Christopher Balding over de handelsoorlog

‘China open? Ha ha’

Econoom Christopher Balding kent de Chinese mores: hij werkte negen jaar in Shenzhen. Welke impact heeft de handelsoorlog tussen de VS en China? ‘Dit gaat niet over een specifiek handelsconflict, dit is fundamenteler.’

Buiten een restaurant in Guangzhou hangt een plakkaat waarop Donald Trump waarschuwt dat alle Amerikaanse klanten 25 procent meer moeten betalen dan anderen, ten gevolge van de handelsoorlog © Color China Photo via AP

Nee, hij houdt niet van Trumps retoriek, van zijn brallerige getweet, zijn wispelturigheid en zijn gebrek aan respect voor bondgenoten. En nee, hij vindt absoluut niet dat Trump het allemaal goed aanpakt. Maar de handelsoorlog zelf, die de Amerikaanse president tegen China begon, daar heeft econoom en China-expert Christopher Balding geen problemen mee. Ongewone tijden vragen om ongewone maatregelen.

‘Het belangrijkste is niet de methode van de confrontatie, maar de bereidheid tot confrontatie’, zegt Balding (42), Amerikaan en professor internationale handel. ‘Al jarenlang zeggen alle Amerikaanse presidentskandidaten in hun campagne dat ze hard zullen optreden tegen China, maar eenmaal verkozen krabbelen ze terug. Trump is de eerste die iets doet. Daar wil ik hem krediet voor geven.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen fan van handelstarieven, en ik denk ook niet dat ze zullen werken. Maar ik denk ook niet dat het de regering-Trump daar om te doen is. Dit gaat niet over een specifiek handelsconflict, dit is veel fundamenteler. Het gaat om wat de regering-Trump als de totaliteit van de dreiging van China ziet. Dat maakt het veel moeilijker om op te lossen dan een concreet handelsconflict.’

De dreiging van China: als iemand weet dat betekent, is het Balding wel. Negen jaar was hij professor aan de HSBC Business School in Shenzhen, een dependance van de gerenommeerde Peking Universiteit. Hij kon de Chinese economie van nabij bestuderen, leerde – zo belangrijk in China – het onderscheid maken tussen schijn en werkelijkheid, en werd een veelgevraagd commentator. Hij heeft een grote schare fans, en critici, op Twitter, en schrijft een vaste column voor Bloomberg.

Het ging Balding voor de wind, tot hij een jaar geleden een petitie lanceerde tegen de beslissing van uitgeverij Cambridge University Press om publicaties in China te censureren. Het werd een grote rel, en de uitgeverij ging door het stof. Maar kort daarna kreeg Balding te horen dat zijn contract bij Peking University niet hernieuwd zou worden. Hij leek persona non grata te zijn geworden. Chinese vrienden meden het om met hem over de telefoon te spreken, zijn internet werkte nog slechter dan voorheen.

‘Je weet in China nooit precies wat er aan de hand is, maar ik kreeg het gevoel dat ik beleefd werd gevraagd het land te verlaten’, zegt hij. ‘En dat als ik in China zou blijven, ik op een gegeven moment zelf een nieuwsverhaal zou worden. Ik woonde met mijn vrouw en drie kinderen in China, dat risico wilde ik niet nemen. Het leek me verstandiger te vertrekken.’ Binnenkort keert Balding terug naar Azië: hij gaat economie doceren aan de Fulbright Universiteit in Vietnam.

Terwijl Balding zijn persoonlijke strijd leverde, lanceerde Donald Trump een handelsoorlog. Hij had genoeg van de oneerlijke concurrentie van China, klonk het, van de beperkte markttoegang voor buitenlandse bedrijven en diefstal van technologie. Na een openingsschot in maart (sancties op drie miljard dollar aan handel) en een escalatie deze zomer (vijftig miljard) kwam afgelopen week de klapper: met nog eens tweehonderd miljard is nu de helft van de Chinese export naar de VS onderworpen aan sancties.

‘Die tarieven zullen China niet overtuigen zijn markten open te stellen’, zegt Balding. ‘Maar je moet je afvragen: zou een andere methode wel werken? Je zou een rechtszaak kunnen beginnen bij de Wereldhandelsorganisatie (wto), maar zou dat een andere uitkomst opleveren? Als je kijkt naar de geschiedenis van hoe China met andere landen onderhandelt: ze doen gewoon wat ze willen. Als China het niet eens is met een beslissing van de wto, dan negeert het die gewoon.’

