Liao Yiwu Gevangenis- liederen: China achter tralies

China’s goelag

De dag dat dichter Liao Yiwu – opgepakt omdat hij het gedicht Bloedbad verspreidde nadat het Chinese leger op 4 juni 1989 massabetogingen voor meer democratie aan flarden had gemitrailleerd – in de beruchte gevangenis Dennenberg belandt, in de provincie Sichuan, krijgt hij in zijn overvolle cel meteen het menu in handen geduwd, met de speciale gerechten die de nieuweling worden geserveerd: tofu met berenklauw (een klap met vlakke hand op de borst), keelpastilles (een klap op de adamsappel, waardoor je een paar dagen niet meer kunt slikken), roodgebraden runderneus (vingers die van achteren in de neusgaten worden gestoken, zodat het bloed eruit spuit). En verder smakelijk eten en een prettig verblijf.

Gevangenisliederen, het omvangrijke verslag van Liao’s jaren achter Chinese tralies, is een gruwelijk boek dat staat in de twintigste-eeuwse traditie van de kampliteratuur. De auteur verwijst nadrukkelijk naar Aleksander Solzjenitzyn, schrijver van De Goelag Archipel, die heeft gezegd dat vergeten zo erg is als beide ogen verliezen. Liao wil de wereld helpen herinneren aan wat er op het Plein van de Hemelse Vrede is gebeurd, en vraagt daarmee ook aandacht voor al die Chinezen die nog steeds opgesloten zitten omdat ze kritiek hadden op de Communistische Partij. Bijvoorbeeld de dichter en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, Liu Xiaobo, van wie een brief in Gevangenisliederen afgedrukt werd.

Liao Yiwu voegt aan de uitspraak van Solzje­nitzyn toe dat als je een bepaalde situatie wilt begrijpen je die helemaal in je zal moeten opzuigen, zoals in een ver verleden de dokter de ontlasting van zijn patiënten proefde om een diagnose te kunnen geven van het lijden van zijn tijd. De laatste metafoor kan letterlijk worden genomen: in Gevangenisliederen wordt er veel stront gevreten. Nieuwelingen in de cel moeten niet alleen een paar ‘gerechten’ doorstaan, maar ook vlak naast de plee slapen en die schoonhouden, wat een opperbeste motivatie is om helemaal los te gaan met groene zeep en tandpasta (om de pisbak te doen blinken). Maar hoe schoon ook, erop hurken blijft een heikele aangelegenheid, zelfs voor de celbazen, omdat de ratten die een hap nemen uit een paar behaarde testikels nu eenmaal het verschil niet zien tussen tiran en slaaf. Liao beschrijft hoe één gevangene, een rijkaard die veroordeeld is wegens corruptie, niet kan poepen als anderen toekijken, en daardoor helemaal verstopt raakt. Leedvermaak is zijn deel, helemaal als het bloed de geconstipeerde man na de tiende dag uit zijn lichaamsopeningen begint te sijpelen. Wanhopig doet hij een lange onderbroek over zijn hoofd zodat hij de anderen niet hoeft te zien onder het kakken, maar dat wordt opgemerkt door een bewaker, die denkt dat hij een zelfmoordpoging doet en hem met de wapenstok lens slaat.

Zelf probeert Liao Yiwu twee keer een einde aan zijn leven te maken tijdens zijn vier jaar in de cel. Dat gebeurt steeds in een impuls, omdat hij de lukrake folteringen van de bewakers niet meer aankan. Zijn medegevangenen zijn niet onder de indruk; alleen een ‘contrarevolutionair’ is in staat te denken dat je er een einde aan kunt maken door met je hoofd tegen de muur te beuken. Wat je moet doen is natuurlijk met je slaap hard tegen een scherpe rand slaan, dan is het voorgoed afgelopen. Politieke gevangenen zoals Liao vormen een aparte categorie binnen de gevangenis. Soms worden ze extra hard aangepakt door sadistische celbazen en bewakers, maar er is ook waardering voor hun moed, en het feit dat ze in opdracht brieven en bezwaarschriften kunnen schrijven. Een uitzonderingspositie binnen de celmuren nemen de ter dood veroordeelden in. Ondanks het hardvochtige regime kunnen ze op medeleven rekenen, omdat iedere gevangene in hun lot het zijne herkent. Als de tijd van een executie nadert, worden ze waar mogelijk in de watten gelegd, en krijgen goede kleren mee voor het bestaan in de onderwereld. Maar tegen hun doodsangst is er geen remedie.

Gevangenisliederen is een boek met weinig structuur, dat regelmatig van het verleden naar het heden springt, en als een modderstroom herinneringen op de lezer af komt. Zo heeft de auteur zijn celjaren ook ervaren, als een stroom bagger die hem elk besef van tijd ontnam. Daar komt bij dat de Chinese staatsveiligheid grote delen van het manuscript in het voorbije decennium in beslag heeft genomen, zodat Liao twee keer helemaal opnieuw moest beginnen. De grootste kenners van zijn werk, merkt hij cynisch op, zullen daarom agenten in Beijing zijn.

In Amerika werd Liao Yiwu bekend met de bundeling The Corpse Walker. Dat boek ademt meer beheersing uit en is literair gezien interessanter, hoe lichtzinnig dat hier ook mag klinken. Al diegenen die hij in The Corpse Walker door middel van onthutsend open interviews portretteert, leerde hij kennen en op waarde schatten in de gevangenis. Het zijn degenen uit de onderste laag van de Chinese samenleving. Liao moet in al die verschoppelingen zijn eigen opstandigheid hebben herkend, de wil om dwars door een opgeworpen muur te gaan.

Liao’s meest recent geschreven boek heet Die Kugel und das Opium, een bundel interviews met de overlevenden van 4 juni 1989. Uitgegeven in Duitsland, waar de schrijver in 2011 naartoe vluchtte. In het voorwoord trekt hij fel van leer tegen de oligarchen van de Partij en haar fellow travellers: de westerse investeerders die er geen probleem in zien de dictatuur te steunen en het vakbondsloze land op te zadelen met vervuilde rivieren en verkankerde velden. Want: ‘Op de grootste vuilnisbelt ter wereld heb je de grootste kans op de grootst mogelijke winst.’


Liao Yiwu

Gevangenis-

liederen: China

achter tralies

Vertaald door Meile Snijders

en Marcel Misset. Atlas Contact,

476 blz., € 49,95