Cheerleader

Ze is de ambassadrice van het power-feminisme. Ze is de cheerleader van spiritueel links. Ze is slim, mooi en succesvol. Ze heeft een nieuw boek geschreven. Naomi Wolf vindt de tweede feministische golf in haar eentje opnieuw uit. ‘I’m a bad girl too!’ ..LE ZE STAPT FERM HET podium op, werpt in een vloeiende beweging haar lange manen op haar rug, pakt de draadloze microfoon die klaar ligt en zegt: ‘I’m going to use this piece of phallus technology.’ Losjes loopt ze heen en weer en vertelt ze haar boek na, onderwijl de zaal in kijkend alsof die louter door haar beste vrienden wordt bevolkt. Ze gaat ons de waarheid over de vrouwelijke seksualiteit vertellen, zegt ze, en uitleggen dat het geen pretje was om seksueel te ontluiken in de tijd van de pil. Vroeger, in de jaren vijftig, was het duidelijk wanneer je een good girl was en wanneer een bad girl. De seksuele revolutie heeft het allemaal veel verwarrender gemaakt: pornografie is alom aanwezig, maar meisjes kunnen nog steeds een slet zijn. Vrouwen worden nog steeds gestraft als ze een bad girl zijn en daarom zegt ze het maar meteen onverbloemd: ‘I’m a bad girl too!’ Als om dat te demonstreren steekt ze haar been subtiel door de split van haar lange paarse rok.

ZO ZIET feministisch entertainment eruit. De zaal van de Rode Hoed, waar Naomi Wolf op uitnodiging van het John Adams Institute over haar nieuwste boek Promiscuities praat, zit tjokvol vrouwen in mantelpak die braaf lachen als er een ingestudeerd grapje wordt gemaakt en braaf klappen als de microfoon uitnodigend naar de zaal wordt gehouden. Ze spreekt op de toon van de cheerleader op een zeepkistje: flink, vrolijk en opgewekt. ‘Dan komen we nu bij de beroemde bladzijde 188’, roept ze monter als we de verborgen problemen rond de vrouwelijke seksualiteit in de tijd dat seksualiteit alleen maar zorgeloos en leuk was achter ons hebben gelaten en bij de vrouwelijke lust zijn aanbeland. 'Het is de meest gekopieerde en gefaxte pagina van het boek’, lacht ze en ze leest hem voor. Het is een passage uit de Tao waarin, nogal expliciet erotisch, tien tekens van vrouwelijk verlangen worden beschreven. Als ze hem uit heeft, gaat de microfoon naar de zaal, aanmoedigend gebaartje erbij, we mogen applaudisseren. Dit is vast power-feminisme.
Na de pauze gaat Wolf in gesprek met Anja Meulenbelt, het boegbeeld van het Nederlandse feminisme. In hoeverre heeft 'haar’ generatie geholpen bij Wolfs seksuele volwassenwording, wil Meulenbelt weten. Als Wolf, na een vraag uit de zaal, bekent dat ze in haar volgende boek de waarheid over moederschap zal vertellen, knikt Meulenbelt instemmend: 'Dat is wat wij ook altijd hebben gedaan. Niet uitgaan van wat als de waarheid wordt gezien, maar onze eigen waarheid naar buiten brengen.’ 'Thank you Anja, for creating the world I came in’, besluit Wolf de avond.
NAOMI WOLF IS een fenomeen, zoveel is duidelijk. In 1990 werd ze in ÇÇn klap beroemd met The Beauty Myth, een kloek feministisch traktaat over de zoete leugen van het schoonheidsideaal. Het boek werd een bestseller en in veertien talen vertaald; ze trok daarna maanden stad en land af om zalen toe te spreken en interviews te geven. En dat is te merken: Naomi Wolf is een geroutineerd performer. Ze stelde in haar tweede boek, Fire with Fire, dat het feminisme mainstream moest worden en ze is daar zelf de beste ambassadrice voor. Ze ziet er niet alleen uit als een schoonheidskoningin, ze is ook nog eens een Miss Retorica die welbespraakt en gladjes het publiek voor zich weet te winnen.
