POPMUZIEK: BoySetsFire

Charlie Chaplin voert het woord

‘You must speak’, zegt commandant Schultz in Charlie Chaplins meesterwerk The Great Dictator tegen de joodse barbier, gespeeld door Chaplin zelf.

‘I can’t’, antwoordt die.

‘You must. It’s our only hope.’

De dialoog leidt het nieuwe BoySetsFire-nummer Closure in, zoals de beroemde toespraak die de joodse barbier op het eind van de film houdt door het hele album is gesneden.

Dat nummer Closure was een paar maanden geleden voor het eerst te horen in het uiterste oosten van Duitsland. In het plaatsje Zwiesel, vlak bij de grens met Oostenrijk, ligt een ­jongerencentrum, het Jugendcafé. Het dreigt te verdwijnen, tenzij er snel zestigduizend euro op tafel komt. Een crewlid van BoySetsFire kom uit Frauenau en bracht in zijn puberteit menige avond door in het Jugendcafé. Volgens de gitarist van de band kan in kleine plaatsen de aanwezigheid van een jongerencentrum ‘voor velen het verschil tussen leven en dood betekenen’. Als BoySetsFire ergens altijd een voorkeur voor heeft gehad, is dat wel voor grote woorden. En dus liep een vlakbij Zwiesel gelegen gymzaal in Frauenau half maart twee avonden vol voor concerten van benefietconcerten van BoySetsFire. Twee keer uitverkocht, totale opbrengst: dertigduizend euro.

De band uit Delaware speelde die avonden een dwarsdoorsnede van de albums die ze maakten voor ze er in 2007 mee stopten. Definitief, was het plan, maar zoals bij vrijwel alle bands die definitief stoppen bleek het tijdelijk. Andermaal viel tijdens de twee optredens op wat voor bijzondere band BoySetsFire is. Het spelen met dynamiek, het afwisselen van snoeiharde, bijna metal-achtige hardcore met melodieuze passages; tal van bands doen het, vele inmiddels met meer succes dan BoySetsFire. Het zeer populaire maar volstrekt oninteressante Australische Parkway Drive bijvoorbeeld. Te vaak wordt het platweg het invullen van een sjabloon: na iedere onderbuikse grunt wachten op een zalvende melodie, en na iedere flirt met pop opnieuw op de harde uithaal.

Bij BoySetsFire speelt die variatie zich niet noodzakelijkerwijs bínnen een nummer af, en zijn de contrasten enorm. Hard is bij BoySetsFire ook meteen ziedend hard, op het lompe af. En de melodieuze nummers mogen geregeld zonder schroom ballads heten. Niet eens de vergeten term ‘rockballads’, nee: werkelijk aanstekerliedjes. De verbindende factor is de licht hese, ongelooflijk wendbare stem van zanger Nathan Gray, ook verantwoordelijk voor de teksten. En die zijn meteen de volgende onderscheidende factor van BoySetsFire, vanwege hun combinatie van militant links-radicalisme en verklaard humanisme. De toonzetting van Gray is ten diepste ideologisch en lijkt bijna geworteld in andere decennia en in andere delen van de wereld dan Delaware. Er spreekt een haat uit tegen een vrije markt die bij Gray nog steeds ‘kapitalisme’ heet, en tegelijk een diepe teleurstelling in institutioneel links. Een afkeer van retoriek (When Retoric Dies heet een van hun nummers), maar dan wel zelf geformuleerd in ronkende retoriek: ‘On the face of every american worker/ Is the constant fear that their job won’t remain/ As the ceo is planning his vacation/ To kill or be killed is the nature of the beast.’

Na het afscheidsoptreden in 2007 begon Gray verschillende andere bands, die zich toelegden op ofwel de harde ofwel de poppy kant van BoySetsFire. Het eerste album in zeven jaar reduceert al die bands onmiddellijk tot sympathieke hobbyprojecten. Weinig bands kunnen overtuigend zo woedend klinken (Everything Went Black hoort tot het hardste wat de band ooit heeft opgenomen) en tegelijk zo verleidelijk melodieus, met teksten waarin vaker dan ooit woorden als ‘believe’ en ‘hope’ langskomen. En tussendoor klinkt steeds opnieuw Chaplin, die verwoordt wat Gray zingt: ‘You are not machines! You are not cattle! You are men!’


BoySetsFire, While a Nation Sleeps, label: End Hits Records. BoySetsFire speelt 22 juni in Dynamo, Eindhoven