Europa’s houding ten opzichte van China

China duldt geen tegenspraak

De nieuwe veiligheidswet in Hongkong, die de vrijheden van inwoners ondermijnt, is slechts een van de vele heftige gebeurtenissen waarbij China is betrokken. President Xi Jinping waant zich onaantastbaar. Hoe moet Europa hiermee omgaan?

Pro-democratische politici protesteren tegen pro-Beijing-politici en de invoering van nieuwe Chinese wetgeving. Hongkong, 22 mei © Anthony Kwan / Getty Images

Het is inmiddels een vertrouwd beeld. Beschaafde Chinese diplomaten die westerse regeringsleiders op barse toon waarschuwen dat iedere bemoeienis met China’s binnenlandse aangelegenheden ze duur zal komen te staan. Voorlichters van Chinese ministeries bombarderen ondertussen Twitter, Facebook en Instagram met berichten waarin ze kritiek op het Chinese regime direct pareren met tegenbeschuldigingen, niet zelden onderbouwd met vals nieuws.

De verhoudingen met het Westen zijn na het uitbreken van corona in Wuhan, eind vorig jaar, snel verzuurd. Niet alleen vanwege de omstreden aanpak van het virus en de verbeten reactie van Beijing op de kritiek die volgde. Ook omdat China lang een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van het Covid-19-virus weigerde. Pas half juli zijn wetenschappers van de Wereldgezondheidsorganisatie tot het land toegelaten.

Bovendien gedraagt China zich steeds agressiever in de regio. Het provoceerde opnieuw buurlanden in de Zuid-Chinese Zee en deed onlangs een inval in de Indiase provincie Ladakh, waarbij flinke delen werden bezet en meer dan twintig Indiase soldaten werden doodgeknuppeld. Ook waren er nieuwe dreigementen aan het adres van de ‘opstandige provincie Taiwan’ en als klap op de vuurpijl voerde China in Hongkong een controversiële veiligheidswet in, zonder instemming van het parlement van de stad.

De Europese Unie worstelt met haar houding ten aanzien van de ‘systeemrivaal’ die fundamentele democratische waarden zoals vrijheid van meningsuiting en onafhankelijke rechtspraak aan zijn laars lapt, uit is op steeds meer macht en met zijn eigen vorm van staatskapitalisme Europa economisch aftroeft. De kritiek op China zwelt aan. Tegelijkertijd is er een investeringsakkoord in de maak waarover al zeven jaar wordt overlegd tussen de EU en Beijing. Hoe moeten Europese regeringsleiders handelen in dit spanningsveld?

‘Onder Xi Jinping zie ik tot mijn afgrijzen een toename van de repressie en is de klok teruggedraaid wat betreft de vrijheid van mensen’, zegt Europarlementariër Evelyne Gebhardt (Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten). Ze is vicevoorzitter van de EU-delegatie voor de betrekkingen met China. ‘Wat Beijing in Hongkong heeft gedaan gaat echt te ver. Ik denk dat dit een keerpunt wordt in de betrekkingen met China. Veel EU-lidstaten hebben nu besloten dat we de relatie niet op dezelfde voet kunnen voortzetten.’

In 1997 droeg Groot-Brittannië Hongkong over aan China onder de ‘Sino-British joint Declaration’. De kern van het verdrag was de overeenkomst ‘een land, twee systemen’ die de welvarende stad tot 2047 verzekerde van een semi-autonome status. De inwoners behielden stemrecht over belangrijke zaken en de onafhankelijke rechtspraak en vrijheid van handel, pers en meningsuiting bleven behouden. De afspraken uit het verdrag werden echter steeds meer uitgehold door China; hiertegen is al jaren verzet.

Vorig jaar november was ik in Hongkong tijdens de deelraadsverkiezingen. In de nazomerhitte kronkelden lange rijen mensen van alle leeftijden door de nauwe straten van de stad. Geduldig wachtten de Hongkongers soms urenlang voordat ze aan de beurt waren in de stemlokalen, terwijl ze nauwlettend in de gaten werden gehouden door bewapende oproerpolitie. Na maanden van hevige demonstraties tegen het pro-Beijing-beleid van de hoogste bestuurder Carrie Lam – de vlam sloeg in de pan toen ze een omstreden uitleveringswet wilde invoeren die ook berechting van vermeende criminelen in China mogelijk maakte – werd niets meer aan het toeval overgelaten.

