Chaoten in polen

Twee dagen voor de ‘chaoten’-rellen in Duitsland vond een proloog daarvan plaats in het Poolse plaatsje Jarocin. Ook hier kwamen er traangas en plastic politiekogels aan te pas. ‘Fuck the system! Punk lives!

JAROCIN - Donderdag 4 augustus. Zwetend rolt een onafzienbare stroom haveloos geklede jongeren uit de treinen die elk half uur het station binnenrijden. Het allersjofelste deel bestaat uit punki, die met hun gescheurde T- shirts, streepjesmaillots en hanekammen zo lijken te zijn weggelopen uit een Sex-Pistolsconcert anno 1978. In het Westen al tien jaar zwaar gedateerd, is punk in Polen nog immer populair.
Moeizaam sjokt de stoet in de brandende zon over de stalen loopbrug die van het station naar het centrum van Jarocin leidt, een slaperig stadje in West-Polen met 30.000 inwoners, dertig procent werkloosheid en vier katholieke kerken. Al sinds 1980 kan de Poolse jeugd hier elk jaar drie dagen terecht voor een festival dat indertijd door het communistische regime is opgezet als veilige uitlaatklep voor de groeiende onlustgevoelens van de jeugd. Alleen tijdens dit festival ontbrak de censuur op songteksten en kon men zich ongestoord uitleven in solidair protest.
Na het einde van de Russische overheersing in 1989 veranderde het karakter van het festival echter snel. Het niet langer door de regering gesubsidieerde fenomeen werd in 1990 overgenomen door de nieuwe helden van Polen: de bizznizzmenni. Zij trachten het festival om te vormen tot een jongerenfestijn naar westers voorbeeld, met toegangsprijzen en sponsors. De meer commerciele reggae,- grunge-, en heavy-metalgroepen worden geprogrammeerd op het grootste podium in het voetbalstadion, terwijl het traditionele legioen punkers vooralsnog hun gratis festival in het kleinere amfitheater behoudt.
VORIG JAAR ESCALEERDE deze situatie toen de punks merkten dat er nog maar vier punkrockgroepen waren uitgenodigd, en ook nog eens van slechte kwaliteit. De angst om door de toenemende commercialisering hun geliefde festival te verliezen, zette de punks aan tot vechtpartijen met heavy-metalfans en het veiligheidspersoneel. Het podium en de reclameborden werden kort en klein geslagen, en gewapend met de overblijfselen trokken de punks naar het stadscentrum, woedend roepend dat hun festival was ‘verkocht’. Bij het raadhuis werden de punks opgewacht door inderhaast opgetrommelde oproerpolitie, met wie ze vervolgens bloedig slag leverden.
Dit jaar is de politie voorbereid. Al op de stationsbrug, langs de leuning, staat een lange rij agenten. Grijnzend bekijken ze de langsschuifelende menigte neohippies, heavy-metalfans, grungers en punks. Af en toe aaien ze dreigend met een gummiknuppel over een hanekam of al te groot uitziende plunjezakken: het stadje is tijdens het festival volledig drooggelegd en dat willen ze graag zo houden. Een indrukwekkende verzameling ingenomen flessen drank ligt aan hun voeten.
In de straat van het station naar het stadsplein hangen de inwoners van Jarocin uit hun ramen. Verschillende religieuze groeperingen doen hun best om zoveel mogelijk positieve vibraties te creeren. Voor de katholieke kerk delen misdienaren stukken brood met jam uit. Een schare Hare Krishna’s voorziet een lange rij wachtenden van een warme maaltijd. De kerken en sektes hebben het kapitalistische systeem al goed door: een vrijwel braakliggende markt ligt hier voor hen open.
De muzikale manifestatie van de pinkstergemeente wordt opgefleurd door een groepje meezingende punkers met een vrolijke dronk. De evangelisten staan doodsangsten uit als ze opeens het marktplein over worden gesleurd in een zeer wilde pogo. Hun leider steekt een donderpreek af tegen de balorige jongeren, een getergde punkers heft dreigend een fles. De prekende evangelist kan nog net op tijd wegduiken en de fles spat naast hem uiteen. Twee agenten dwingen de punk om op blote voeten het glas op te rapen en sleuren hem vervolgens hardhandig naar de glasbak. Na een paar rake klappen met de gummiknuppel jagen ze hem hun busje in en scheuren het plein af.
