China Special: China

Het belangrijkste exportproduct van de Volks republiek China is al lang niet meer het maoïsme. Het is ook niet het goedkope textiel waarover Amerikanen en Europeanen zich beklagen. Zo als deze speciale aflevering van De Groene Amster dammer wil laten zien, is het belangrijkste exportproduct van China zijn hedendaagse kunst.

Wie het Chinese paneel van de Scheveningse tentoonstelling Beelden aan Zee bezoekt, ziet in één oogopslag waarom. Kunstenaars als Liang Shuo en Zhang Dali hebben de traditionele Chinese terracotta-techniek in fiberglas geparafraseerd om Chinezen af te beelden als individu: niet als helden of strijders voor het een of ander, maar als dragers van een persoonlijke geschiedenis die tot uiting komt in de details van hun houding, kleding en gelaat, in een verwaaide spuuglok of een achteloze sigaret in de hand. Hun verbaasde boerenkoppen staren ons aan alsof ze pardoes in de moderne wereld zijn beland. Dat zijn ze ook. China en de rest van de wereld zijn meer dan honderd jaar lang een gesloten boek voor elkaar geweest.

Sinds het tijdperk van de theeklippers dromen ambitieuze westerlingen van de natuurlijke rijkdommen, potentiële afzet markten en onbeperkte arbeidsreserves van China. De Europese kolonisten verbruiden het in de negentiende eeuw voor zichzelf, maar de Amerikanen bleven hopen op een strategisch bondgenootschap met China. Amerikaanse predikanten koesterden zelfs de illusie dat ze het Chinese volk tot het christendom zouden kunnen bekeren. Intussen hunkerden Chinezen naar een renaissance van hun Middenrijk met zijn meer dan tweeduizend jaar oude politieke eenheid en zijn nog veel oudere beschavings geschiedenis. Alle pogingen daartoe liepen echter stuk op de klippen van buitenlandse invasies, burgeroorlogen, hongersnoden en dictatuur. Terwijl het land tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw de visioenen van zijn laatste «boeren keizer» najoeg, mochten de meeste inwoners op niet veel méér hopen dan een dagelijks gevulde rijstkom. Totdat ook die razernij op haar natuurlijke grenzen stuitte.

Nu de lang verbeide opening naar het Westen eindelijk heeft plaatsgevonden, zijn de Chinezen volgens het cliché bezig met een «inhaalslag». Dat is maar de vraag. Juist dankzij zijn sociale achterstand en zijn gebrek aan democratische cultuur maakt China momenteel een explosieve economische ontwikkeling door zoals wij die niet kennen – of nog niet kennen. Misschien lopen wij tegen wil en dank achter bij het tempo waarin het huidige China zijn natuurlijke rijkdommen uitput, zijn bevolking ontwortelt en zijn eigen geschiedenis en traditie opvreet ten behoeve van een dolgedraaid kapitalisme onder autoritaire leiding. Misschien is het symbolisch eten van menselijke embryo’s, zoals Zhu Yu in 2001 in zijn performance Man-Eater deed, ook ons voorland. Niet om wat ze ons vertelt over China, maar om wat ze ons als Nederlanders, westerlingen en wereldburgers te zeggen heeft, is het kennis nemen van de Chinese kunst nu belangrijker dan ooit tevoren.