Chantabel

In de Volkskrant spreken CDA-bewindslieden uit het door Wilders gedoogde kabinet-Rutte I vrijuit over de val van dat kabinet. Waarom zwijgt de VVD?

Zou voormalig CDA-onderhandelaar Ab Klink met enige tevredenheid terugkijken op zijn gelijk? Of zou het hem vooral pijn doen dat de dagelijkse werkelijkheid in het kabinet-Rutte I door het doen en laten van gedoogpartner Geert Wilders van de PVV erger was dan in zijn stoutste nachtmerries?

Na de onthutsende reconstructie in de Volkskrant van afgelopen weekeinde over de manier waarop minister-president Mark Rutte (VVD) en vice-premier Maxime Verhagen (CDA) hun eigen partijgenoten in het kabinet onder druk zetten om Wilders toch maar te vriend te houden, was Klink de eerste aan wie ik moest denken. Daarom zijn brief van eind augustus 2010 er nog maar eens bij gepakt. Het is de brief waarin Klink aan toenmalig cda-partijvoorzitter Henk Bleeker en aan de eerste onderhandelaar in de kabinetsformatie Verhagen uiteenzet waarom ze niet met de PVV verder moeten praten. Klink zelf stopt in ieder geval met onderhandelen.

Klink voorspelde destijds dat de gedoogconstructie met de PVV niet veel goeds zou betekenen voor de samenleving. Hij waarschuwde dat Wilders’ intenties niet te verenigen zouden zijn met die van het CDA: het uitsluiten van mensen versus het perspectief bieden aan mensen. Klink herinnerde Bleeker en Verhagen aan de aan de onderhandelingstafel gedane uitspraak van de PVV-leider dat ‘de hoofden van de coalitiepartners rood zouden kleuren’ als hij zijn visie op het door hem gesteunde kabinetsbeleid zou geven. Die rode hoofden bleven in het najaar van 2010 bij de presentatie van de gedoogconstructie achterwege, maar als Rutte en Verhagen na het lezen van het artikel in de Volkskrant niet alsnog rood zijn aangelopen, dan is hun morele kompas van slag.

De reconstructie lezend is er één woord dat zich in mijn hoofd vastzet: chantabel. Dat de altijd zo opgewekt ogende Rutte binnenskamers vaak woedend werd en dat Verhagen er zo doorheen zat dat hij elke week de door de gedoogconstructie veroorzaakte ellende van zich af moest praten, zijn details die een dergelijk verhaal mooi en des te lezenswaardiger maken. Maar het is de laffe houding van zowel de premier als de vice-premier die je onthutst achterlaat. Ze laten zich keer op keer door Wilders chanteren, ze zetten hun partijgenoten onder druk, ze laten liever hun eigen mensen vallen dan dat ze voor hen of het eigen gedachtegoed opkomen.

Waarom? Geloofden ze echt dat het land zonder die gedoogconstructie onbestuurbaar zou zijn? Rekenden ze erop dat de PVV net als de onervaren LPF begin deze eeuw zichzelf de das om zou doen? Waren ze bang voor de woede van de ontevreden PVV-achterban? Wilden ze zo graag regeren dat ze hiervoor bereid waren hun eigen ziel te verkopen? Durfden ze er niet direct mee te stoppen toen duidelijk werd hoe Wilders hen in de tang had, uit angst voor een slechte verkiezingsuitslag? In die zin is het jammer dat Rutte noch Verhagen aan de reconstructie heeft meegewerkt.

Waarom kapte Leers er niet mee? Was dat een gebrek aan persoonlijke moed?

Het zijn vooral CDA’ers die aan het woord komen. Na het PVV-avontuur gekleineerd tot een oppositiepartij met nog maar dertien zetels, kan de openhartigheid de christen-democraten mogelijk ook niet veel pijn meer doen. Of wil het cda alsnog krediet voor de breuk?

Toenmalig minister van Immigratie en Asiel, Gerd Leers, heeft zijn dagboek aan de Volkskrant-journalisten ter inzage gegeven. Daardoor doemt van Leers, tijdens zijn ministerschap toch gezien als de voetveeg van Wilders, een ander beeld op, meer dat van de man die toch nog voor zijn principes probeerde op te komen maar door zijn partijleider elke keer in de steek werd gelaten. Maar waarom kapte Leers er dan niet mee? Was dat een gebrek aan persoonlijke moed, de cda-reflex dat er altijd bestuurd moet worden of meende Leers zijn partij in deze complexe situatie niet in de steek te kunnen laten?

Ook intrigerend is de rol van cda-staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen. Zijn standvastigheid en harde nee tegen een grote bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking zou hebben geleid tot het opbreken door Wilders en de uiteindelijke val van het kabinet-Rutte I in het voorjaar van 2012.

Maar wat dacht Knapen toen hij het verzoek kreeg van partijleider Verhagen om aan te geven hoeveel er nog bezuinigd kon worden op ontwikkelingssamenwerking? Het lijkt toch behoorlijk naïef om niet te bedenken dat zijn antwoord – twee miljard van de nog resterende vier miljard euro – gebruikt zou worden tijdens de onderhandelingen met Wilders over veertien miljard euro extra bezuinigingen. Of was het een doortrapte voorzet van Knapen die moest leiden tot de breuk?

Van de VVD heeft alleen de niet meer actieve Uri Rosenthal, destijds minister van Buitenlandse Zaken, meegewerkt aan de reconstructie. Andere liberalen uit die tijd zijn nog politiek actief of willen nog een functie waarvoor ze de partij nodig hebben. Maar dat zijn waarschijnlijk niet de enige redenen waarom VVD’ers hun mond houden over de periode-Wilders.

In de stad Den Haag houden de liberalen samenwerking met de PVV na de gemeenteraadsverkiezingen open. Het is moeilijk in te schatten wat daar achter zit. Omdat in een democratie een gekozen partij niet vooraf mag worden uitgesloten? Om potentiële PVV-stemmers niet bij voorbaat richting die partij te jagen? Of zouden de Haagse liberalen echt denken dat wat in het Torentje van de minister-president gebeurde niet in het Haagse IJspaleis herhaald zal worden? Ook al is Wilders deze keer geen lijstduwer in Den Haag, dat laatste lijkt mij behoorlijk naïef.