INTERNATIONAL FILM FESTIVAL ROTTERDAM

Chaos, vijandigheid en moord

Het International Film Festival Rotterdam focust op cinema in de breedste zin van het woord: een monster uit Korea, hulde aan een meester uit Hongkong, dubieus werk van de grootste Europese cineast van dit moment en experimentele documentairemakers uit Canada en Israël die partij kiezen in actuele conflicten.

Twee beelden die op het oog niets met het werk van regisseur Werner Herzog te maken hebben, zijn bepalend geworden voor de plaats die hij in de cinematografie inneemt. Het eerste beeld is een zeldzaamheid: Herzog de acteur. In Harmone Korine’s experimentele Julian Donkey-Boy (1999) speelt hij een tirannieke vader die ergens in een koude stad in Amerika zijn zoon met een tuinslang natspuit, zogenaamd om een ‘man’ van hem te maken. Het tweede beeld is afkomstig uit een interview met de bbc. Herzog, in gesprek met journalist Mark Kermode, wordt getroffen door een windbukskogel. Een heuse aanslag. Met een gaatje in zijn buik en een shirt vol bloed zet Herzog vervolgens het interview voort, alsof er niets is gebeurd.
Wat beide beelden zo treffend maakt, is dat ze typisch Herzog zijn, een en al wanorde, geweld en destructief gedrag. Dit zijn niet alleen thema’s die centraal staan in zijn merkwaardige oeuvre, met als hoogtepunten Aquirre, der Zorn Gottes (1972) en Fitzcarraldo (1982), ook zijn ze illustratief voor Herzogs levensfilosofie. Die is het best uitgekristalliseerd in Grizzly Man, Herzogs meesterlijke documentaire uit 2006, waarin de regisseur zelf in de voice-over zegt: er is geen harmonie mogelijk in het menselijk leven, maar slechts chaos, vijandigheid en moord.

Deze filosofie is ook volledig toepasbaar op de nieuwe Herzog, de vreemde en op veel punten dubieuze, maar toch opnieuw meesterlijke oorlogsfilm Rescue Dawn, waarmee het International Film Festival Rotterdam dit jaar opent. Dat is gepast, want bij het zien van veel Rotterdam-films voelt het alsof ‘chaos, vijandigheid en moord’ bewust of onbewust kernbegrippen voor veel filmmakers zijn. Conflict en geweld, onverdraagzaamheid en haat, blindheid en onverschilligheid – de wereld is een zootje en de filmmakers op het iffr lijken met hun films een reflectie van die chaos te willen geven.

Chaos en landschap lijken samen te gaan, zeker bij Werner Herzog. Wat is de plaats van de mens in de wereld, in de natuur? Landschap en natuur zijn hoofdpersonages in Rescue Dawn. De film gaat over de Amerikaanse gevechtspiloot Dieter Dengler (Christian Bale), die aan het begin van de Vietnamoorlog tijdens een geheime missie in Cambodja wordt neergehaald en vervolgens samen met andere krijgsgevangenen in een Vietcong-gevangenis ergens in het oerwoud belandt.

Aan het begin en einde van de film rijzen onvermijdelijk vragen rond de mogelijkheid van Rescue Dawn als propaganda voor het Amerikaanse leger. Immers, de wijze waarop Dieter overleeft, zijn redding en het vieren van zijn ‘heldendaden’ kunnen net zo goed elementen van een Schwarzenegger/Stallone/Willis-actiefilm zijn. Herzogs film staat bovendien niet los van de actualiteit. Er is bijvoorbeeld een scène die een directe reflectie van de bekende televisiebeelden is waarin een woeste horde het lijk van de Amerikaanse helikopterpiloot die in 1993 in Mogadishu werd neergehaald door de straten sleept. In Herzogs film binden Vietcong-strijders Dengler met een touw aan een soort bosvarken vast, waarna het wilde dier de Amerikaan tot groot vermaak van de plaatselijke bevolking achter zich aan trekt.