Ook de verzaligd rondschrijdende priesters in lange pijen boeken weinig succes. Mariz, een 22-jarig meisje groen-blauwharig meisje met een versleten Sid-Vicious-T-shirt, slaat hen mopperend gade: 'Die rotkerk is gewoon bang om de macht te verliezen. Tijdens het communisme waren de katholieken nog wel populair bij de jongeren omdat ze in ieder geval losstonden van de communistische staat. Nu verliezen ze veel aanhang, en dus moeten we weer bekeerd worden. Nou, mooi niet. De kerk is net zo goed een onderdrukker. Walesa bijvoorbeeld is zwaar anti-abortus. Onder de communisten was abortus geen probleem, maar nu mag het alleen als je verkracht bent. Ik ken iemand die voor vijf jaar de bak is gedraaid omdat ze zich in Leningrad had laten aborteren! En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Fuck the system! Punk is not dead!’
IN HET PARK rond het amfitheater heerst inmiddels een merkwaardige chaos. Een paar duizend ongezond uitziende jongeren zitten in groepjes te kletsen en laten meegesmokkelde bierflessen en marihuanapijpjes rondgaan. Voor dure potjes Claerasil tegen jeugdpuitsjes of een bezoek aan de tandarts hebben ze zo te zien geen geld. Sommigen waggelen lallend tussen de groepjes door, de controle over hun ledematen totaal kwijt door een overdaad aan barbituraten of een zogenaamde 'Poolse cocktail’: een paar minuten hyperventileren in een plastic zak gevuld met lijm. Een paar oververhitte punks duiken met kleren en al de vijver in, hun hoofden angstvallig boven water houdend om hun arbeidsintensieve haardossen te beschermen.
Op een bankje zit Stefanek, 33 jaar en de meest beroemde inwoner van Jarocin. In 1980 was hij de eerste punker in het dorp en dat is zo gebleven. Zijn avonturen met de autoriteiten, drank, drugs en vrouwen zijn legendarisch in het stadje en hij wordt door vrijwel iedereen in het plaatsje welwillend, soms bewonderend gadegeslagen. Momenteel werkt hij als bouwvakker. Hij is volgens zijn collega’s een intelligente, ijverige jongen, al komt hij af en toe wat daas op het werk: dan heeft hij de avond daarvoor zijn tweewekelijkse shotje heroine gezet.
'De jongeren die je hier in het park ziet, zijn natuurlijk niet helemaal representatief voor de Poolse jeugd’, vertelt hij. 'De metalheads zitten nu in het stadion. En de brave disco-fans, waar er ook steeds meer van zijn in Polen, komen hier al helemaal niet. De punks zijn voor het merendeel weekendpunks: thuis zeggen ze tegen hun ouders dat ze naar een religieus festival gaan en in de trein trekken ze dan een kapotte spijkerbroek aan en maken snel even een hanekammetje met wat bier en een rauw ei.’
Nee, skinheads laten zich niet zien op het festival. 'Skins zijn wel, net als de punks vroeger, enorm in opkomst. Hier durven ze zich niet te laten zien want dat zou gegarandeerd op vechten uitdraaien met de punks. Niet dat ze daar vies van zijn, punks en skins vechten de laatste tijd constant met elkaar op schoolpleinen en bij voetbalwedstrijden. Maar hier zijn de punks in de meerderheid, en dat durven de skins niet aan. De toenemende agressie is jammer, maar wel erg voorstelbaar. Het einde van de Russische overheersing heeft gewoon niet het Walhalla van westerse overvloed gebracht waar iedereen op hoopte.’
