Zo was het eigenlijk puur toeval dat de van huis uit amuzikale Maas aan de wieg stond van een van de belangrijkste instellingen voor moderne muziek. Toch was zijn loyaliteit onvoorwaardelijk. Iedereen in Nederland die ook maar enige invloed op dit terrein had, was beducht voor zijn telefonische spraakwatervallen. Een groot hart gecombineerd met een grenzeloze geldingsdrang maakten dat hij met de vasthoudendheid van een terrier de zaak van zijn Kinder bepleitte. Zijn telefoonrekeningen waren legendarisch, zijn tirades gevreesd, maar zijn onvermoeibare inzet werd alom gerespecteerd.
In het jubileumboek Eeuwige Jeugd: Een halve eeuw Stichting Gaudeamus brengt Peter Peters deze geschiedenis in kaart. Geschreven in een vlotte stijl beschrijft hij het muzikale, financiele en bestuurlijke reilen en zeilen. In wezen is in de functie van Gaudeamus in al die jaren niet veel veranderd: het steunen van jonge componisten en later ook uitvoerende musici. De jaarlijkse Muziekweek, een compositiewedstrijd waar jeugdig talent van over de hele wereld aan meedoet en het Vertolkersconcours zijn de meest pregnante activiteiten. Daarnaast organiseert Gaudemus concerten, ondersteunt ze podia, beheert ze een grote collectie partituren en geluidsopnamen en speelt ze een belangrijke bemiddelende rol tussen verschillende muziekinstellingen. Opvallend is dat Gaudeamus de muzikale ontwikkelingen niet zozeer geinitieerd als wel gevolgd heeft. De zogenaamde Eigen Werken- concerten waren aanvankelijk dus nogal traditioneel. In de jaren vijftig noemde de criticus Jan Wisse Gaudeamus een behaaglijk bed voor een paar jonge componisten. De ogen werden vervolgens gericht op het hard core-serialisme in Duitsland. Dat kwam de stichting tien jaar later weer op het verwijt te staan een avantgardistisch eiland in het Nederlandse muziekleven te zijn. Toen de moderne concertpraktijk door toedoen van de - door Maas verfoeide - Notenkrakers-acties versplinterde, bleef Gaudeamus sterk verbonden met de cerebrale, complexe stromingen in het componeren.
Tot op de dag van vandaag worstelt de instelling met die traditie, door Peters treffend omschreven als de muziek van de geesteloze wroeters, de rekenaars, de pseudo-experimentelen van de verkalkte voorhoede. Beetje bij beetje krijgen de Muziekweken, door het aantrekken van meer pluriformere jury’s en het programmeren van contrasterende concerten, ook aantrekkingskracht op componisten die niet uit die (post-)seriele traditie voortkomen.
Deze kritiek op de Muziekweken is volkomen terecht, omdat het concours tot voor kort en een overdosis ongeinspireerde muziek liet horen en in geen enkel opzicht het actuele, juist zeer veelzijdige panorama weerspiegelde. Minder relevant is de hardnekkige kritiek op het gebrek aan artistieke profilering, die met name door de de Raad voor de Kunst herhaaldelijk werd geuit. Een onzinnig bezwaar, omdat er niets kwalijker is dan een instelling die op de stoel van de kunstenaar gaat zitten. De kracht van Gaudeamus ligt in het scheppen van voorwaarden en steunen van goede ideeen. Dat is nu eenmaal een wat ondankbare rol achter de schermen.