Natuurlijk roept dat ook veel weerstand op, vooral van feministen. Een Engelse feministe betitelde haar als een 'loudmouth with a B-plus brain’ en een Amerikaanse journaliste verweet haar dat ze zich, net als Germaine Greer en Betty Friedan vroeger deden, gedraagt alsof ze de internationale feministische verkiezingen heeft gewonnen. Ze heeft het te makkelijk, daar komt de kritiek op neer. Ze is te mooi, te slim, te succesvol. Ze heeft het nooit arm gehad in haar leven. Het is aandoenlijk hoe Wolf zich verdedigt: ze hadden thuis niet eens een vaatwasmachine, terwijl er bij vriendinnetjes wel een stond.
Hoe genadeloos de feministische kritiek ook is, Naomi Wolf is en blijft een feminist, ze is altijd een feminist geweest. Drie dagen na haar lezing tref ik de nu 35-jarige schrijfster in haar hotel en ik vraag haar wanneer ze het beladen F-word is gaan gebruiken, kortom wanneer ze zichzelf feminist is gaan noemen. 'Ik ben in een feministische stad opgroeid, in een feministische familie waarin het vreemd was gÇÇn feminist te zijn’, zegt ze. 'Mijn moeder las De tweede sekse in het kraambed. Toen ik ouder was, deed ze onderzoek naar de lesbische gemeenschap in San Francisco. Alle feministische boeken waren in huis. Het gezin waar ik uit kom, was een paradijs van gelijkheid. Maar ik ben een accidental professional feminist. Ik was helemaal niet van plan een feministische schrijver te worden, ik wilde een dichter zijn. Er lag echter een grote mesthoop op de weg. Al mijn vriendinnen hongerden zichzelf uit en konden daardoor niet goed functioneren. Die mesthoop moest eerst uit de weg en dat werd The Beauty Myth. Daarna lag er een nieuwe mesthoop, en daarna nog een. Ik ben er niet op uit om steeds op die mestvaalt te stuiten, maar ik ben opgevoed met het idee dat als er een groot obstakel is, het je taak is het weg te halen.’
Haar boeken zijn dan ook vaak vermomde autobiografie‰n genoemd. In haar puberteit hongerde ze zichzelf uit, ze schreef er The Beauty Myth over. Fire with Fire, Wolfs oproep tot power-feminisme, gaat, zou je kunnen zeggen, over een jonge feministische vrouw die opeens een ster is geworden en ontdekt hoe moeilijk het is veel geld te verdienen en met macht om te gaan. De eerste vette cheque die ze ontving, beschrijft ze erin als 'een spookverschijning’ die maakt dat ze zich heel onvrouwelijk voelt, 'alsof een merkteken van mannelijkheid me stigmatiseerde’. In haar laatste boek, Promiscuities: A Secret History of Female Desire, schrijft ze haar seksuele memoires. Ze schildert hoe ze opgroeide in San Francisco, vlak bij de hippiebuurt Haight Ashburry. In de stad hing de geur van eucalyptusbomen en hasj, de volwassenen lieten hun haar groeien en werden jonger en jonger, het was een tijd van liefde en vrede, maar als kind kon je niet meer ontkomen aan de opdringerige seksindustrie. Twee jaar geleden werd Wolf moeder, haar komende boek zal dan ook over het moederschap gaan.
'Het is waar dat ik mijn eigen ervaring als een bril gebruik om naar de wereld te kijken’, zegt ze. 'Ik ga in de eerste plaats van de oude feministische waarheid uit dat het persoonlijke politiek is. Ten tweede komt er een heleboel wijsheid naar boven, en een heleboel goede vragen, als je je eigen ervaring bekijkt. Het is mijn methode om mijn eigen ervaring in ogenschouw te nemen, de ervaringen van vrouwen om mij heen daarbij te betrekken en dat te verbinden met cultureel onderzoek. De boeken van mannen zijn ook vaak autobiografisch en niemand heeft er enig probleem mee. Want mannelijke persoonlijke ervaringen zijn waardevol en die van vrouwen niet. Mijn methode helpt mijn lezers hun persoonlijke leven met politiek in verband te brengen en dat is mijn bedoeling.’
