Buitenland

China

In In Patagonië beschrijft auteur Bruce Chatwin zijn levenslange fascinatie voor het zuidelijkste stuk land ter wereld. Die fascinatie werd gewekt door een harig lapje leer in zijn oma’s toonkast: volgens de familielegende een stukje brontosaurus dat een ver familielid had opgediept uit een Chileense gletsjer nadat hij schipbreuk had geleden in de buurt. Ik kreeg die fascinatie, weliswaar sterk verdund, als tiener weer doorgegeven via dat boek. Jaren later kon ik die stillen in een onbegrijpelijk leeg land waar niets gebeurde.

Een van de indrukwekkendste ervaringen van die reis was een wandeling door de oude stad van Valparaíso. Ik stond er stil bij wat ooit een prachtige villa moest zijn geweest, op een klif boven de stad met tientallen kilometers vrij zicht over de Stille Oceaan. Daarna volgde nog zo’n villa, en nog een: prachtige, uitgewoonde, vervallen kasten van huizen. Valparaíso, zo was duidelijk, was heel rijk geweest, en kon nu niet eens zijn onderhoud meer betalen. Die glorietijd was maar kort geleden, en destijds deed de hele onderkant van de wereld het goed ten opzichte van de rest. Een eeuw geleden lagen drie van de vier rijkste landen ter wereld diep op het zuidelijk halfrond: Nieuw-Zeeland, Australië en Argentinië. Uruguay en Chili deden ook een tijdlang mee in de top. In plaatsen als Valparaíso is helder te zien hoe vergankelijk dat is.

Het was in de jaren tachtig voor veel lezers een schok toen historicus Paul Kennedy opschreef dat dit een ijzeren wet van de geschiedenis is: dat de rijkste en machtigste landen dat altijd maar voor een tijdje zijn, en daarna worden afgelost door andere. The Rise and Fall of the Great Powers voorspelde dat Japan de plek van de Verenigde Staten zou gaan innemen. Al snel zag Kennedy dat hij China had moeten invullen waar Japan stond, maar toen waren er al een half miljoen boeken verkocht. Voor zijn portee maakte het niet veel uit, vond hij. Maar inmiddels is duidelijk dat China, in ieder geval onder zijn huidige koers, geen inwisselbare grootmacht zal zijn, maar een leider die volgzaamheid oplegt aan de rest.

Zie de oude leider sterven, roept China, en aanschouw de nieuwe

Met China neemt het mondiale zuiden de leiding in de wereld over. Leunstoelreizigers hoeven niet eens meer hun boeken in. Het zuiden komt naar ons toe, via migratie uit Afrika, dat tot vier keer zoveel inwoners krijgt en het bevolkingsrijkste continent wordt, en via de invloed van China, dat de grootste economie krijgt. China moesten we eerst nog tweede wereld noemen, toen derde, nu mondiale zuiden. Geen van die namen paste goed, ook al is een kwart van de inwoners van het mondiale zuiden een Chinees. Mondiale zuiden is een verhulde term voor landen die relatief arm zijn, en China is dat niet meer. De landen die er meestal mee worden bedoeld hebben juist hun schulden bij China, en de Chinese regering probeert een nieuwe wereldorde te scheppen door het mondiale zuiden via infrastructuur op China te richten. Het is de vervolgstap op China als werkplaats van de wereld, die van San Francisco het nieuwe Valparaíso moet gaan maken.

De coronacrisis is hierin misschien wel een sleutelmoment. Terwijl het virus steeds meer landen in zijn greep krijgt, met name China’s rivalen India en de Verenigde Staten, roffelt China harder op zijn borst dan ooit. In één zwaai begon China grensgevechten met India, provocaties op zee richting drie buren, knechtte het Hongkong, begon een handels- en cyberoffensief tegen Australië en rolde met swagger over de wereld grote projecten uit, zoals 5G. Zie de oude leider sterven, lijkt China te roepen, en aanschouw de nieuwe.

Maar misschien is dat allemaal schijn. Salvatore Babones, een China-expert van de universiteit van Sydney, leest in nieuwssnippers over China’s economie, leger en buitenlandse bouwprojecten een ander patroon: dat van een buiten adem en platzak geraakte uitdager. ‘China lijkt de wal precies te hebben geraakt toen het coronavirus toesloeg’, schrijft hij in maandblad Foreign Policy. ‘Zijn leiders zullen in ieder geval hun gezicht redden door het virus de schuld te geven van de soberheid die onvermijdelijk gaat komen.’ De wereld gaat ooit zuidwaarts draaien. Nu misschien nog niet.