China ondermijnt het Hongkong-protest

Peking – Hoe de lange protestzomer van Hongkong is begonnen weet iedereen, hoe hij zal eindigen weet niemand. De scenario’s gaan van een geleidelijke uitdoving – volgende maand beginnen de colleges weer – tot een gewelddadige Chinese interventie; van een uitputtingsslag tot de integratie van het ‘autonome’ Hongkong in de aanpalende Chinese stad Shenzhen. Zeker is dat de demonstranten niet zullen winnen, volstrekt onzeker is hoe China de pro-Chinese orde zal herstellen.

In China werd de protestbeweging eerst doodgezwegen, totdat de kans kwam om haar af te schilderen als het werk van wetsverkrachters, bevuilers van de nationale symbolen, separatisten, terroristen. En wie zit er achter het offensief van deze kakkerlakken? Dezelfde ‘buitenlandse vijandige krachten’ die in 1989 de Tiananmenprotesten hebben gemanipuleerd. Deze boodschap wordt uitgedragen door alle Chinese media, met inbegrip van het sociale platform WeChat, dat de vijftig miljoen overzeese Chinezen vaak als enige informatiebron dient. Het buitenland wordt bewerkt door de Chinese ambassades, betogende Chinese studenten en de – in China zelf verboden – westerse sociale media, die pas sinds vorige week de kwaadaardigste gifspuiters weren.

In China slaat de campagne tegen Hongkong geweldig aan, dankzij zeventig jaar permanente politieke propaganda en dertig jaar ‘patriottisch onderwijs’. Het staat voor de Chinezen buiten kijf dat de ondankbare Hongkongers tot de orde moeten worden geroepen. Geen Chinees vraagt zich af of Hongkong misschien enige reden heeft om in opstand te komen. Net zoals niemand in China zich de vraag stelt waarom nog maar drie procent van de Taiwanezen voorstander is van hereniging. Over de mantra dat Taiwan onvervreemdbaar Chinees is, is immers geen twijfel mogelijk.

Met dreigementen en militair spierballenvertoon in Shenzhen probeert Peking de Hongkongse demonstranten te intimideren. Uit de ontvoering van een medewerker van het Britse consulaat in Hongkong blijkt dat China de gijzelaarsdiplomatie tegen de ‘vijandige buitenlandse krachten’ niet schuwt. Maar president Xi Jinping staat voor een dilemma. Hij wil van het Hongkongse probleem af vóór 1 oktober, de zeventigste verjaardag van de Chinese Volksrepubliek. Als hij niet ingrijpt, loopt hij het risico zijn nationalistische aureool te verliezen en de separatistische bewegingen in China zelf in de kaart te spelen. Maar gewelddadig ingrijpen heeft waarschijnlijk nog grotere risico’s: sancties van het Westen, koppeling van ‘Hongkong’ aan de handelsoorlog met Amerika, de doodsteek voor het één-land-twee-systemen-beginsel en voor de boodschap dat niemand bang hoeft te zijn voor de nieuwe supermacht.