze heeft kunnen lezen – voor films, zo hebben we begin dit jaar ondervonden, geldt dat trouwens ook. De afgelopen maand is er in de Amerikaanse kranten nogal wat ophef geweest rond het debuut van een nog volledig onbekende schrijfster. Het verhaal is ook te bizar om waar te zijn. Het gaat zo: Sherry Jones sprong een gat in de lucht toen Random House, een van de grootste uitgeverijen ter wereld, haar honderdduizend dollar bood voor haar eerste boek, The Jewel of Medina, en het boek dat daarop zou volgen. Daar sprak vertrouwen uit, vooral omdat de uitgeverij bovendien een ‘book tour’ langs acht steden en een deal met een boekenclub had geregeld. De roman handelt ook over een aansprekend thema: het leven van Ashia, de jonge vrouw van Mohammed, een verhaal, zo lieten de kranten niet na om te benadrukken, ‘van lust, liefde en intrige in de harem van de profeet’.
Het is er allemaal niet van gekomen. Random House heeft de publicatie van het boek tot nader order uitgesteld omdat het wel eens aanstootgevend zou kunnen zijn voor ‘de moslimgemeenschap’. In het zouteloze perscommuniqué dat in zo’n geval de deur uit gaat werd gesproken van ‘betrouwbare en onverdachte bronnen’ en van eventuele gewelddadige acties door ‘een kleine, radicale groep’. De consternatie werd dit keer niet veroorzaakt door een ayatollah of onverzoenlijke imam, maar door de Amerikaanse Denise Spelberg, professor aan de Universiteit van Texas en gespecialiseerd in de geschiedenis van het Midden-Oosten. Ze had een proef van The Jewel of Medina in handen gekregen, opdat ze zo’n fijne, lovende blurb voor de achterflap zou leveren. Het werd niet een loftuiting, maar woede. Professor Spelberg belde een bevriende redacteur van een populaire moslimsite en vertelde hem dat Jones de profeet belachelijk maakte: ‘Je kunt geen spelletje spelen met heilige geschiedenis en die veranderen in soft porno.’ Of hij andere moslims wilde waarschuwen. Van de ene site belandde het – ongelezen – boek bij de volgende blogger, en binnen twee uur en 28 minuten klonk de eis dat het boek uit de winkel zou worden gehaald (het lag er nog niet eens in) en dat de schrijfster zich zou verontschuldigen. Ondertussen had professor Spelberg, die zelf ook bij Random House uitgeeft, een mail aan haar redacteur gestuurd waarin ze gewag maakte van ‘een oorlogsverklaring’, ‘explosief materiaal’ en ‘een nationaal veiligheidsprobleem’. Dat bleek een precisiebombardement: binnen de kortste keren was de hele uitgeverij op de hoogte.
Dit speelde allemaal in mei. In augustus had The Jewel of Medina moeten verschijnen en liep de verontwaardiging in de media op. Salman Rushdie stuurde een verklaring naar Associated Press waarin hij de ‘censuur door angst’ van Random House, ironisch genoeg ook zijn eigen uitgeverij, hekelde en sprak van een ‘zeer gevaarlijk precedent’. Ondertussen is er bij het uitgeefhuis nog geen concrete dreiging binnengekomen.
Helaas is het verhaal niet helemaal bizar. In Nederland lijken wij te denken dat ons land de slapste knieën van de hele wereld heeft, maar overal in het Westen dreigt de censuur door angst, en zijn er ook concrete incidenten waarbij uitgevers, producenten, museumdirecteuren, et cetera bij voorbaat buigen voor gekwetstheid, overigens ook als het om niet-moslimgerelateerde zaken gaat. Zo trok de Engelse afdeling van Random House het kinderboek My Sister Jodie van Jacqueline Wilson terug uit een supermarktketen omdat er één klacht was binnengekomen over het gebruik van het woordje ‘twat’ (kut, kutwijf). Hier is het eerder angst voor verlies van consumentenvertrouwen dan voor boze moslims, maar lafhartig is het ook.
Het behoeft geen betoog dat Rushdie gelijk heeft: uitgevers moeten zich niet laten intimideren. In de westerse wereld is openbaarheid het beste antwoord op verontwaardiging. Lees zelf. Kijk zelf. En oordeel. In Nederland verstomde het gekrakeel over Wilders’ filmische pamflet al snel na de openbaring ervan. Niet omdat het oordeel van moslims zo positief uitviel, maar omdat er pas een werkelijk gesprek mogelijk was toen Fitna te zien was. Het is dan ook bemoedigend dat in de kwestie rond The Jewel of Medina verschillende Amerikaanse moslims zich in het debat mengden en stelden dat censuur, al dan niet zelfopgelegd, nooit een oplossing is. De schrijfster Asra Q. Normani schreef bijvoorbeeld in The Wall Street Journal dat ze geschokt was ‘als moslim’ door de affaire, Irshad Manji stelde in de Globe and Mail dat professor Spelbergs ‘pre-emptive censorship’ een belediging is voor moslims, en dichter en schrijver Marwa Elnaggar publiceerde een lelijke kritiek op de website IslamOnline.net, maar vond dat de publicatie van de roman ondanks de ‘onnauwkeurigheden, fouten en vertekeningen’ erin nooit tegengehouden had moeten worden.
Natuurlijk klonken hier de nodige stemmen die om een verbod van Fitna smeekten. Achteraf heeft Wilders’ film bovenal aangetoond dat Nederlandse moslims wijzer reageerden dan iedereen had voorspeld. Zo verdient The Jewel of Medina het om gelezen te worden. In Italië, Spanje, Hongarije en Denemarken zijn de rechten voor de vertaling al gekocht. De Servische uitgever haalde het boek te elfder ure uit de winkel. Wat zou het mooi zijn als een Nederlandse uitgever het lef zou hebben om het boek als eerste te openbaren.