Stefanek vertelt dat ongeveer een derde van de jongeren werkeloos is, en de armoede en woningnood onder hen zijn groot. De communisten hielden de jeugd in ieder geval bezig: iedereen was automatisch een Rode Pionier, waarvoor allerlei uitstapjes werden georganiseerd. 'Dat was ook niet fantastisch natuurlijk, maar je kwam nog eens ergens. Nu is een treinkaartje of bioscoopbezoek voor veel mensen onbetaalbaar. En zonder baan en huis is het vrijwel onmogelijk om een normaal leven op te bouwen met een vrouw en een baby en een autootje voor de deur. Veel jongeren sluiten ze zich daarom maar bij skins of punks aan. Kunnen ze tenminste hun frustratie uitleven.’
LAAT IN DE MIDDAG barst de muziek los. In het amfitheater worden de meest krakkemikkige imitaties van westerse punkrock, grunge, en pathetische new-wave over het publiek uitgestort, dat bij sommige bands enthousiast aan het pogoen slaat en bij andere balorig met appeltjes en halfvolle waterflessen gooit. Vooral voormalige punkbands die de overstap naar grunge proberen te maken, moeten het ontgelden.
Zbigniew Man bijvoorbeeld, zanger van de grunge-groep Roan, komt ontdaan van het podium af, waar een constante stroom van projectielen hem het zingen onmogelijk maakte. 'Godverdomme, het leek wel Sarajevo daar! Stomme punks. Laten ze met hun tijd meegaan in plaats van zo te blijven hangen in die negatieve, compleet verouderde stijl. Echt balen dat we dit jaar niet in het stadion mochten spelen. En we hebben nog wel net een nieuwe cd uitgebracht, met positieve New Age-achtige teksten. Volgende maand spelen we in Duitsland; de opbrengst is voor een fonds voor kindertjes met hartverzakkingen.’
In de hoofdstraat tussen het park en het stadsplein wordt een metal-fan door een paar punks beroofd van zijn toeganskaart voor het stadion. Als zijn vrienden hem te hulp schieten, ontstaat een vechtpartij. Een tiental politieagenten tracht in te grijpen door hardhandig en willekeurig op de chaotische situatie in te slaan. Een punker blijft roerloos op straat liggen. Al snel worden de agenten omsingeld door ongeveer honderd toegestroomde punks gewapend met stokken en flessen, die 'fuck off’ scanderen. Dat willen de agenten wel, maar ze kunnen nergens heen.
Dan verschijnen de hulptroepen. Veertig man oproerpolitie slaat de menigte uit elkaar. Naast de bewusteloze punk blijken ook enige kermende politieagenten te liggen. De punks hergroeperen zich bij de ingang van het park en beginnen in rap tempo de straat op te breken en de bakstenen naar de politie te gooien. De politie reageert met traangas en plastic kogels, maar kan zich niet staande houden en trekt zich terug naar het stadsplein, hun gewonden met zich meetrekkend, achtervolgd door juichende punkers. Even later verschijnen nog meer busjes ten tonele en een verse groep agenten waagt een tegenaanval. De punkers slaan op de vlucht. Rond etenstijd is het weer rustig in de stad en kan de balans worden opgemaakt: 65 in het ziekenhuis behandelde gewonden - waarvan 44 politieagenten - drie verwoeste auto’s, veertig meter opgebroken straat en talloze gebroken ramen.
IN EEN PERSCONFERENTIE laat de politie weten te hebben gehandeld in het belang van 'de volksgezondheid van de bewoners van Jarocin, voor wie deze groep punkers een ernstig gevaar opleverden’.
De overgang naar de democratie is nog steeds moeilijk, zo meent burgermeester Pavel Jachovski de volgende dag. 'Ik heb ook liever dat de politie veel meer afstand bewaart tegenover het publiek. Ze moeten duidelijk nog leren dat het de oude tijd niet meer is, dat ze het niet kunnen tegenhouden dat er wel eens een vechtpartijtje uitbreekt als mensen onder invloed zijn. Maar ja, ik ben geen hoofd van de politie, ik kan alleen maar adviseren. In ieder geval zal ik me inzetten voor een beter georganiseerd festival volgend jaar, wat er zeker zal komen, ondanks het gekanker van de mensen op straat. Dat doen ze immers elk jaar na afloop van het festival, maar in hun hart zijn ze er dol op. Hebben ze weer wat om over te praten de rest van het jaar.’
