Chemisch castreren

Liefde en loyaliteit betonen zonder blikvernauwing, het moet mogelijk zijn, maar gemakkelijk is het niet. Sinds ik vader ben, blijk ik gevoelig voor de meest drakerige sentimentaliteit. Er hoeft maar een kind in gevaar te zijn of mijn ogen gaan branden en mijn keel wordt dik. Nu heeft iedereen recht op zijn allerpersoonlijkste slechte smaak.

Pijnlijker wordt het als het ouderschap het politieke oordeelsvermogen aantast. Voor een afgewogen oordeel is het noodzakelijk om van perspectief te kunnen wisselen, om uiteenlopende standpunten niet alleen te kennen maar zelfs te begrijpen. Een onaantastbare loyaliteit kan zo'n perspectiefwisseling belemmeren. De verkrachting en de moord op de zevenjarige Chanel door Jan S., eerder al veroordeeld voor de verkrachting van een vijftienjarige, maakt me onwrikbaar. Schattingen van de recidive onder kindverkrachters stemmen me niet milder. Fred Berlin van de John Hopkins Universiteit komt tot een percentage veroordeelden dat opnieuw toeslaat van 65 procent. Nederlandse experts zijn minder pessimistisch, maar houden nog altijd rekening met 30 procent. Ik ken ze nog wel, de argumenten dat ook verdachten en veroordeelden bescherming nodig hebben. Maar zodra ik me voorstel dat mijn dochter door zo'n engerd te grazen wordt genomen, zijn het niet meer dan holle praatjes. Dan interesseert het me niet of het bijhouden van een DNA-register van kindverkrachters wel of niet grondwettelijk verantwoord is. Als een Serviër, een Albanees, een Hutu of een Tutsi zich niet langer kan verplaatsen in de ander, is dat het begin van het einde van de beschaving. Maar nu schiet ik zelf te kort. De bescherming van mogelijke slachtoffers als mijn dochter is belangrijker dan wat dan ook. Ik kan me amper in een ander standpunt verplaatsen. Dat betekent niet dat alle middelen moeten worden ingezet. Het is niet goed als de buurt wordt ingelicht als een voor seksueel misbruik veroordeelde nieuwe huisvesting krijgt. In de Amerikaanse staat Washington mogen de autoriteiten dat wel doen. Er zijn gevallen bekend waarin bezorgde buurtbewoners in hun goedbedoelde beschermdrang het huis van de voormalige gevangene afbrandden. Zo'n terroristische afstraffing vergroot helaas alleen de frustratie en de agressie van de dader, en daarmee de kans op nieuwe slachtoffers. Ook het levenslang volgen door de autoriteiten boezemt me weinig vertrouwen in. Beter is het om de mogelijkheden te verkennen van het chemisch castreren. Dat klinkt eng, maar het is een stuk minder erg dan de eeuwige opsluiting waarvoor sommigen pleiten en die voor een aantal ongeneeslijke TBS-klanten reeds de feitelijke praktijk is. Hans Hillen van het CDA heeft het drie jaar geleden in het kielzog van Dutroux voorgesteld en in Amerika bestaat het al. In Californië worden kindverkrachters na een tweede veroordeling en na het uitzitten van hun straf chemisch gecastreerd met het middel Depo-provera: een injectie die de seksuele lusten wegneemt. Het succes van het beleid is nog niet bekend want het geldt alleen voor misdaden begaan na 1 januari 1997. Het einde van de gruweldaden zal het niet betekenen, want seksueel geweld is meer geweld dan seks. Helaas blijft bij sommigen ook zonder stijve de drang tot mishandelen bestaan. Maar Berlin verwacht wel een vermindering van de recidive bij goed gebruik van Depo-provera. Dus moet Hillens pleidooi worden ondersteund. Want wie slachtoffer is van zijn lusten kan er baat bij hebben, en met de anderen, die genoegen scheppen in vernederen, verkrachten en vermoorden, heb ik geen medelijden.