Profiel: Charles Aznavour

Chanteur zonder looks, maar met charisma

Hij wordt Aznavour genoemd, want grote artiesten hebben in Frankrijk geen voornaam nodig. Hij schreef zo’n zeshonderd liedjes, speelde in zestig films, verkocht meer dan honderd miljoen platen. In Nederland was hij al geliefd toen het nog hip was om bij een glas slobberwijn en een stukje verlopen camembert naar Franse chansons te luisteren. Hij was de held van francofielen en studenten Frans, maar raakte pas echt beroemd dankzij Engelse vertalingen als Yesterday (When I was Young), The Old Fashioned Way en het magnifieke She, dat door Elvis Costello voor de film Notting Hill op de plaat is gezet. Deze week treedt hij in Nederland op, in Amsterdam, Breda en Rotterdam. Waarschijnlijk voor het laatst, want hij is al jaren met zijn afscheidstournee bezig en eens zal het ervan moeten komen, hoewel met pensioen gaan voor hem gelijk staat aan sterven van verveling.

Charles Aznavour wordt in 1924 bij toeval in Parijs geboren, waar zijn ouders, Armeense immigranten die gevlucht zijn tijdens de genocide op de Armeense bevolking, op een visum voor de Verenigde Staten wachten. Zijn echte naam is Varenagh Aznavourian, maar dat verandert snel in Charles, want het lukt niemand om zijn voornaam uit te spreken. Hij heeft een oudere zuster, Aïda. Wanneer het visum door de Amerikaanse ambassade wordt geweigerd omdat het quotum op Armeense immigranten is bereikt, moet het gezin noodgedwongen in Parijs blijven. Aznavours vader is eigenlijk zanger en muzikant, zijn moeder is actrice, maar om aan de kost te komen beginnen zij een klein restaurant in de rue de la Huchette. Daar wordt muziek gemaakt en gezongen voor een publiek van voornamelijk lotgenoten. Het gezin leeft in armoedige eenkamerappartementjes in het Quartier Latin en de Marais. Vandaag de dag is Aznavour een puissant rijke en machtige man in de Franse showbusiness.

Charles maakt op driejarige leeftijd zijn toneeldebuut: voor zeshonderd Armeense immigranten draagt hij gedichten voor die zijn moeder hem heeft geleerd. Als hij tien is gaat hij van school af en krijgt hij een rolletje in een musical. Al heel jong begint hij liedjes te schrijven die bekende zangers op hun repertoire zetten. Charles wil zelf ook chanteur worden maar zijn tekortkomingen lijken onoverkomelijk: hij is te klein, zijn bewegingen zijn houterig, zijn stem is ongepolijst, rasperig bijna, hij heeft iets oriëntaals, hij is het tegenovergestelde van gladde Franse idolen uit die tijd als Charles Trenet en Maurice Chevalier. Hij maakt een onopvallende, weinig gecultiveerde indruk, is vaak grof tegen mensen die hem niet aanspreken. Toch zijn het juist die eigenaardigheden die, gepaard met een verbazingwekkende wilskracht en bijna dwangmatig perfectionisme, hem tot één van Frankrijks grootste sterren zullen maken.

De Rotterdamse koning van het Jiddische lied Leo Fuld heeft altijd beweerd dat hij de zanger Aznavour had ontdekt, maar niets is minder waar. Het was straatmus Edith Piaf, de minuscule onooglijke zangeres met de duizelingwekkende stem, die hem aanspoorde om zelf te gaan zingen. Dat Aznavour snel naam had gemaakt als schrijver en componist van succesvolle liedjes, betekende echter niet dat het publiek hem onmiddellijk als zanger accepteerde. Hij werd genegeerd, weggefloten en gehoond. In een tijd dat de hoge operettestem van gladjanus Tino Rossi als het summum van schoonheid gold, vond men dat hij niet kon zingen. Hij werd in de pers neergesabeld. Hij was te rauw, te volks, te klein, te lelijk, hij beantwoordde op geen enkele wijze aan het mannelijke zangersideaal en na vele fiasco’s wilden theaterdirecteuren hem niet meer engageren. Maar Aznavour zette door en kreeg uiteindelijk de erkenning waarop hij lang had gewacht. In december 1959 had hij met veel moeite een contract losgekregen in het beroemde theater Alhambra in Parijs. Tijdens de eerste liedjes toonde de zaal weinig interesse. Toen begon hij het autobiografische Je m’ voyais déjà te zingen, over de dromen en frustraties van een zanger die nooit succes heeft gehad. Het publiek was uitzinnig. Een ster was eindelijk geboren, 35 jaar oud.

