China’s literaire strijd

Peking – ‘Chinese machthebbers hielden altijd al graag het volk dom en braaf’, zegt de schrijver Murong Xuecun. ‘Van het keizerrijk tot de nationalisten en nu uiteraard de communisten. Allemaal haatten ze eigenwijze individuen. Alleen… daar waren de keizers en de nationalisten tenminste eerlijk in. De communisten huichelen dat hun bewind juist is gebaseerd op de emancipatie van het volk.’

Tot ontzetting van velen verdwijnt de literaire gigant Lu Xun (1881-1936) langzaam maar zeker uit het schoolcurriculum. De tegendraadse humanist van wie wordt gezegd dat hij enkel de Nobelprijs misliep omdat hij voortijdig kwam te overlijden, schreef bijvoorbeeld in 1931: ‘Laat me je vragen: hebben we vrijheid van meningsuiting? Als het antwoord nee is, neem me dan niet kwalijk als ik niets zeg. Als ik iets zou moeten zeggen, dan zou ik zeggen dat de eerste stap is om te vechten voor de vrijheid van meningsuiting.’

Pijnlijk relevant in het China van 2013, en het is niet verwonderlijk dat Peking bezwaren heeft tegen zo’n schrijver. Maar ironisch genoeg maakt hij onverbrekelijk deel uit van de communistische canon. Een heilige wordt hij genoemd. Hij was maar liefst de favoriete schrijver van Mao Zedong.

En zo’n instituut laat zich uiteraard niet zo handig uit het curriculum werken. Dat kan alleen maar essay voor essay in de hoop dat niemand het merkt. Maar met het schrappen van Lu Xuns De vlieger eerder deze maand was blijkbaar die grens bereikt. Tienduizenden reageerden woedend en volgens internetopiniepeilingen was 85 procent van de respondenten fel tegen het schrappen ervan.

‘Het ministerie van Onderwijs vertelt ons dat middelbare scholieren leeftijdsgebonden literatuur moeten lezen en niet van die zware kost’, zegt professor Qian Liqun van de Peking Universiteit. ‘Het zou de jonge hersens onnodig belasten en het zou beter zijn het niveau langzaam op te bouwen.’

‘Het verhaal van De vlieger handelt over de noodzaak niet te vergeten’, zegt Murong Xuecun. ‘Een onderwerp dat vanwege de pijnlijke geschiedenis in dit land uiterst gevoelig ligt. Altijd dienen we ons het leed te herinneren dat anderen ons aandeden. Wat we zelf aanrichtten moeten we meestal gewoon maar vergeten. Of middelbare scholieren te jong zijn om dat te bevatten? Complete flauwekul. Het is de onderdrukking van zelfstandig denken.’