China doet Saddam in de ban

Shanghai – Woon je in Xinjiang en wil je je kind Mehmet noemen, dan mag dat. Volgens de Chinese autoriteiten is die naam ‘gewoon’ genoeg. Wil je je kind echter ‘Jihad’ of ‘Saddam’ noemen, dan steekt de lokale burgerlijke stand daar een stokje voor. Te religieus, zei een ambtenaar tegen Radio Free Asia. ‘Het gaat om de connotatie’, zei hij. ‘Er mag geen verband inzitten met een heilige oorlog of met separatisme.’ Ook namen van islamitische geleerden zijn omstreden. ‘Die kunnen worden gezien als verheerlijking van terrorisme.’ Kinderen met namen die niet zijn goedgekeurd, krijgen geen hukou, het Chinese persoonsbewijs. Geen hukou betekent geen recht op gezondheidszorg of onderwijs, ook is het moeilijker om een huis te kopen of te reizen.

De strenge eisen aan namen zijn de zoveelste maatregel tegen extremistische moslims in de westelijke provincie Xinjiang. De vooral islamitische bevolking voelt zich onderdrukt door de regering in Beijing. Nadat de Oeigoeren er in 2009 in opstand kwamen nam de regering extra veiligheidsmaatregelen. Aanslagen in de zuidelijke stad Kunming en op het Plein van de Hemelse Vrede deden de druk door Beijing toenemen. De regering meent dat aanslagen worden gestimuleerd, georganiseerd en uitgevoerd door de fundamentalistische East Turkistan Islamic Movement die het westen van China, het land van de Oeigoeren, beschouwt als Oost-Turkistan. Duizenden Chinese jihadi’s vechten mee in de burgeroorlog in Syrië. Het is Beijings donkerste nachtmerrie dat die Chinese moslims bij terugkomst aanslagen plegen in hun moederland.

China probeert al jaren om Xinjiang meer bij de rest van het land te betrekken. Enerzijds moeten grote infrastructurele projecten en subsidies voor bedrijvigheid en onderwijs het gebied economisch sterker maken. Anderzijds stuurt Beijing Han-Chinezen naar het westen om de etnische concentratie Oeigoeren wat te verdunnen. Dat schiet de lokale bevolking in het verkeerde keelgat: de Han krijgen alle fijne banen en geven het verdiende geld daarna uit bij hun familie in het welvarende oosten.

Human Rights Watch zegt dat het verbod op ‘te religieuze’ namen in strijd is met de bescherming van de rechten op vrijheid van geloof en meningsuiting. De beambte van het politiebureau waar ouders hun pasgeborenen inschrijven, vindt eigenlijk dat niemand zijn kind Saddam zou moeten noemen. ‘Mekka is ook wat te veel van het goede’, vindt hij. ‘Houd gewoon vast aan de partijlijn, dan gaat het altijd goed.’