Maar de Hongkongers lieten zich niet intimideren door mitrailleurs, noch door het luide propaganda-offensief van pro-Beijing-partijen. Drie miljoen mensen maakten hun keuze. De verkiezingen liepen uit op een eclatante overwinning voor het democratische kamp, dat 392 van de 452 zetels won. De boodschap was glashelder: wij willen democratische hervormingen en níet aan de leiband lopen van Beijing.

De volgende dag werd de historische uitslag gevierd met een vreedzame betoging bij de Poly-Tech-universiteit. Die was een week lang het toneel geweest van een hevige veldslag tussen de autoriteiten en demonstranten. Traangas en waterkanonnen waren beantwoord met molotovcocktails. Nu was er vooral opluchting en hoop. Duizenden studenten zongen het nieuwe volkslied ‘Glory to Hongkong’, met hun hand op het hart, en hier en daar zwaaiden ze met zelfgemaakte vlaggen met daarop het logo van een onafhankelijk Hongkong. Ouderen deelden gratis waterflesjes en mondkapjes uit die vooral werden gedragen om onherkenbaar te zijn.

Een man was rechtstreeks uit kantoor gekomen. In zijn keurige pak was hij een vreemde eend in de bijt tussen de in het zwart geklede, sjofele demonstranten. Hij wilde zijn solidariteit betonen. ‘Het bestuur van Hongkong kan de verkiezingsuitslag niet negeren’, zei hij ernstig. ‘Maar ik maak me zorgen om de studenten. Want wat kunnen die verder nog doen om de vrijheid te verdedigen?’ Het establishment moest het stokje overnemen, vond hij, als het de semi-autonome status van Hongkong serieus nam. Toch overheerste ook bij hem vreugde. Beijing dicteerde de Chinezen op het vasteland wat ze wel of niet mochten denken en doen, maar had uiteindelijk geen vat gekregen op het vrijgevochten Hongkong.

Zelfs de meest cynische analist had het scenario dat zich na die mooie avond voltrok niet kunnen voorspellen. Covid-19 en de gedeeltelijke lockdown maakten een einde aan de demonstraties. Maar hoewel de rust in de stad was teruggekeerd, bleven beloofde hervormingen uit. Beijing pleegde alsnog een coup. De top van de Chinese Communistische Partij (ccp) voerde op 30 juni een draconische ‘Nationale Veiligheidswet’ in Hongkong in. Die maakt daden van afscheiding, ondermijning van het gezag, terrorisme en buitenlandse interventies in de politiek strafbaar. Met een beetje creativiteit kan iedere vorm van kritiek daaronder vallen.

‘Europa is met China beland in een Koude Oorlog en moet daarin kleur bekennen’

Professor Jean Pierre Cabestan is hoofd van de faculteit internationale studies aan de Hongkong Baptist University en auteur van het boek China Tomorrow: Democracy or Dictatorship? Hij woont een groot deel van zijn leven in Hongkong en heeft er zelfs stemrecht. De laatste weken ervoer hij hoe de sfeer omsloeg. ‘Er heerst nu een algeheel gevoel van fatalisme en verontwaardiging in de stad. De ccp wilde mensen schrik aanjagen. Dat is beter gelukt dan de bedoeling was, want ook het zakenleven in Hongkong is nu bang. Het resultaat is desastreus; mensen voelen zich verraden. Ik voorzie dat Beijing de komende weken zijn uiterste best zal doen om de zakenwereld gerust te stellen en tegelijkertijd hard zal uithalen naar activisten.’

Een Nationaal Veiligheidsbureau gaat in Hongkong toezien op naleving van de wet. Het krijgt vergaande bevoegdheden en is alleen aan Beijing verantwoording schuldig. Functionarissen mogen zelf mensen verhoren en besluiten om ze in China te laten berechten. Cabestan heeft geen fiducie in een eerlijk proces daar. ‘Wie ze als eerste gevangen zullen nemen en naar het Chinese vasteland zullen deporteren is moeilijk te zeggen. Maar de verdachten zullen in een zwart gat belanden en niemand weet of ze er ooit nog uit zullen komen.’