De bevolking zou zonder het festival ook het geld missen dat elk jaar in het laatje komt. Honderden inwoners staan met standjes langs de kant van de weg om broodjes, limonade en sigaretten met vette winst aan de festivalgangers te verkopen. En ook onder de toonbanken bloeit het kapitalistisch initiatief: aan de rand van de stad worden flessen goedkope vruchtenwijn aangelengd met een flinke scheut methylalcohol tegen woekerprijzen verkocht.
De slimste handelaars hebben goede connecties met de autoriteiten. De kastelein Stachew Dostatni bijvoorbeeld zit erbij als een maffiabaas tijdens de drooglegging in Amerika. Zowel inwoners van het dorp en festivalgangers als politiemannen komen tijdens het festival in zijn illegale kroegje bier kopen. Gezeten tussen de twee bodyguards die Dostatni voor de zekerheid heeft ingehuurd, vertelt hij over vorig jaar: 'De rellen waren vlak bij mijn kroeg, maar zowel de politie als de punkers keken goed uit dat ze mijn ramen niet raakten! Na de rellen zag ik een politieman in zijn auto zitten met in een hand een fles bier en in de andere zijn autotelefoon. Zo van: “Nee hoor chef, alles onder controle, en geen drank te krijgen hier, hoor!”
DE LAATSTE TWEE dagen heerst er een steeds mattere sfeer op het festival. Tientallen overvalbusjes van de politie scheuren intimiderend door de straten, de zijdeuren open, het tot de tanden gewapende peloton oproerpolitie gevechtsklaar. De punkers blijven wijselijk in het park of verlaten het festival stilletjes via een omweg. Degenen die overblijven zien er steeds depressiever uit, geintimideerd, of volslagen mafgeslagen door de drugs. Ook in het tentenkamp is de sfeer verpest. Naarmate het geld opraakt, neemt het bedelen toe. Anderen nemen het niet zo nauw en beroven ’s nachts her en der in elkaar gestorte gedrogeerden. Op een paar punks na, die op de derde dag nog een muzikant aftuigen, gebeurt er verder weinig meer dat van echt enthousiaste activiteit getuigt.
Volgens Leszek Jabrowski, de plaatselijke afdelingsleider van Solidarnosc, geldt dat eigenlijk voor de meeste jongeren: 'Meer nog dan onder het communisme is apathie tegenwoordig de norm. Jongeren zijn totaal niet geinteresseerd in politiek, voornamelijk omdat ze niets meer geloven van wat de autoriteiten zeggen. Misschien komt dat omdat ze al zo lang zijn voorgelogen door de communisten. Een andere reden is dat de communisten hebben plaatsgemaakt voor even autoritaire leiders in een nieuw jasje. In ieder geval heeft de val van het ijzeren gordijn gezorgd voor een enorme anticlimax, toen de plotselinge vrijheid niet zorgde voor de gehoopte economische verbeteringen. Vroeger had je geld maar waren de winkels leeg; nu is in de winkels alles te krijgen, maar heeft haast niemand geld om iets te kopen. We doen er alles aan om jongeren er van te doordringen dat het in hun handen ligt om dat te veranderen, maar het wil niet erg lukken.’
Pas op het einde van het festival weet een muziekgroep de massa in het stadion nog een positieve noot te ontlokken: de vrolijk swingende reggae-band Natura, bestaande uit Hare Krishna’s, wordt keer op keer teruggehaald voor een toegift. Na de hopeloos humorloze muziek die het festival domineerde, weten alleen zij een lachende, tevreden heen en weer wiegende massa te creeren. Maar helaas ontbreekt voor de jeugd vooralsnog een iets concreter perspectief dan het transcendentale geluk dat deze Hare Krishna’s bieden.