Met Piaf had Aznavour vier jaar lang een onstuimige affaire, al heeft hij altijd volgehouden dat hun liaison niet seksueel was. Hij schreef liedjes voor haar, maakte deel uit van haar entourage en onderging de woede-uitbarstingen van de diva, die hem op haar beurt alles leerde over het beroep van wat in Nederland ten onrechte chansonnier wordt genoemd. Zij was, zo zegt hij nog steeds in interviews, de belangrijkste vrouw in zijn leven, en tegenwoordig zingt hij Plus bleu que tes yeux, dat hij in 1951 voor haar had geschreven, in een virtueel duet met Piaf. Aznavour trouwde drie keer maar vond pas bij zijn laatste vrouw Ulla het geluk. Zoals dat vaak gaat met kleine donkere mannen was er een lange blonde Zweedse nodig om hem voorgoed van het vreemdgaan te genezen. Maar zijn allergrootste liefde was de muziek.

Aznavours muziek mist de harmonische maar ook oppervlakkige schoonheid die iemand als Charles Trenet groot heeft gemaakt. Vanaf het begin van de jaren vijftig creëert Aznavour een nieuwe stijl, waarin hij de Franse voorkeur voor melodieuze liedjes met spannende Oosterse ritmes vermengt. Hij mixt jazzy arrangementen met de koele gladheid van big bands en onstuimige zigeunerklanken, hij houdt van kitscherige en dramatische effecten. Hij weet de taal van de straat tot poëtische klanken om te vormen: zijn teksten zijn rauw, doorspekt met argot uitdrukkingen, soms hard en altijd trefzeker door veelzeggende details. Aznavour is ervan overtuigd dat het chanson moet veranderen, meer engagement moet tonen en persoonlijker moet worden. Hij is een populist die zich niet thuis voelt in de zelfbewuste avant-gardistische sfeer van zijn concurrent Jacques Brel. Zijn sombere, vaak cynische stijl past goed bij de in de jaren vijftig heersende mode van het existentialisme, bij de wanhopige melancholie van in het zwart geklede discipelen van Sartre die in de kelders van Saint-Germain-des-Prés hun eigen existentiële walging proberen weg te zuipen. Een van zijn grootste successen uit die tijd is het door existentialistisch icoon Juliette Gréco gezongen Je hais les dimanches, waarin hij zijn haat uitschreeuwt voor het keurig-burgerlijke bestaan van de Français moyen.

Aznavour gaat geen onderwerp uit de weg, en zijn verzameld werk heeft iets weg van Balzacs Comédie Humaine: alle lagen van de bevolking worden geportretteerd in een groot muzikaal fresco over de Franse zeden en verlangens in de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn chansons variëren van zwoele, sexy ballads tot hartstochtelijke zigeunerliedjes (Les deux guitares), van nostalgische zelfportretten tot ironische of droevige schetsen waarin het harde leven van marginalen en ongeliefden op indringende wijze vorm krijgt. In Comme ils disent vertelt een in het geheim optredende travestiet over zijn eenzame bestaan, in Tu te laisses aller zet hij een vrouw van middelbare leeftijd neer die het gevecht tegen de wetten van de zwaartekracht heeft opgegeven en daardoor haar man niet meer weet te behagen. La mamma, waarvan in 1964 alleen 1.300.000 exemplaren werden verkocht, is een flamboyant stukje kitsch over het samenkomen van een Italiaanse familie rond het sterfbed van de geliefde matriarch. In Hier encore (Yesterday When I was Young) portretteert hij nostalgisch een ouder wordende man, in She bezingt hij de hartstocht voor een bijna mythische vrouw. Hij zingt over scheiding en verkeersongelukken, over een man die verliefd is op een doofstomme vrouw, over zijn kinderen en over aids. Elk liedje is een tranche de vie, een uit het leven gegrepen verhaal op muziek. Het mooist zijn de liedjes waarin hij zijn eigen anders-zijn in woorden tot uitdrukking brengt. Daarmee werd Aznavour de meest kosmopolitische van alle vertolkers van het Franse chanson, de ster die niet alleen Frankrijk maar de hele wereld toebehoort.

