OPERA

Change

Perikelen

Dit is het verhaal van Claude Debussy, Edo de Waart en Ed Spanjaard. Debussy is de componist van Pelléas et Mélisande, De Waart de man die het meesterwerk op 14 november concertant in de Matinee zou dirigeren, met het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) en een uitgelezen schaar solisten. Zou – want hij heeft afgezegd. Volgens bronnen omdat hij niet akkoord ging met het naar crisismaatstaven Kamervraagrijpe honorarium dat het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) hem voor twee weken Pelléas zou hebben geboden, volgens de orkestleiding om andere redenen, waarover het geen nadere mededelingen kan of wil verstrekken: een zakelijk conflict over de honorering wordt met kracht ontkend. De Waarts manager bij het Londense impresariaat HarrisonParrott was maandag niet voor commentaar bereikbaar.
Ondertussen dirigeert zijn landgenoot Ed Spanjaard bij de Nationale Reisopera in Enschede een reeks opzienbarende voorstellingen van Wagners Rheingold. Orkestklank, ensemblespel, ritmische souplesse en harmonische detailwerking voldoen aan de hoogste maatstaven. Het is diep, het is breed, het heeft gewicht zonder topzwaar te worden – en noem mij één dirigent die het capabele, maar niet uitzonderlijke Orkest van het Oosten zo glansrijk en vrijwel onberispelijk laat spelen. Ik sta paf.
Dan hoor ik dat De Waart zijn Debussy laat afketsen op wat dan ook. En laat Spanjaard nu toevallig ook heel goed overweg kunnen met Pelléas, zijn lijfstuk. Hij dirigeerde de opera in Nederland en in een regie van Peter Stein bij de Opera van Lyon, waar ik als luisteraar getuige was van iets onvergetelijks. Mooi, één plus één is twee: Spanjaard naar Amsterdam. Hij kent het orkest. Hij dirigeerde het recentelijk tweemaal, in januari 2010 leidt hij het RFO opnieuw. Hij staat er als musicus op de kaart. Doof zijn ze in Hilversum blijkbaar niet helemaal. De verbindingsofficier van het RFO vraagt Spanjaard of hij De Waart kan en wil vervangen. Daar vraagt hij wat: willen is één, kunnen is twee. Van de twee weken repeteren die hij nodig heeft kan Spanjaard er één vrijmaken; de andere is gereserveerd voor een tournee naar Zwitserland met het Nieuw Ensemble. Dat gunt hem graag de eer, en belooft op zoek te gaan naar een vervanger. De ideale kandidaat is beschikbaar, de weg is vrij.
Intussen blijkt de invitatie van het RFO even solide als de DSB. Kort nadat hij is gepolst, krijgt Spanjaard te horen dat hij op een shortlist is beland, wat hij berustend accepteert. Het recht zegeviert, lijkt het: Spanjaard wordt het, laat de boodschapper te Hilversum hem weten. Maar dan volgt een laatste telefoontje, meer dan een week nadat de bijl voor Spanjaard is gevallen. Helaas helaas, wat spijt het ons: men gaat toch elders shoppen. De reden: de musici geven de voorkeur aan een ander. Daarmee ontstaat onwillekeurig de indruk dat het RFO liever Mozart speelt met James Galway in Singapore – ja, echt gebeurd – dan Pelléas met de man die het echt kan. Exit de meesterdirigent die weken op een onheuse manier aan de lijn is gehouden, die een tournee heeft geannuleerd om te kunnen opdraven, die de eerste en enige gegadigde had moeten zijn; de man voor wie orkestbazen met een welgemeend fuck you muzikaal irrelevante bezwaren horen te trotseren, omdat hij op mijn woord van eer de meest begaafde Debussy-vertolker wijd en zijd is. De man die nu toch op tournee gaat met het Nieuw Ensemble, dat nog geen vervanger had gevonden.
Is Spanjaard afgewezen, omdat hij in Singapore niet even bekend is als James Galway? Boeiend. De RFO-leiding deelt mee dat het op geen enkele manier de bedoeling was Spanjaard te desavoueren, maar het voldongen feit ligt daar. Maandag hoor ik de naam van een vervanger circuleren. Het zou gaan om een Fransman die nog nooit een Pelléas dirigeerde. Mocht het zo zijn: tel uit je winst. Ach, misschien krijgen wij in de Matinee dan wel de Spanjaard van de Franse dreven, een even afgeknepen meester die het vernederende privilege van zijn gouden kans beleeft omdat grandeur nu eenmaal door een soort communis opinio erkend moet worden – en schrijft een jongen van de krant daar net zo opgetogen als ik bitter ben dat in de Pays-Bas gelukkig wel de rede zegeviert. Maar al wordt het Abbado zelf, bijna hoop ik dat hij ongenadig door het ijs zakt – het zou de betrokkenen leren. Jongens, er moet iets veranderen.