Sommige economen wijzen op de ongelooflijke stappen die China sinds de markthervormingen van 1979 heeft gezet: China is wel degelijk in de richting van de liberale wereldorde opgeschoven.

‘Er zijn empirische studies waaruit blijkt dat China de meest gesloten grote economie ter wereld is. Ze noemen zichzelf open, maar ze komen niet eens in de buurt. Het beste voorbeeld: bij zijn toetreding tot de wto in 2001 ging China akkoord met het openen van zijn betaalmarkt, voor bedrijven als Mastercard en Visa. We zijn zeventien jaar later, en die markt is nog steeds niet geopend. Zo kan ik nog heel veel voorbeelden geven.

China heeft sinds de markthervormingen van 1979 veel verwezenlijkt. De economische groei heeft veel mensen uit de armoede gehaald, daar wil ik niets op afdingen. Maar het is en blijft een autoritaire staat. Ze hebben een van de slechtste mensenrechtenrapporten ter wereld, en de situatie is in hoog tempo aan het verslechteren. Het land is bezig censuur te exporteren en steunt de opkomst van autoritarisme over de hele wereld.

Ik ben soms verbijsterd over hoeveel mensen, in de Verenigde Staten en de rest van de wereld, bereid zijn om dat door de vingers te zien. Al moet ik eerlijk zijn, toen ik voor het eerst naar China ging, dacht ik ook: ik ben een econoom, geen mensenrechtenactivist. Maar nu ik er vandaan kom, denk ik er heel anders over. Deze kwesties zullen niet vanzelf opgelost worden, en alle liberale democratieën zullen stelling moeten nemen.’

Uw inschatting is dat de handelsoorlog niet bedoeld is om dit conflict op te lossen, maar om China in te kapselen, en om de Chinese en Amerikaanse economie van elkaar los te maken?

‘Ik heb geen interne informatie uit het Witte Huis, maar mijn persoonlijke gevoel is dat China noch Amerika een serieuze deal wil. In mei leek er even een akkoord te zijn: China zou honderd miljard dollar of zo extra aan Amerikaanse export invoeren. Dat leek een punt waar er een oplossing mogelijk was, maar dat viel uit elkaar. Daar is iets gebeurd dat de toon veranderd heeft.

‘We zien de beginstadia van een nieuwe wereldorde: Rusland/China versus Amerika’

Je ziet de strategie van Trump ook evolueren. Een van de vele fouten die Trump heeft gemaakt, is dat hij geen allianties had gevormd met zijn bondgenoten. Hij joeg eerst iedereen tegen zich in het harnas en ging toen China bevechten. Dat is natuurlijk idioot. Je ziet dat hij nu de plooien begint glad te strijken met Europa, en het Nafta-vrijhandelsakkoord met Mexico en Canada probeert door te drukken. Hij begint te beseffen dat hij mensen aan zijn zijde moet krijgen om Beijing aan te kunnen.

Ik denk niet dat de regering-Trump haast heeft om een deal te sluiten. Zij zullen niet klagen als bedrijven uit China verhuizen naar Vietnam, Mexico of Indonesië. Wat je ziet gebeuren is dat Trump handel uit China wil weghalen en naar andere landen wil brengen, naar bondgenoten. Dat maakt deel uit van de strategie. Voor Trump mag de Chinese auto-onderdelenindustrie zo naar Mexico verhuizen.’

Maar ook de Amerikaanse economie zal schade oplopen. Amerikaanse bedrijven in China worden geraakt, en in Amerika zullen de consumenten hogere prijzen betalen. ‘Er is geen kosteloze methode om China op vlak van handel te confronteren’, geeft Balding toe. ‘Stel dat je China voor de wto daagt en dat je wint, dan spreek je over een proces van twee tot vijf jaar, en het enige wat je krijgt is: het recht om tarieven op te leggen. Ik denk dat Trump de wto zou moeten gebruiken waar het mogelijk is. Maar het is zeker niet het enige wat gedaan moet worden. Dat is naïef.’

In China lijken veel analisten er nog op te rekenen dat het nog wel goed komt, als ze maar volhouden tot de Amerikaanse bevolking gaat morren en Trump de verkiezingen verliest.

