Centraal Speculatie Bureau

Nederland is het enige land waar zoiets raars gebeurt als het doorrekenen van verkiezingsplannen. Terecht, want het slaat nergens op.

Allereerst de onzekerheid. Met de stelligheid van een exacte wetenschapper presenteert CPB-directeur Coen Teurlings de cijfers van zijn doorrekeningen. De vvd zorgt voor 400.000 meer banen, de koopkracht daalt bij het cda met 3,5 procent, de pvda-investeringen in het onderwijs zorgen in 2070 voor 4,7 procent stijging van het bruto binnenlands product.

In 2070? Ja, legde Teurlings uit, het kost wat tijd, maar dan heb je ook wat, met die investeringen in onderwijs. Je begint op de basisschool en pas als iedereen gepensioneerd is heb je al de vruchten geplukt.

Het probleem is dat economie geen exacte wetenschap is, dat de modellen die het CPB hanteert niet alle variabelen kúnnen meewegen en dat, om het zacht uit te drukken, het niet zo gemakkelijk is te voorspellen hoe het de wereldeconomie de komende jaren zal vergaan. Het lukt het CPB jaarlijks al niet de groei voor het komende jaar te voorspellen - telkens komen aanpassingen binnen. Vanwaar de pretentie dat het wel lukt om vier, tien of laat staan zestig jaar vooruit te kijken? En dan niet alleen naar economische groei, maar ook naar de fileontwikkeling, CO2-reductie, natuurkwaliteit of de gevolgen voor de woningmarkt.

Behalve dat het CPB het eigenlijk niet weet, zijn de verkiezingsprogramma’s in Nederland ook niet meer dan een aanzet voor onderhandelingen. Wat eruit rolt is weer iets heel anders. Dat maakt het lastig. Alle partijen proberen een afgewogen programma te maken, maar in een coalitie wordt uitgeruild. Wat zijn dan de gevolgen van al die voorstellen?

Het zou allemaal nog niet zo erg zijn als het CPB slechts werd gebruikt om de richting van partijen te duiden. Als het zou blijven bij de constatering dat de pvda meer de nadruk legt op koopkracht, de vvd op reductie van de staatsschuld, GroenLinks op openbaar vervoer en duurzaamheid, enzovoort. Het CPB zou dat kunnen doen door de voorgestelde uitgaven van de partijen naast elkaar te zetten en de verschillen aan te geven, zonder zichzelf daarbij de onmogelijke opgave te stellen de verwachte ‘welvaartswinst’ over twintig jaar door te rekenen.

Maar dat gebeurt dus wel. En vervolgens worden die slagen in de lucht als harde waarheden geponeerd door politici, die (logisch) selectief winkelen in de CPB-cijfers. Zonder disclaimer. Zonder erbij te zeggen dat het nogal speculatief is en er echt geen garantie voor de toekomst gegeven kan worden. Op die manier wordt er veel te veel gewicht aan de CPB cijfers toegekend. Je zou bijna gaan geloven dat het echt waar is, dat het met zekerheid te stellen is dat het overheidstekort door D66 met exact veertien miljard zal worden verminderd.

Sterker nog, om het nog stelliger te maken leiden de cijfers tot lijstjes, en die lijstjes weer tot winnaars en verliezers. Degene die bovenaan staat is per definitie ‘de kampioen’. Degene die onderaan staat krijgt het verwijt dat de werkgelegenheid, de koopkracht of het milieu bij die partij er het meest beroerd vanaf komt. En dat etiket plakt dan de komende weken aan zo'n partij. Er zal ruimschoots mee geschermd worden tijdens de debatten, we zullen het horen in commentaren en onderlinge verwijten. De onbetrouwbare cijfers gaan een eigen leven leiden.

Niet meer doen, dus. Bij de volgende verkiezingen moet het CPB zich beperken tot een eenvoudige analyse van de prioriteiten van de partijen, en verder niks.