De vraag is of westerse landen en de EU dit scenario hadden kunnen voorkomen door strenger op te treden tegen China. ‘Dat betwijfel ik’, zegt professor Rana Mitter. Hij is gespecialiseerd in Chinese geschiedenis en politiek en directeur van het China Centre aan de universiteit van Oxford. Onlangs verscheen zijn boek China’s Good War: How World War II Is Shaping a New Nationalism. ‘China blijft benadrukken dat Hongkong sinds 1997 een interne aangelegenheid is’, licht hij toe. ‘Het is geen onafhankelijke staat en zelfs een deel van de voorstanders van democratie is daar ook niet op uit. De vraag die we nu moeten stellen is of er een soort arrangement mogelijk is waarin mensen met deze wet kunnen leven mét behoud van de vrijheid van media en meningsuiting, academische vrijheid en onafhankelijke rechtspraak.’

Maar die kwestie moet in Hongkong zelf worden opgelost, vindt hij. Nu de orde is hersteld, moet vooral de elite die het in de stad voor het zeggen heeft van zich laten horen. ‘De elite moet aan Beijing duidelijk maken dat ze de vrijheden die Hongkong zo bijzonder maken koestert. Helaas horen we tot nu toe niet veel van deze groep.’

Cabestan ziet dat ook niet snel veranderen, want de liberale elite is met stomheid geslagen en gedeprimeerd. Bovendien hebben de Verenigde Staten als protest tegen de veiligheidswet de privileges voor Hongkong beëindigd. Aan de speciale handelsstatus waren allerlei voordelen verbonden, ook op het gebied van import- en exporttarieven, die niet golden voor China.

En wat kan Europa doen? Tot grote woede van China heeft het Verenigd Koninkrijk drie miljoen Hongkongers die een Brits paspoort bezitten of in aanmerking komen voor de status British National Overseas de mogelijkheid geboden om naar Groot-Brittannië te vertrekken. Het Europarlement nam eind juni met overgrote meerderheid een resolutie aan waarin bij de EU-lidstaten wordt aangedrongen om de kwestie in Hongkong voor te leggen aan het Internationaal Strafhof. ‘We moeten nu uitzoeken welke EU-lidstaten daartoe bereid zijn’, zegt Gebhardt.

China erkent uitspraken van het Strafhof niet. Toch heeft een eventuele veroordeling zin, meent Cabestan. Hij haalt een voorbeeld aan van een paar jaar geleden. Beijing eiste grote delen van de Zuid-Chinese Zee op als Chinees territorium. Op grond van het internationale Zeerechtverdrag werden die Chinese maritieme claims in 2016 niet erkend door het Permanente Hof van Arbitrage. Ook al erkenden de Chinezen deze uitspraak niet, toch bonden ze in. ‘Door grote druk uit te oefenen op Beijing en op het bestuur van Hongkong en sancties op te leggen, kan de impact van de nieuwe veiligheidswet worden verzacht’, zegt hij. ‘Beijing zal dan wel twee keer nadenken voordat zaken te ver worden doorgevoerd.’

Maar wie druk uitoefent op China kan zijn borst natmaken. Xi Jinping duldt geen tegenspraak. Niet van de internationale gemeenschap en niet in eigen land. Onder zijn leiderschap werd China de grootste surveillancestaat in de wereld; iedere vorm van kritiek wordt meteen onderdrukt. In China verdwijnen dagelijks mensen. Honderdduizenden islamitische Oeigoeren worden opgesloten in heropvoedingskampen omdat ze een potentieel terroristisch gevaar zouden vormen. Ook daar weet de EU zich geen raad mee.

Aan het Europarlement zal het wederom niet liggen. ‘In de eerder besproken resolutie’, vertelt Gebhardt, ‘dringt het Europarlement er ook bij lidstaten op aan om sancties in te voeren tegen Chinese functionarissen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen. Zoals de Verenigde Staten onlangs ook hebben gedaan.’ Maar vooralsnog beperken de EU-ministers van Buitenlandse Zaken zich vooral tot woorden. Daden worden geschuwd uit angst om de belangrijke handelspartner tegen het hoofd te stoten.

Europa zou veel assertiever kunnen zijn, meent Mitter. ‘Toen China een minder belangrijk land was, waren mensenrechten er ook al zorgwekkend, maar toen was het meer een pure Chinese aangelegenheid. China is inmiddels een wereldmacht die een belangrijke rol wil spelen op het wereldtoneel. Dat komt met verplichtingen. Dan moet je als land ook kritiek kunnen verdragen op interne aangelegenheden en dus ook op het feit dat je niet zomaar willekeurig mensen kunt arresteren en opsluiten. Daar moet je op een gegeven moment naar handelen. Het is onderdeel van het pakket.’