‘Trump heeft veel fouten gemaakt, maar ook China heeft het handelsconflict ongelofelijk slecht gespeeld. Ze hebben een strategie uitgewerkt met als idee dat Trump snel zou opgeven. Maar hij gaat niet buigen, dit is voor hem een fundamenteel punt in de geschiedenis. Meer nog: zelfs de Democraten, die Trump háten, zeggen nu: ja, we moeten iets doen aan China. Zelfs als Trump van het toneel verdwijnt, blijft dit deel van de buitenlandpolitiek van de VS.

Maar ook China zal niet toegeven. Er staat veel druk op de Chinese economie, maar ik zou de regering-Trump niet aanraden om op een financiële crisis te rekenen om de handelsoorlog te winnen. Beijing wil zo’n financiële crisis koste wat het kost vermijden, men weet dat dat het einde zou zijn voor de Communistische Partij. Op een gegeven moment zullen de economische wetten in China toeslaan, dat is waar, maar dat kan nog heel lang duren.’

We zitten dus met een langdurige handelsoorlog zonder zichtbare uitweg. Wat is het eindspel?

‘Ik denk dat je de beginstadia van een nieuwe wereldorde ziet, een wereld met twee kampen: aan de ene kant de Rusland/China-invloedssfeer en aan de andere kant de Amerikaanse invloedssfeer. Het is nog maar het begin, maar het is onmiskenbaar. Je ziet dat Trump weer vrienden wil worden met Mexico, Canada en Europa, en dat China militaire oefeningen houdt met Rusland. De regering-Trump probeert, zonder het te zeggen, de wereld in die richting te duwen.’

Kun je niet beter blijven proberen om China te laten aansluiten bij een multipolaire wereldorde?

‘Voorzitter Xi ziet de wereld niet op die manier. Hij heeft een messianistisch gevoel over zijn lotsbestemming: China weer een groots land laten worden. Veel dingen die wij in de liberale wereldorde voor normaal aannemen, ziet hij niet als wenselijk, maar als dingen die gecorrigeerd moeten worden. Als je gelooft dat China nog overtuigd kan worden om zich bij de liberale wereldorde aan te sluiten, is dat een misinterpretatie van waar het Chinese leiderschap heen wil.’

De Chinese middenklasse lijkt een stuk welwillender tegenover die liberale waarden.

‘Dit is een van de conflicten die zich op dit moment in China afspelen. Een groot deel van de middenklasse is zich bewust van het feit dat hun internet ongeveer even slecht is als in Noord-Korea. Ze verlangen naar meer vrijheid. Zelfs mijn vrienden en collega’s die redelijk pro-Partij waren, leken het afgelopen jaar beschaamd over wat er voortkwam uit Beijing. Ze begrepen dat wat nu in China gebeurt niet normaal is.

Ik vind dat in China verrassend veel kritiek klinkt op de aanpak van de handelsoorlog. Wat ik geleerd heb door langere tijd in China te wonen is dat kritiek op het Chinese leiderschap altijd heel versluierd is. Wat je nu veel hoort, is: China was niet voorbereid op de handelsoorlog. Of: de technologische sector van China was niet sterk genoeg om een handelsoorlog aan te gaan. Het is moeilijk te weten wie het echte doelwit is, maar je merkt dat er onvrede is.

Het laatste anderhalf jaar is China dramatisch veranderd. Toen ik in Shenzhen als professor begon, kon ik zowat alles zeggen, als het maar niet over de vier T’s ging: Taiwan, Tibet, Tiananmen of The Party. Dat is nu helemaal anders. Geen van mijn collega’s wil nog iets zeggen als een journalist om commentaar vraagt, zelfs niet over heel alledaagse kwesties.’

Mist u het leven in China eigenlijk? Of bent u vooral opgelucht weer te kunnen zeggen wat u denkt?

‘Er is wat opluchting: ik kijk hier minder vaak over mijn schouder. Maar we missen China ook. Mijn kinderen zijn er opgegroeid, ze praten vloeiend Chinees en ze missen hun vrienden. En ik kon er goed overweg met mijn collega’s. Er waren frustraties, ja, maar ik heb er ook een fantastische tijd gehad. Ik wil niet dat iemand denkt dat ik China haat, helemaal niet. Het is een bitterzoet gevoel.’