China droomt van het WK voetbal

Peking – China blinkt uit in vele sporten, maar op het voetbalveld is het een kruk. Een doorn in het oog van president-partijleider Xi Jinping, een groot voetbalfan.

In zijn Chinese Droom wordt China ook als voetballand een wereldmacht.

Als rasindividualisten zijn de Chinezen uitstekende pingelaars, maar als het gaat om samenspel bakken ze er weinig van. Kijk naar het verkeer, luister naar symfonieorkesten, ga naar een voetbalwedstrijd. Op de Fifa-ranglijst staat het volkrijkste land ter wereld op een beschamende plaats 81. De enige keer dat de Volksrepubliek zich geplaatst heeft voor een WK, in 2002, lag ze er al in de eerste ronde uit, zonder enig punt te hebben gescoord. Doordringen tot het toernooi van 2018 zou een godswonder zijn.

Desondanks zijn de Chinezen grote voetballiefhebbers. Bovendien zijn het geboren gokkers. En ze wonen in een land waar corruptie de regel is. Die combinatie is het voetbal bijna fataal geworden. Totdat Xi Jinping de macht overnam en de bezem door het voetbal ging. Weinig wedstrijden bleken geen doorgestoken kaart. Scheidsrechters en clubbestuurders werden massaal ontslagen of gearresteerd, het bestuur van de nationale voetbalbond incluis.

De eerste reactie van de clubs was klassiek: koop talenten op de internationale markt en het succes komt vanzelf. Voor het lopende seizoen hebben de topdivisieclubs voor zo’n driehonderd miljoen dollar buitenlandse aankopen gedaan. Mooie doelpunten zijn het resultaat, maar het geïmporteerde talent straalt niet af op de Chinese medespelers en het nationale elftal wordt er niet beter door. Zo kan China dus nooit een voetbalwereldmacht worden.

Voor de verwezenlijking van die politieke prioriteit hebben de hoogste autoriteiten een ambitieus ontwikkelingsplan opgesteld. Over vier jaar moet China vijftig miljoen voetballers tellen. Ruim dertig miljoen scholieren moeten deelnemen aan jeugdprogramma’s. Training van tienduizend coaches, ruimschootse verdubbeling van het aantal voetbalacademies tot twintigduizend, aanleg of verbetering van vijftigduizend voetbalvelden, het kan niet op. Midden deze eeuw, dus rond de honderdste verjaardag van de stichting van de Volksrepubliek, moet China de wereldvoetbaltop hebben bereikt.

Voetbal is in het partijjargon van het ontwikkelingsplan ‘een belangrijk vehikel van de nationale geest’. Het heeft ‘een gewichtige educatieve functie, waarbij de verbreiding van de socialistische kernwaarden grote baat vindt’. Aan de ouders is niet gevraagd of ze bereid zijn aan dit patriottische project mee te werken, want ook zij worden geacht Xi’s Chinese Droom te dromen.