Hij vergelijkt China met de VS in de jaren zestig. Mede onder druk van de wereldgemeenschap werden daar de raciale wetten afgeschaft. ‘De Amerikanen riepen aanvankelijk ook dat het een pure interne kwestie betrof. Maar ze hebben zich moeten aanpassen. De Chinezen zullen dat ook moeten doen als ze een leidende rol in de wereld willen spelen.’

‘China zal nooit de handel bemoeilijken met landen die iets hebben wat China kan gebruiken’

Wat Europa nodig heeft is een strategie die een tegenwicht kan bieden aan de Chinese nieuwe realiteit: een autocratisch regime dat zich onaantastbaar lijkt te wanen. Rana Mitter vindt dat er pas sprake kan zijn van een echte Europese strategie als ook westerse landen die niet bij de EU horen daarbij worden betrokken. Zoals het Verenigd Koninkrijk. ‘Om te beginnen moet Europa een houding aannemen die zelfverzekerdheid, eerlijkheid en standvastigheid uitstraalt. We moeten zeker zijn over onze eigen waarden en die uitdragen. En eerlijk zijn tegenover China over zaken waarover we van mening verschillen en over zaken waarover we het eens zijn, zoals maatregelen tegen klimaatverandering. En daarover moeten we met één stem spreken en vooral niet de indruk wekken dat we in Europa onderling van mening verschillen.’

Jean Pierre Cabestan gaat nog een stap verder: Europese landen moeten zelf het lef hebben om China te laten weten hoe ze over zaken denken en zich niet langer verschuilen achter de Europese Commissie en het Europees Parlement. ‘Dat is niet alleen te makkelijk, maar ook zwak en laf. Bovendien moeten Europese landen niet langer het naïeve, aardige jongetje willen zijn.’

Hij vervolgt: ‘We zijn beland in een Koude Oorlog en moeten daarin kleur bekennen. Er komt een einde aan de globalisering zoals we die kennen. We moeten sleutelsectoren en zeer gevoelige vitale sectoren van de economie loskoppelen van China en minder afhankelijk van het land worden. Doen we dat niet, dan worden we op den duur niet alleen geneutraliseerd door de ccp, maar helpen we de partij ook met de expansie en de dominantie van een autoritair en antidemocratisch regime in de wereld. Zo simpel is het.’

Volgens Mitter ligt het iets genuanceerder. ‘China heeft ook oprechte idealen op het gebied van internationale samenwerking en ontwikkeling’, zegt hij. ‘Die worden deels ingegeven door Chinese investeringsbelangen, maar ook door China’s ervaring dat juist door deze processen honderden miljoenen mensen uit de armoede zijn getrokken.’ Hij doelt hiermee op het Belt & Road-initiatief (bri) dat China in 2013 lanceerde. De aanleg van dit wereldwijde netwerk van vaarroutes en infrastructurele projecten (van wegen en bruggen tot dammen en elektriciteitscentrales) omspant inmiddels grote delen van Azië, Afrika, Latijns-Amerika en in mindere mate Europa. Het is gelanceerd ter bevordering van de wereldhandel – vooral met China – en de ontwikkeling van armere landen. China heeft naar verluidt al meer dan 350 miljard dollar aan leningen uitstaan, waarvan een groot deel aan 72 landen met een laag inkomen.

Het bri is vooral in het Westen omstreden, dat het ziet als een vorm van ‘modern imperialisme’, omdat landen die de Chinese leningen accepteren concessies moeten doen aan hun onafhankelijkheid. Dat werd pijnlijk duidelijk in 2017, toen Griekenland zijn steun onthield aan een verklaring waarin de EU-lidstaten de mensenrechtensituatie in China veroordeelden. De reden: een Chinees staatsbedrijf had de haven van Piraeus overgenomen en de Grieken hoopten op nog meer economische impulsen.

