Tianjin – 12 oktober 2021. In de haven wordt het kool op de schepen geladen. © ANP/ Li Ran Xinhua / eyevine

De grootste producent van broeikassen heeft beloofd de komende jaren minder steenkool te gaan gebruiken, de emissies terug te brengen vanaf 2030 en binnen veertig jaar geheel koolstofneutraal te zijn. Een hevige energiecrisis dreigt die gedurfde beloftes echter uit te hollen. Want China grijpt weer volop terug op de brandstof die juist uitgebannen moet worden. Bestaande kolencentrales moeten hun productie opschroeven. Op ruim zestig plekken zijn dergelijke centrales in aanbouw, vaak meer dan één centrale op dezelfde locatie.

Toen afgelopen winter in verschillende steden de elektriciteit op rantsoen ging, werd er nauwelijks alarm geslagen. De stroom valt immers wel vaker uit in China. Deze keer was dat de schuld van de sterk gestegen vraag van huishoudens – het was een uitzonderlijke koude winter – en van bedrijven, die na de lange lockdown weer volop waren gaan draaien. Maar in mei van dit jaar begaf de stroomvoorziening het ook in de provincie Guangdong, de economische motor van China. Veel bedrijven moesten van het ene op het andere moment hun productie onderbreken. China’s grootste energiecrisis sinds mensenheugenis was begonnen.

Deze crisis is niet alleen veroorzaakt door de grote vraag – de zomer was dit jaar bijzonder warm en de oplevende wereldeconomie smeekte om Chinese spullen – maar vooral door een stagnatie in de aanvoer van de grondstof die zorgt voor zeventig procent van alle elektriciteit in China: steenkool. Dat kwam doordat veel mijnen dit jaar zijn gesloten vanwege de klimaatdoelstellingen, corruptie of ongelukken. Bovendien waren de voorraden drastisch geslonken en was de import stopgezet van kolen uit Australië, die veel minder vervuilend zijn dan de Chinese. Dit was een represaille voor de Australische oproep tot een internationaal onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus.

Sindsdien is het van kwaad tot erger gegaan. 44 procent van de industrie heeft nu te kampen met gebrek aan stroom. In de noordoostelijke provincies hielden stoplichten en liften op te functioneren, vaak vielen ook computers en telefoons uit en raakte de kraan droog. Kaarsen waren snel uitverkocht. De industrie, vooral in de energieslurpende sectoren staal, aluminium, cement en chemie, ging langzamer draaien of viel zelfs stil, terwijl de nationale en internationale vraag juist sterk was gestegen.

Intussen schoot de prijs van steenkool als een raket omhoog, terwijl de gesubsidieerde, door de regering vastgestelde elektriciteitstarieven op hetzelfde niveau bleven. Daarom voelden de directies van de kolencentrales er niets voor de productie te verhogen, want dan zouden hun verliezen nog groter worden. En daarom hadden veel centrales hun productie verlaagd of geheel stopgezet. De stroomcrisis werd nog nijpender door tegenslagen in de productie van niet-fossiele energie en door zware overstromingen deze maand in de kolenprovincie Shanxi. Twee miljoen mensen werden geëvacueerd en zestig mijnen werden gesloten.

China wordt getroffen door verschillende acute crises tegelijk: energietekort, dreigende instorting van Evergrande en andere vastgoedbedrijven (samen een kwart van de economie), krapte en hoge prijzen van grondstoffen, inkrimping van de industriële productie, knelpunten in het transport, opvlammende corona-uitbraken. Gevolgen: verdere afvlakking van de economische groei, schaarste aan producten, scherpe prijsverhogingen, de dreiging van een schokeffect op de mondiale financiën, hapering van de wereldhandel – winkeliers in het Westen zijn al doodsbang dat de Sinterklaas- en Kerstbestellingen niet op tijd zullen arriveren. De gevaarlijkste van die Chinese crises is de energiecrisis. Als die niet tijdig wordt bezworen kunnen de gevolgen catastrofaal zijn voor het wereldklimaat.

