Kunst

Charme, charme

Kunst: Van Rysselberghe

Een tentoonstelling van het werk van de Belgische schilder Théo Van Rysselberghe (1862-1926) is een zeldzaamheid. Hij was een van de meest prominente schilders van het Belgische fin de siècle; veel van zijn werk behoort echter tot privé-collecties en wordt daarom weinig getoond.

Als schilder wordt Van Rysselberghe volwassen tussen 1882 en 1890. In de jaren tachtig gaat de wereld bijna letterlijk open voor hem, die is opgeleid tot een degelijke, wat somber getinte academist. Hij reist drie maal naar Marokko en produceert daarna schilderijen die alle licht en kleur van Noord-Afrika vangen in een vlotte, licht-impressionistische stijl, versimpelde, verhevigde kleurvlakken, dapper lege plekken – maar tegelijkertijd met de smaak van het oriëntalisme à la Delacroix. Die prettige combinatie bezorgt hem zijn eerste succes in Brussel. In 1883 schaart hij zich bij de «radicalen» van Les XX (les Vingt) – Ensor, Finch, Khnopff, Rops, Auguste Rodin, Signac – en wordt scout voor hun tentoonstellingen. In 1886 hangen Monet en Renoir op de tentoonstelling van Les XX, en Van Rysselberghe experimenteert met hun puur impressionistische, kleurige toets; in hetzelfde jaar ziet hij in Parijs Seurats Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte en hij bekeert zich tot het pointillisme. In de zomer van 1887 ontmoet Van Rysselberghe ook nog Sisley, Signac, Degas en Toulouse-Lautrec, en ook die nodigt hij uit voor Les XX, ook hun stijlen absorbeert hij. In Parijs ontmoet hij Theo van Gogh, en zo wordt zelfs Vincent van Gogh uitgenodigd voor een tentoonstelling in Brussel – waar diens Rode wingerd in Montmajour wordt aangeschaft door Anna Boch, het enige werk dat Van Gogh tijdens zijn leven verkocht.

Théo van Rysselberghe kende dus iedereen, zag iedereen, dronk het werk van iedereen in met een oprechte ontvankelijkheid, die hem bijna weerloos lijkt te maken voor de invloed van de écht grote kanonnen van zijn tijd. Hij is iemand met een groot talent, een keurige bourgeois-achtergrond, een oprecht enthousiasme voor de dynamiek van de kunst van zijn tijd – en dus is het bezoeken van zijn tentoonstelling een even hartverwarmende en zonnige als merkwaardige affaire. Je betreedt een zaal, je overziet de wanden en daar is altijd wel een schilderij dat er onmiddellijk uitspringt – extra levendig, extra kleurrijk, extra gedurfd, extra vol licht, een schilderij dat afsteekt tegen de rest. En verdomd: dat schilderij is altijd van iemand anders dan Van Rysselberghe zelf.

In de portrettenzaal verbleken de starre adellijke meisjes in hun grootse franshalsige posities bij dat ene dekselse heksje van Khnopff met haar explosie van rood haar, en haar driftig onwillige mondje. In de latere landschappen overklast Signac Van Rysselberghe met een identiek natuurbeeld, gemaakt op hetzelfde plekje aan de Côte d’Azur. Waar Van Rysselberghe de balans tussen de dennentakken die in het late zonlicht steken (vol-oranje) en de takken die beschaduwd zijn (donkerpaars) evenwichtig en zorgvuldig doorvoert, is Signac haastiger, on-evenwichtiger en verdorie: levendiger, krachtiger, spannender.

Het is makkelijk om die bedeesdheid te wijten aan Van Rysselberghes burgerlijke achtergrond. Hij kán het wel, schilderen: het portret van Emile Verhaeren is een meesterwerk van sfeer, een maximum in wat in die stippeltechniek allemaal te bereiken is. Maar Verhaeren is een vertrouweling van de schilder; de tientallen portretten van gewone Brusselse beau-monde-matrones zijn alléén maar licht en vrolijk en verantwoord. Daar gaat klasse voor sfeer, vakmanschap voor persoonlijkheid, charme voor lef. Van Gogh werd in diezelfde tijd in Parijs half gek van de invloeden van zijn schilderbroeders: iedereen een andere stijl, stippen, strepen, vlakken, vlekken. Van Rysselberghe zag dat allemaal ook, maar bleef kalm, en altijd charmant.

«I warned you», zegt de estheet Anthony Blanche tegen de schilder Charles Ryder (in Brideshead Revisited): «I warned you of charm. Charm is the great English blight. It spots and kills anything it touches.» Lees voor «English» «Belgian» en voor «Ryder» «Van Rysselberghe».

Théo van Rysselberghe

Gemeentemuseum Den Haag, t/m 24 september. De tentoonstelling omvat werk van tijdgenoten als Seurat, Signac, Finch, Khnopff, Mondriaan, Jan Toorop en Leo Gestel