Charlottesville krabbelt langzaam weer op

Charlottesville – Het lijkt een gewone zaterdag in het winkelcentrum van Charlottesville, maar schijn bedriegt. Een week na de protestmars van extreem-rechtse nationalisten waarbij drie doden en 34 gewonden vielen, kunnen de meeste inwoners van de kleine provinciestad nog maar nauwelijks bevatten wat er is gebeurd. Voor velen kwam de uitbarsting van geweld als een verrassing. Ook voor Collier, eigenaar van een kleine tweedehands-boekwinkel vlak bij University of Virginia: ‘Vrijdagavond werd de stad ingenomen door nazi’s, want zo voelde het. Ze liepen de campus op met brandende fakkels. Ik had tegen een vriend gezegd dat het er waarschijnlijk een handvol zouden zijn, maar het waren er veel meer.’

Op de plek waar de 32-jarige tegendemonstrante Heather Heyer zaterdag werd doodgereden, zitten haar ouders naast de bloemenzee en praten met bekenden en mensen die van heinde en verre zijn gekomen om hun medeleven te betuigen. ‘Ze wilde alleen laten zien dat iedereen welkom was in Charlottesville’, zegt haar stiefvader. Een omstander valt hem bij: ‘Dit is niks voor deze stad en ik woon hier al 35 jaar.’

Er waren ook inwoners die al vreesden voor deze uitkomst. ‘Zodra ik hoorde dat de mars doorging heb ik mijn broer in New York gebeld’, vertelt de Indiaas-Tibetaanse Jin. Toch heeft hij geen slechte ervaring in Charlottesville: ‘Iedereen is altijd erg vriendelijk en ik heb nooit problemen gehad.’

De studentenstad van een kleine vijftigduizend inwoners staat als progressief te boek, maar heeft een langere historie van intolerantie. Al ten tijde van de Civil Rights Movement was er veel weerstand tegen de verplichte desegregatie van witte scholen. In plaats van zwarte leerlingen toe te laten werd een aantal scholen voor een paar maanden gesloten.

Art, een Indiase immigrant die in 2003 naar Amerika kwam, vertelt dat hij in een telefoonwinkel in Charlottesville werkt. Klanten vragen hem regelmatig om telefoonhoesjes met de vlag van de Geconfedereerde Staten. Ook de belangrijkste initiatiefnemer van de mars, Jason Kessler, is al langer actief in Charlottesville. In 2016 voerde hij campagne om de zwarte vice-burgemeester Bellamy in diskrediet te brengen nadat die zich had uitgesproken tegen het standbeeld van Robert E. Lee. ‘Het gaat lang duren voor we dit verwerkt hebben’, zegt Art, ‘maar een eerste stap is al gezet: woensdagavond was er een tegendemonstratie langs dezelfde route. We hebben onze stad meteen teruggenomen.’