Begin oktober ging de regering om. Ze verleende de kolencentrales belastingvoordelen en stond prijsverhogingen tot twintig procent toe voor de geleverde stroom. De banken kregen opdracht gul te lenen aan de steenkoolsector. Ineens hoefden de lokale besturen de energietransitie niet meer serieus te nemen en dus niet al te strikt te zijn in het beperken van het energiegebruik. Het woord duurzaamheid lijkt uit het politieke lexicon verdwenen. De kolenmijnen, ook als ze al gesloten waren, dienen op volle capaciteit te gaan draaien, er worden nieuwe mijnen geopend en er moet veel meer brandstof worden geïmporteerd: kolen uit Rusland, Indonesië en Mongolië, vloeibaar gas uit onder meer de Verenigde Staten. Zelfs Australische kolenschepen die voor Chinese havens waren gestrand zijn stilletjes gelost. De represaille tegen Canberra bleek een geval van schieten in het eigen been.

Nog maar een paar maanden geleden hadden de mijndirecteuren bevel gekregen hun productie te verlagen om de CO2-uitstoot te verminderen. En nog maar net hadden veel lokale besturen alsnog de stroom gerantsoeneerd om voor het eind van het jaar de toegewezen klimaatdoelstellingen te halen. Maar in het dilemma tussen economische groei en de strijd tegen de broeikasgassen heeft de regering vooralsnog gekozen voor groei, en vooral voor sociale rust. De Communistische Partij is immers bang voor onlusten als honderden miljoenen mensen in de winterkou zouden komen te zitten. Vandaar dat veel kolenmijnen dit jaar productierecords zullen vestigen.

Dreigt de energietransitie een energieregressie te worden? Kan China het licht aan houden en tegelijk de energie groen maken? Sommigen zeggen dat de energiecrisis niet al te lang zal duren en dat daarna het klimaatprogramma van het lopende vijfjarenplan weer kan worden opgepakt. Dat schrijft een aanzienlijke verhoging van de energie-efficiency voor en een scherpe verlaging van de CO2-uitstoot. Maar er zijn ook experts die verwachten dat de energiecrisis in China nog lang gaat duren. Daardoor wordt de tijd om de klimaatdoelen te halen nog korter dan ze al is, en mogelijk té kort. Premier Li Keqiang heeft al laten doorschemeren dat de vermindering van de totale uitstoot niet volgens plan zal beginnen vanaf het jaar 2030, maar dat ze wordt opgeschoven.

Om over negen jaar het oorspronkelijke doel te bereiken zouden zeshonderd kolencentrales dicht moeten. Dat dat de komende jaren gaat gebeuren lijkt vrijwel uitgesloten. Hoe langer de spanning tussen economische doelen en klimaatdoelen blijft duren, des te verder raakt het Parijsakkoord over een beperking van de temperatuurstijging met anderhalve graad uit zicht. De enigen die blij zullen zijn met uitstel van de geplande energievergroening zijn de bewoners van de twee belangrijkste kolenprovincies, Shanxi en Binnen-Mongolië, want zonder kolen zou hun economie instorten.

Het is onzeker of Xi Jinping op de klimaattop in Glasgow van de partij zal zijn. Zijn klimaatinitiatieven voor het buitenland – China zal buiten zijn grenzen geen kolencentrales meer bouwen en zal de landen van het Nieuwe-Zijderouteproject leiden in hun energietransitie – vallen vrijwel weg tegen China’s eigen herontdekking van zijn oude liefde voor steenkool. Ook in het eerste coronajaar was de Volksrepubliek vanwege de economische problemen teruggevallen op kolen. Dat kan nu veel langer gaan duren, en in ieder geval lang genoeg om de verwachtingen over Glasgow nog meer te temperen.