Chapeau

Bewegingen van de menselijke gestalte zijn onuitputtelijk, zo laat John Baldessari met zijn Folding Hat zien.

HET ONVERGETELIJKE Folding Hat van John Baldessari is een videowerk van bijna dertig minuten lang dat, nu het op dvd is overgezet, zonder tussenstop eindeloos kan doorgaan. Die nieuwe technische mogelijkheid maakt dat, wanneer iemand het echt volhoudt om langer dan een half uur te blijven kijken, het obsessieve en licht absurde karakter van het ding versterkt wordt. Je kijkt naar twee handen, en stukken onderarm, die bezig zijn een zwarte slappe vilthoed (type Borsalino) in allerlei vormen te plooien, te frommelen, te vouwen. De handelende persoon in dit gebeuren zit rechts buiten beeld. Het is Baldessari zelf. De hoed is de hele tijd in het zicht, rustig en van dichtbij. Soms wordt hij even omhoog gehouden om te kijken hoe hij er dan uitziet - zoals mensen bij het bloemschikken in een vaas soms even naar achteren buigen om beter te zien hoe ze erbij staan. Het werk krijgt daardoor ook een afstandelijk ritme. Er is trouwens ook geluid: tijdens het koddige schikken van de hoed fluit de acteur een opgewekte melodie uit de populaire komische opera van Rossini, De barbier van Sevilla. Dat geluid dat er een beetje bij hangt, verhoogt het gevoel van concentratie in het werk. Vaak fluiten of neuriën mensen zo een beetje afwezig een deuntje als ze aandachtig met iets bezig zijn en de tijd vergeten.

Het werk werd gemaakt in 1971, en opgenomen in het huis van Jan Dibbets in Amsterdam door de Duitse pionier Gerry Schum die, met zijn vrouw Ursula Wevers, de Video-Galerie had opgericht. De idee was dat voor dat nieuwe, handzame en relatief goedkope medium kunstwerken speciaal ontworpen konden worden. Op een mooie manier paste de wendbaarheid van video precies bij wat een generatie van kunstenaars toen ook bezighield. Op de morgen voordat Folding Hat op de band werd gezet, had Jan Dibbets op een grasveld (misschien wel in het Vondelpark) zijn eveneens onvergetelijke diagonalen gelopen: twee denkbare, elkaar kruisende lijnen die, perspectivisch gecorrigeerd, in beeld kwamen als de diagonalen van het beeldscherm zelf. Zo'n werk ging dan, zoals dat toen heette, over het zichtbaar maken van ruimte, of ook wel het onderzoeken van zichtwijzen. Dat is allemaal waar, maar ook te gewichtig geformuleerd.

Al die kunstenaars - of het nu Baldessari of Dibbets was of Lawrence Weiner of Sol Lewitt of Bruce Nauman - waren bezig met van alles opnieuw uit te vinden. Ze kenden elkaar en waren met dat project eerst ook gezamenlijk bezig. Nadat met minimal art een soort grandioze finale van de abstractie was bereikt, was de kunst daaraan toe. Eigenlijk begon iedereen maar ergens, dat wil zeggen met wat hem zo inviel. Wat ook hielp waren nieuwe media die nu tot de kunst toegelaten werden zoals fotografie - en natuurlijk video. Je had zeker ook op een, zeg maar, gewone manier die diagonalen op een televisiescherm kunnen vertonen. Door het echter zo te maken dat je in platte geometrie op het scherm zag wat een kunstenaar op een grasveld liep terwijl hij het liep, werd de visuele ervaring scherper en concreter.

In zijn video had Dibbets iets ontworpen, een geconstrueerde ruimte, om die te kunnen zien. Op die manier worden dingen uitgevonden en gecontroleerd en hernomen. Het frommelen met die hoed in Folding Hat, op een scherm, is een onnavolgbare en laconieke vertoning. Je kunt het voortdurend manipuleren van dat slappe, plooibare ding (indeuken, uitdeuken) bekijken als een geestig commentaar op moderne sculptuur, bijvoorbeeld op de glooiende morfologie (hol en bol) van de beelden van de voorbeeldige Jean Arp. Maar ik moet ook nog aan iets anders denken.

Vanaf de tijd van de grote Giotto probeerde de kunst op beeldende wijze verhalen te vertellen. Dat betekent dat je mise-en-scènes moest ontwerpen waarin figuren lijken te bewegen. De vertelling verloopt dan via suggestieve bewegingen en gebaren van de menselijke gestalte die, als je de kunst van Giotto tot Picasso bekijkt, in al hun variaties vrijwel onuitputtelijk lijken. In de oude kunst was dat altijd de hoofdzaak. Het is die ogenschijnlijke, meeslepende onuitputtelijkheid die in Folding Hat door John Baldessari wordt geïmiteerd, op de ontspannen manier van zijn karakter en zijn plek, Los Angeles. Denk aan het meesterwerk van Rafaël dat laatst ter sprake kwam, waarvan we na het zien van Baldessari’s oefeningen de beweeglijkheid nog meer kunnen bewonderen. Maar mooier is nog dat we handen met de hoed in de weer zien. Van alle ledematen is de hand met de vingers het beweeglijkst en, als het gezicht, het meest expressief. De hand van de kunstenaar is iets mythisch. Scheppende handen, was dat vroeger ook niet een beroemd knutselboek of iets op tv?

PS Veel van de video’s uit de productie van Gerry Schum worden (op dvd nu) bewaard in verschillende Nederlandse musea, in Eindhoven en Amsterdam en wellicht ook Otterlo - en zouden daar op aanvraag ook te bekijken moeten zijn. Werk van Baldessari is nu ook te zien bij Annet Gelink Gallery in Amsterdam