Als Europa eenheid wil uitstralen mogen dergelijke blamages in de toekomst niet meer voorkomen. Ook dringt de vraag zich op of het wenselijk is dat de afzonderlijke EU-regeringsleiders – als de Covid-19-crisis voorbij is – allemaal weer naar Beijing afreizen om daar het glas te heffen met Xi Jinping in De Grote Hal van het Volk en te drinken op ‘de goede verstandhouding’. ‘Ik hoop vurig dat dit niet gebeurt, want daar zal een verkeerd signaal van uitgaan’, zegt Europarlementariër Evelyne Gebhardt. ‘Maar iedere regering moet hierover zelf een besluit nemen.’

Mitter benadrukt echter dat staatsbezoeken belangrijk zijn voor de communicatie tussen China en de rest van de wereld. ‘Ik denk dat het onverstandig en zelfs gevaarlijk is om China uit te sluiten van een dialoog, of die nu met ministers, zakenmensen of academici wordt gevoerd. De conversatie moet wel in een bepaalde richting gaan, met behoud van Europese waarden waaraan je geen concessies wil doen.’

China is de tweede grootste handelspartner van de EU; jaarlijks gaat meer dan zeshonderd miljard euro aan goederen over en weer. Er zal dan ook evenwichtskunst voor nodig zijn om een kritischer houding te combineren met het sluiten van het nieuwe investeringsakkoord tussen de EU en China. ‘China kan hard protesteren en boos worden, maar zal nooit de handel of investering bemoeilijken met landen die iets hebben wat China goed kan gebruiken’, zegt Mitter. ‘En China heeft het buitenland nodig voor economische groei en voor opleidingsdoeleinden. Chinezen zijn zeer pragmatisch. Zolang ze je nodig hebben, kun je uiteindelijk zeggen wat je wil.’

Dat lijkt in tegenspraak met een van Beijings meest recente acties: het verbieden van vleesimporten en het zwaar belasten van de import van gerst uit Australië, omdat Canberra aandrong op een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van Covid-19. ‘Op de lange termijn hebben de Chinezen de Australische gerst weer nodig en dan worden de importtarieven, heel discreet, opeens weer afgeschaft’, verwacht Mitter.

Duitsland is komend half jaar voorzitter van de EU. Bondskanselier Angela Merkel heeft de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in een goede verhouding met China en wil het investeringsakkoord nog tijdens haar laatste ambtstermijn rond hebben. Volgens Mitter een terechte ambitie. ‘Een kwart van de wereldbevolking woont in China en er zijn veel sectoren waarin Europa net zo waardevol is voor China als omgekeerd. Maar zo’n verdrag moet er niet komen tegen iedere prijs.’ Een belangrijke eis van de EU is wederkerigheid: als Europa bepaalde sectoren openstelt voor Chinese investeringen, dan moet hetzelfde in China gelden voor Europese bedrijven. Maar Mitter ziet dat voorlopig niet gebeuren. ‘China heeft het te druk met de gevolgen van Covid-19 en het weer op gang brengen van de economie. Lokale Chinese bedrijven hebben nu juist extra steun nodig in plaats van concurrentie vanuit het buitenland.’

Ook Cabestan meent dat een nieuw handelsverdrag vooral afhangt van de concessies die China bereid is te doen, op het gebied van transparantie over subsidies aan Chinese staatsbedrijven en het openstellen van de Chinese markt. ‘Waarom zou de EU moeten meebuigen? Willen we bijvoorbeeld echt dat de Chinese telecomgigant Huawei straks de telecomwereld domineert en over de hele wereld het 5G-netwerk uitrolt? Zoals ik al zei: we verkeren in een Koude-Oorlogsituatie en zolang er in China niemand opstaat die belangrijke hervormingen doorvoert, zal Europa zijn eigen belangen en waarden moeten verdedigen, zowel op ideologisch, geopolitiek als economisch gebied.’

Gebhardt denkt dat het een heel moeilijke zaak kan worden. Er is volgens haar veel scepsis over de vooruitgang in het onderhandelingsproces. En de situatie in Hongkong wekt de vraag of China wel te vertrouwen is. Want wie geeft Europa de garantie dat China zich uiteindelijk zal houden aan zwaar bevochten afspraken? De druk neemt toe om het investeringsakkoord afhankelijk te maken van de toekomst van de veiligheidswet in Hongkong. ‘Niet alleen de EU-lidstaten, maar ook het Europarlement moet zijn steun uitspreken over het akkoord. Ik krijg sterk het gevoel dat dit niet gaat gebeuren zolang die veiligheidswet niet van tafel is. Europa is allang niet meer dat naïeve, vriendelijke jongetje.’