Chatten met Ernst Suur van war child

Op zondagmiddag 10 januari hebben wij gesproken en gechat met Ernst Suur. Hij zit in Kitgum in Noord-Oeganda voor War Child.

Start gesprek: 12.03 uur.

Nederland: ‘En wat heeft u vandaag gedaan?’

Oeganda: ‘Afgelopen week was het heel warm, 35 tot 40 graden, vandaag heeft het keihard geregend en is het wat koeler. Maar ik zit nog steeds lekker in mijn korte broek en T-shirt buiten.’

Nederland: ‘Vandaag is het in Nederland ongeveer 10 tot 13 graden.’

Oeganda: ‘Oe… koud!’

Nederland: ‘Ja.’

Nederland: ‘Waarom werkt u voor War Child?’

Oeganda: ‘Vandaag heb ik geslapen, hahaha. Ik heb gisteren negen uur in de auto gezeten om vanuit Noord-Oeganda waar War Child werkt in de vluchtelingenkampen naar de hoofdstad, Kampala te rijden. Dat was een lange en hobbel-de-bobbel-rit en ik was dus moe, vandaar dat ik vandaag uitgeslapen heb.’

Oeganda: ‘Waarom ik voor War Child werk? Ik vind werken met kinderen heel leuk en ik vind het leuk om sport en spelletjes met kinderen te doen die heel lang, door de oorlog, niet hebben kunnen spelen.’

Nederland: ‘Hoe lang zit je in Oeganda?’

Oeganda: ‘In Oeganda werk ik al bijna twee jaar. En voor War Child werk ik al meer dan vier jaar. Ik werkte voordat ik in Oeganda kwam in andere landen waar War Child projecten voor kinderen heeft. Lang hé?’

Nederland: ‘Ja.’

Nederland: ‘In welke landen bent u al geweest?’

Oeganda: ‘Ik ben toen ik 21 was voor War Child begonnen in Kosovo, in Oost-Europa. Daarna heb ik in Sierra Leone gewerkt, West-Afrika. Toen ben ik naar Soedan gegaan, toen voor een korte periode naar Afghanistan en nu ben ik hier!’

Nederland: ‘Wat doet een sociaal werker in Oeganda?’

Oeganda: ‘Voor sociaal werkers is er heel veel verschillend werk in Oeganda. Ze werken in weeshuizen (huizen voor kinderen die geen vader en moeder meer hebben), of ze werken met straatkinderen (kinderen die leven op de straat), of met kinderen in de vluchtelingenkampen die vanwege de oorlog hebben moeten vluchten en nu in hutjes met zestigduizend mensen op elkaar leven. Dus er is heel veel werk voor sociaal werkers in Oeganda.’

Nederland: ‘Hoe gaat het met het bibliotheekproject?’

Oeganda: ‘Wat leuk dat jullie dat al weten! Dat project is nu in de voorbereiding. We zijn vorige week druk bezig geweest om alle mensen die erbij betrokken moeten worden te spreken. We hopen snel in één vluchtelingenkamp een supermooie bieb neer te zetten, zodat kinderen kunnen lezen. Kun je je voorstellen dat kinderen hier geen enkel boek voor zichzelf hebben?’

Nederland: ‘Wij lezen ook veel boeken.’

Oeganda: ‘Goed zo, van lezen word je slim!’

Einde gesprek: 12.55 uur.