Dat is een mooi, pijnlijk moment, maar de film komt pas tot leven tijdens de ontsnapping van Dieter samen met een andere Amerikaan, gespeeld door Steve Zahn, wiens wilde ogen en blonde haar veel aan Herzogs geliefde, en gehate, acteur Klaus Kinski doen denken. Hoe zou Kinski hier wel niet in zijn element zijn geweest! In het ongetemde bos overheersen waanzin en geweld. Het leven is er niets waard: iemand hakt een menselijk hoofd met een machete af, niet gedreven door gevoelens van haat, maar door angst en overlevingsdrang. Want het landschap is dodelijk. Diepgroene takken kleven als bloedzuigers aan het lichaam, zodat je nauwelijks vooruit kunt. Lichaam noch geest houdt stand tegen de bergen met scherpe, uitstekende rotsen, en de onstuimige, dodelijke rivieren. En verloren in deze wereld, Dieter Dengler: mens, eenzaam, onnatuurlijk figuur dat slechts kan overleven als hij als de natuur ‘wordt’, dat wil zeggen chaotisch en vijandig en moorddadig.

Rescue Dawn is, ondanks de twijfelachtige plaats die het Amerikaanse militarisme in de vertelling inneemt, een bevestiging dat Werner Herzog naast Michael Haneke de belangrijkste Europese cineast van dit moment is. En wat Herzog misschien nog boeiender dan Haneke maakt, is zijn onvoorspelbaarheid. Zijn werk bezit ruwheid en daardoor, paradoxaal, schoonheid. Het is mogelijk dat Werner Herzog chaos nodig heeft zoals hij zuurstof nodig heeft, zoals hij Klaus Kinski – personificatie van chaos – nodig had. Of nodig heeft…

Landschap en chaos keren terug in twee mooie documentaires. In de eerste, Manufactured Landscapes (Canada, 2006), schetst Jennifer Baichwal een onthutsend beeld van milieuvervuiling in landen als China en Thailand. Door de ogen van fotograaf Edward Burtynsky zien we hoe arme Thaise gezinnen gigantische, roestende schepen in een woestland van modder en metaal met blote handen stukje voor stukje demonteren. De these van Baichwal en Burtynsky is dat industriële verontreiniging nieuwe landschappen creëert, en dat die een eigen, verschrikkelijke schoonheid hebben. Dat is een boeiend statement dat doorgaans door de beelden wordt geschraagd. Wat opvalt in de film is dat de mens het enige ‘natuurlijke element’ in de nieuwe landschappen is, wat op zich een teken van abnormaliteit is.

Eveneens kunstmatig is het landschap in Bil’in My Love (Israël, 2006) waarin de filmmaker, Shai Carmeli Pollak, zonder schroom partij kiest in het conflict tussen de bewoners van het Palestijnse dorpje Bil’in, gelegen tussen Jeruzalem en Tel Aviv, en Israëlische militairen die moeten zorgen voor orde tijdens de bouw van de beruchte veiligheidsmuur in die regio. Het is een prachtige film die de Palestijnse protesten tegen de muur voelbaar en echt maakt. Je ziet de menselijkheid van de betogers, die geen militanten zijn, maar vrouwen, kinderen, gehandicapten en ouderen. Absoluut ijzingwekkend is een toneelstukje dat Palestijnse kinderen op een pleintje in Bil’in opvoeren. Met stokken en rotjes spelen ze een confrontatie met de Israëliërs na. De snelheid en behendigheid waarmee ze ‘neergeschoten’ kameraadjes te hulp schieten, doen vermoeden dat ze hetzelfde tafereel in het echt al vaak hebben meegemaakt.

Op een lichtere toon vormt de Han-rivier in Seoel het landschap van de leukste monsterfilm in vele jaren: The Host (Zuid-Korea, 2006) van Bong Joon-ho, regisseur van de prachtige seriemoordenaarfilm Memories of Murder uit 2003. Song Kang-ho, de rechercheur uit Memories, neemt in The Host opnieuw de hoofdrol op zich. Hij is Park Kang-du, eigenaar van een fastfoodwinkeltje op de oever van de Han. Op een dag verrijst een monster uit de rivier en neemt zijn dochtertje mee. Een speurtocht naar het meisje volgt in het netwerk van tunnels naast de Han, waarbij de kijker een lawine van emoties over zich heen krijgt: angst, humor, afschuw, hysterie en verdriet. De actualiteit (het sarsvirus en biologische oorlogvoering) resoneert in het verhaal, en ook de filmhistorie is aanwezig: het monster doet denken aan Godzilla, de beroemde Japanse creatie en in het atoomtijdperk metafoor voor de angst voor massale menselijke uitwissing. De chaos die het monster in The Host teweegbrengt, is nu meer letterlijk, persoonlijk bijna, alsof het ding een virus is dat het landschap van het lichaam én van het collectieve bewustzijn binnendringt. The Host weerspiegelt deze tijd. Het is een angstig sprookje, een vertelling over chaos, vijandigheid en moord.