ZE IS RUSTIG en vriendelijk als ik haar spreek in haar hotel. Alsof het knopje van de pr-machine die ze ook is, even is omgedraaid. Ze is alleen zo verstandig dat je het gevoel hebt dat je alles wat ze zegt zelf ook al hebt bedacht. Dat alle verstandige mensen het al hebben bedacht. Je hebt het idee dat ze de tweede feministische golf in haar eentje opnieuw uitvindt. Het is precies wat haar door veel oudere feministen voor de voeten wordt geworpen. Ze heeft het feminisme in een sexy jurkje gestoken, en het is prachtig dat ze dingen zegt als: 'If I can’t dance, it’s not my revolution’, maar inhoudelijk heeft ze niets nieuws te bieden.
'We Did This Twenty Years Ago!’ valt ze me in de rede, de woorden slepend en nadrukkelijk uitsprekend. Even is ze geãrriteerd, maar ze herneemt zichzelf onmiddellijk: 'Ik moet hier heel boeddhistisch over zijn, om mijn persoonlijke gevoelens er niet tussen te laten komen.’
'Die kritiek negeert de geschiedenis volkomen’, vervolgt ze. 'Ik ben ook een student in de vrouwengeschiedenis en als je terugkijkt naar de geschiedenis van het feminisme van de laatste tweehonderd jaar, dan is niets nieuw. Amelia Bloomer was in 1870 al bezorgd over de tirannie van het schoonheidsideaal. Emma Goldman was al bezorgd over het patriarchale instituut van het huwelijk. Shere Hite “ontdekte” in 1976 de clitoris, maar de clitoris werd al in 1559 uitgevonden door een wetenschapper in Veneti‰ en opnieuw ontdekt in 1918 door Marie Carmichael Stopes. Het politieke feit is dat er maar zes manieren zijn om vrouwen te onderdrukken en die manieren worden gerecycled van generatie op generatie. En van generatie op generatie staan er feministen op om zich tegen diezelfde zes dingen te verzetten. Ik zou dus tegen de feministen van de tweede golf willen zeggen: jullie waren ook niet de eersten. Er komt pas een eind aan het recyclen als er geen seksisme meer bestaat.’
Bovendien, legt ze uit, ziet de onderdrukking van vrouwen er van generatie op generatie anders uit. Ten slotte komt het verwijt tegen haar voort uit een psychologisch probleem: 'Mannen begrijpen dat er altijd jonge mannen opstaan die hun voorgangers omverwerpen. Oudere mannen begrijpen hoe het generatieconflict werkt en werpen zich op als mentors. Daarom zijn mannelijke instituties en denklijnen ook zo krachtig. Vrouwen hebben dat nog niet geleerd. Daarbij hebben de tweedegolffeministen het gevoel dat ze niet de waardering hebben gekregen die ze verdienen. Daarom bedankte ik Anja Meulenbelt. Maar wat ik niet heb gezegd, en wat ik had moeten zeggen, is: laten we dit oedipale drama oplossen. Ik zal idee‰n hebben die jou bedreigen, omdat ze je doen nadenken over sterfelijkheid en over de tijdelijkheid van je werk. Dat is mijn fout niet.’
Wolf is een levende feministische paradox en juist dat maakt haar fascinerend. Haar persoonlijkheid is interessanter dan haar theorie‰n. Ze schreef een boek over de schoonheidsdwang en verkocht het met haar schoonheid. Haar schoonheid was ook een van de argumenten om haar aanklacht te ontkrachten. 'The anti-beauty cutie’, werd ze in de media genoemd, 'het anti-schoonheidssnoesje’. En er zijn meer paradoxen. Ze zet zich af tegen het slachtofferfeminisme, maar aan al haar boeken ligt haar eigen slachtofferschap ten grondslag. Ze moet niets hebben van het orthodoxe feminisme van de jaren zeventig, maar The Beauty Myth is terecht gekenschetst als een 'weg-met-de-beha-traktaat’, aangepast aan de jaren negentig, en ook haar andere boeken zijn geschreven volgens het aloude feministische recept. Ze stelt dat vrouwen niet altijd een nice girl moeten willen zijn, maar ze straalt zelf vooral kwetsbaarheid en vriendelijkheid uit.
