Sport

Chemie

Als er weer eens bonje is in de sport, of een trainer wordt de laan uitgestuurd, dan lezen we vaak: het gaat niet goed, want het klikt niet tussen die en die en die en die. Het botert niet. Het loopt niet lekker. Het geheel is niet meer dan de som der delen. Het is niet bepaald een geoliede machine. Kortom, er is geen chemie.

En dan moet Koeman vertrekken.

Er is geen chemie. Net zoals mensen dat zeggen over hun huwelijk zeggen ze het ook over de relatie tussen een trainer en ‘zijn’ spelers, of tussen spelers onderling.

Zo kwam het Algemeen Dagblad onlangs met een opmerkelijk verhaal. Uit onderzoek was gebleken dat er tussen Ajax-vedetten Klaas Jan Huntelaar en Wesley Sneijder geen chemie was. Het AD toonde dat aan met harde feiten en cijfers. In wedstrijden waar Sneijder meedeed, scoorde Huntelaar 0,3 keer, beduidend minder dan wanneer de middenvelder niet was opgesteld: 1,22 doelpunt. Waar een beetje chemie goed voor kan zijn.

Het is niet raar dat er soms geen chemie is tussen trainer en spelers – of tussen wie dan ook. Sommige mensen, of dingen, zijn nu eenmaal in de grond niet in staat tot chemie. Andere mensen, of dingen, wel. Maar je kunt niet verwachten dat er hoepla, pats, jippiejajee, zomaar chemie is, hoe graag je dat ook zou willen.

Want wat is chemie? De chemie houdt zich bezig met het beschrijven van de processen die zich afspelen tussen de diverse stoffen, elementen, die op de aarde en nabije omgeving voorkomen.

Want alles is chemie. Het leven is ontstaan door chemie. En het houdt zichzelf in stand door chemie. Als we vooruitgang boeken, danken we dat aan chemie.

Dus is het terecht dat in de sport veel waarde wordt gehecht aan de chemie tussen spelers en trainers. En dat is heus niet alleen maar een metafoor. Als voetbalcoaches in hun pakket Voetbalcoach ook een klein trimestertje scheikunde zouden krijgen, zouden ze van tevoren kunnen inschatten of het ging klikken met hun spelers, of tussen de spelers onderling. Want vreselijk ingewikkeld is het niet.

Met Huntelaar en Sneijder in gedachten pakken we het Periodiek Systeem der Elementen erbij, oftewel de tabel van Mendelejev, waarin alle ons bekende, op de aarde voorkomende elementen zijn gerangschikt. Elk element heeft een atoomnummer en een symbool. Dat symbool wordt gebruikt om helder en duidelijk de reacties te kunnen beschrijven die die stoffen (met elkaar) kunnen aangaan, bijvoorbeeld NO + O3 —> NO2 + O2.

Welnu. Het probleem van chemiegebrek tussen Huntelaar en Sneijder is te verklaren. Huntelaar is H, atoomnummer 1, waterstof; Sneijder is Sn, atoomnummer 50, tin. Tussen die twee elementen gebeurt niet veel als je ze in het laboratorium bij elkaar voegt, in elk geval een stuk minder dan wanneer je waterstof mengt met andere stoffen. Want waterstof is op zichzelf in staat tot vele reacties en verbindingen met verscheidene elementen. Waterstof brandt (bij aansteken) met zuurstof en met de halogenen; wanneer gemengd wordt in de juiste verhouding verlopen de verbrandingen explosief (knalgas, chloorknalgas).

Waterstof, H dus, kan verbindingen van velerlei aard aangaan: ionische of zoutachtige hybriden, metallische hybriden en covalente hybriden, vluchtige verbindingen, waarvan het molecuulrooster wordt samengehouden door waterstofbruggen en vanderwaalskrachten. Covalente hybriden vormt waterstof met partners van vergelijkbare elektronegativiteit uit de groepen IVb, Vb en VIb van het Periodiek Systeem, bijvoorbeeld CH4, NH3, H2O, HBr, HI en PH3. Met name die laatste verbinding is indrukwekkend. We weten dus dat we Kenneth Perez (P) naast Huntelaar moeten posteren (P + 3H —> PH3).

Henk ten Cate, trainer van Ajax, heeft geen last van gebrek aan chemie met zijn spelers. Hij heeft het geluk dat hij Ca is, calcium, en dat is een prettig element om mee te reageren. In het dagelijks leven kennen we Ca3(PO4)2 (antiklonteringsmiddel), CaCl2 (blusmiddel), CaF2 (email) en Ca(CH3CHOHCOO)2 (tandpasta).

Louis van Gaal heeft het lastiger. Ga is gallium, en maar weinig stoffen willen daar chemie mee bedrijven. Pas met een hoop activeringsenergie en katalysators komt er leven in de reageerbuizen.

Phillip Cocu ziet er na de wedstrijd altijd uit alsof hij net niet is ontploft, alsof hij helemaal bruist van binnen. Dat is interne chemie. Cocu barst van de chemie, met zichzelf. Dat is niet raar: Co is kobalt, en Cu is koper. En als je die bij elkaar voegt…

Misschien moet Ajax toch Seedorf terughalen, want H reageert goed met S. Dat is nog eens chemie: Huntelaar en Seedorf vormen samen H2S. Dat zit ook in stinkbommen en ruikt vies. Over effectiviteit van de aanval heeft Ajax dan niet te klagen.