Aznavour stelt het liedje op de eerste plaats. De zanger is voor hem slechts een medium dat door zijn performance woorden en muziek tot leven brengt, maar dat op zo’n manier moet doen dat zijn persoonlijkheid niet door het chanson wordt weggedrukt. Aznavour zien is een belevenis. Hij heeft soms iets weg van een mimespeler en terwijl hij zingt, verbeeldt hij de tekst met zijn lichaam. Wanneer hij Dance, in the Old Fashioned Way inzet, danst hij met zichzelf, hij praat tegen een denkbeeldige geliefde, hij voert een stukje totaal-entertainment op. Wat hij aan looks mist, maakt hij goed met zijn charisma en de intensiteit van zijn optreden.

Charles Aznavour leerde Engels en werd een internationaal fenomeen. Zijn liedjes zijn in vele talen vertaald en hij zingt ook graag in het Spaans en het Italiaans. Hij trad op in de Sovjet-Unie, Japan, Zuid-Amerika, Afrika, de Verenigde Staten, hij maakte een aantal wereldtournees en had overal succes. Het verwende New Yorkse publiek viel in Carnegie Hall en bloc voor zijn romantische uitstraling en zijn charmante accent. Amerikaanse sterren als Bing Crosby, Ray Charles, Liza Minelli en zelfs Bob Dylan hebben zijn liedjes gezongen. Hij trad op met Pavarotti, Sting en Elton John en hij werd door de lezers van Time Magazine gekozen tot Entertainer of the Century. Hij schildert niet onverdienstelijk en schreef een autobiografie, Aznavour par Aznavour. Aznavour speelde prachtige rollen in films van nouvelle vague-regisseurs François Truffaut (Tirez sur le pianiste) en Claude Chabrol (Les fantômes du chapelier). Hij was indrukwekkend als de joodse Markus in Volker Schlöndorffs Die Blechtrommel en hij schreef de musical Lautrec over de impressionistische schilder en bordeelbezoeker met de kleine beentjes, die in 2000 voor het eerst in Londen werd opgevoerd. In november 2002 komt in de Verenigde Staten zijn nieuwste film uit, onder regie van de eveneens van oorsprong Armeense cineast Atom Egoyan. Ararat is het verhaal van gewone mensen wier leven verbonden raakt met de Armeense geschiedenis.

Met de jaren was bij Aznavour het verlangen gekomen om zich in die tragische geschiedenis te verdiepen en iets te doen voor het Armeense volk. Na de aardbevingen van 1988, die vijftigduizend doden en vijfhonderdduizend daklozen tot gevolg hadden, stichtte hij Aznavour et l’Arménie, een stichting die geld, kleding en medicijnen voor de slachtoffers verzamelde. Hij werd door Unesco tot permanent ambassadeur van Armenië benoemd.

Zij gingen allen heen, de grote helden van het Franse chanson: Trenet, Brassens, Brel, Montand, Bécaud. Aznavour bleef, 78 jaar, maar nog altijd in het bezit van die indringende sexy stem en romantische charme. Op zondag 29 september zal hij in het Amsterdamse Concertgebouw zijn publiek weer verleiden, ontroeren en laten glimlachen. Hij zal zichzelf omarmen om The Old Fashioned Way te zingen, het publiek zal zoals altijd enthousiast reageren op She, een liedje dat het vreemd genoeg in Frankrijk nooit heeft gemaakt. Het wordt een prachtig optreden en degene die het meeste zal genieten, is de zanger zelf, want het contact met de zaal ervaart hij als een fysiek genot dat onvergelijkbaar is met het verkopen van cd’s. Al zal het publiek voor een belangrijk deel uit geronten bestaan, want de fans van het eerste uur zijn samen met hun idool oud geworden, met Aznavour in the house is de kans op verveling uiterst klein.