Ze is waarschijnlijk vooral zo succesvol omdat ze een blijde feministische boodschap verkondigt, en dat alleen al is een contradictio in terminis. In Fire with Fire stelt ze verheugd dat de aanklacht van Anita Hill tegen opperrechter Clarence Thomas een 'genderquake’ heeft veroorzaakt. Sindsdien hebben vrouwen hun woede gebruikt om in groten getale tot de regering toe te treden. 'De geschiedenis heeft mijn wildste dromen doen uitkomen’, zegt ze en ze geeft ratelende opsomming van het percentage feministen dat het Witte Huis bevolkt, van vrouwen die topposities hebben in de regering of de rechtelijke macht, van feministische issues die nu opeens op de agenda staan. De afgelopen verkiezingen draaiden zelfs om vrouwen, want zowel Democraten als Republikeinen deden er alles aan om de vrouwelijke kiezer te verleiden. Zij kan het weten, want ze adviseerde voor de campagne van Clinton. 'Het power-feminisme dat ik propageerde, is werkelijkheid geworden’, zegt ze stralend.
De woede waarvan The Beauty Myth nog is doordrenkt, is dan ook gesmolten als sneeuw voor de zon. 'Ik denk dat naarmate ik ouder word mijn woede meer verandert in hoop’, bekent ze. 'Ik denk graag dat mijn boeken door de jaren heen minder polemisch zijn geworden en meer compassie hebben gekregen. Ik ga niet achter mijn bureau zitten en denk: ik ben boos en schrijf een boek. Het is precies omgekeerd. Iedereen die een sterke visie op sociale rechtvaardigheid heeft, wordt boos dat er onrechtvaardigheid is. Maar liefde is het begin. De mensen die mij inspireren - Gandhi, Martin Luther King, Emma Goldman en de grote sociale activisten - hadden een liefdevol visioen van een betere wereld.’
Als je haar zo hoort, is het niet verwonderlijk dat ze zich tegenwoordig bezig houdt met religie, althans met het minder afschrikwekkende neefje daarvan: spiritualiteit. Ze gaat zo nu en dan weer naar de synagoge, leest boeddhistische teksten en heeft zich zelfs voorgenomen om weer in de collegebanken plaats te nemen om vergelijkende godsdienstwetenschappen te studeren. Ze vertelt dat ze deel uitmaakt van een nieuwe intellectuele stroming: spiritueel links.
Wolf: 'Religieus rechts is rigide en uitsluitend en hi‰rarchisch en dat willen we niet. Seculier links is materialistisch en gedrenkt in moreel relativisme. Ik denk dat geen van beide posities een oplossing biedt voor onze problemen. We hebben een nieuwe positie nodig die progressief, tolerant, inclusief Çn ethisch is. Het houvast dat religie geeft, moet niet het voorrecht zijn van rechts. Veel mensen voelen een leegte en verlies, ze zijn wanhopig doordat er geen centrum meer is. Ze hebben gezien dat drugs de leegte niet vulden, net zomin als veel verschillende seksuele partners en veel geld. Het is geweldig dat er nieuwe vormen van gemeenschap en nieuwe rituelen ontstaan.’
WE HEBBEN HET gesprek afgerond, de koffie met low fat milk is op, maar ik kan het niet laten om Naomi Wolf op de valreep te vragen of ze zichzelf nu werkelijk een bad girl vindt. Wolf is altijd het slimste meisje van de klas geweest. Ze heeft ijverig aan de universiteiten van Yale en Oxford gestudeerd, ze heeft een paar vriendjes gehad en is, nadat ze keurig verloofd is geweest met gouden verlovingsring en al, getrouwd. Het was, zo leren de media, een huwelijk met alle klassieke toeters en bellen: de bruid in het wit, een dienst in de synagoge, het bruidsboeket dat in de menigte wordt gegooid. Dat is niet bad, dat is gewoon.
Over haar persoonlijk leven wil Wolf wel schrijven, maar niet praten. Ze antwoordt, hoe kan het ook anders, retorisch: 'Er staan nog steeds culturele sancties op als je als vrouw je seksuele geschiedenis prijsgeeft. In Amerika kan je seksuele verleden nog steeds tegen je worden gebruikt in je werk en bij echtscheidings- en verkrachtingszaken. Ik ben ervan overtuigd dat dat in Holland niet anders is. Of staan de boekenplanken hier vol met verhalen van Nederlandse schrijfsters die uitwijden over hun seksuele volwassenwording?’